Radar

toggle menu

Online lesstof maakt leren leuk!

Toptalenten moeten meer worden uitgedaagd door het Nederlandse onderwijssysteem. Daarvoor pleitte verantwoordelijk staatssecretaris Dekker deze week. Wellicht moet de staatssecretaris zich eens wat verder verdiepen in de mogelijkheden van online leren.

Directe aanleiding voor Dekkers pleidooi was zijn gesprek met een aantal uitstekend presterende leerlingen. Hij schrok toen bleek dat zij 'hun opleiding op hun sloffen hadden doorlopen, en nooit echt waren uitgedaagd.'

Waar veel andere landen deze zogenaamde high potentials juist met zorg omringen, verspilt het Nederlandse onderwijssysteem dit talent grotendeels, concludeerde de staatssecretaris. Een gemiste kans voor de kinderen, de ouders én de Nederlandse economie.

Onlangs sprak ik ook met zo’n talentje. Lotte kwam regelmatig thuis met de mededeling dat ze zich continu verveelde in de klas. Na een bezoek aan een orthopedagoog bleek dat ze hoogbegaafd was, en niet of nauwelijks werd uitgedaagd op school. In de erg grote klas was er nauwelijks ruimte om haar goed te begeleiden. Gelukkig wees de school zelf haar ouders op de mogelijkheid van een online lesprogramma, ook wel non-formeel leren genoemd. 

Slimme lesstof
Lotte en haar ouders kozen voor Squla.nl, dat samenwerkt met officiële toetsenmaker CITO. Maar met onder meer Onlineklas.nl, Digischool.nl, Leerspellen.nl en Taal-oefenen.nl biedt het internet tal van alternatieven. Veel van deze educatieve websites combineren een aantal slimme manieren om kinderen sneller te laten leren. Dat geldt overigens net zo goed voor 'gewone' en 'langzame' leerlingen.

De online lesstof is vrijwel altijd voorzien van beeld, en vaak ook van geluid. Interactie is een andere vaste waarde: als een kind een antwoord geeft, krijgt hij of zij direct een reactie, bijvoorbeeld applaus voor een goed antwoord of uitleg als er iets niet klopt. Door deze elementen te combineren wordt leren opeens een spannend spel. Makkelijker kun je het misschien niet maken, maar wel een stuk leuker.

Spelelement
Verschillende leerwebsites hebben ook een forum waarop leerlingen contact kunnen leggen, en elkaar kunnen helpen met vragen en tips. Noem het educatieve sociale media. En ook hier is het spelelement weer buitengewoon waardevol. Zo heeft Squla dagelijks tussen vier en zes uur een 'knock-out race'. Leerlingen kunnen intekenen op verschillende vakken, en krijgen precies tegelijk dezelfde vraag voor hun neus. Deelnemers die het snelst het goede antwoord geven, gaan door naar de volgende ronde.

Ondertussen volgt de computer nauwkeurig alle verrichtingen van de leerlingen. Door deze informatie te analyseren met slimme algoritmes, kan de aangeboden lesstof worden aangepast op het niveau van de individuele leerling. Leerlingen die regelmatig dezelfde fout maken, krijgen aanvullende uitleg en tips. In Amerika, waar ze als gebruikelijk een stuk verder zijn met deze nieuwe educatievorm, noemen ze dat adaptive learning.

Bijspijkeren
Daar wordt zelfs op de universiteit al gebruik van gemaakt, zoals bij een proefproject op de Arizona State University. Daar moesten vijfduizend studenten in de zomervakantie hun wiskunde ophalen. Dankzij het adaptieve online lesprogramma rondde de helft van de studenten de bijspijkercursus vier weken sneller af dan gebruikelijk. Het aantal afvallers viel terug van 13 naar 6 procent, terwijl het aantal dat de cursus met goed gevolg aflegde steeg van 66 naar 75 procent.

De Nederlandse leerwebsites hebben overigens nog een groot voordeel. Ze houden de ouders namelijk via een wekelijkse e-mail op de hoogte van de vorderingen van hun kroost. In een oogopslag zie je dan of je kind veel of weinig heeft gespeeld, welke resultaten zijn behaald en waar de knelpunten zitten. Bovendien kun je je kinderen online aanmoedigen met leuke berichtjes en een plaatje. Ook de betrokkenheid van de ouders wordt zo aanzienlijk vergroot. 

En Lotte? Die heeft inmiddels een groep overgeslagen. Dankzij wat extra online lessen kon ze naadloos bij haar nieuwe klasgenootjes aansluiten. De laatste CITO-toets haalde ze een A-score voor taal en een B-score voor rekenen. Bovendien is ze inmiddels ook veel gelukkiger in een groep waar het niveau van de lesstof én kinderen beter bij haar aansluiten. En dat is uiteindelijk natuurlijk het belangrijkst.

Arnoud Groot

Lees ook

Reacties

Op de vernieuwde Radar website kan er nog niet worden gereageerd op artikelen.

Ook interessant