Radar

toggle menu

Suiker: lekkerder dan goed voor ons is

We eten te veel suiker: onze hersenen zetten ons – soms met een vervelend stemmetje – aan tot het eten van zoetigheid. Maar minderen moeten we toch echt zélf doen: de kans dat voedselfabrikanten aanzienlijk minder suiker in hun producten gaan stoppen, is klein.

‘Wist u dat er in een potje kant-en-klare satésaus zo’n 28 klontjes suiker zitten?’ 28! Dit vertelde Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid, in het radioprogramma Met de kennis van nu. Ik was daar ook te gast, en we praatten over suiker. Nu wist ik wel dat fabrikanten aardig wat suiker toevoegen aan kant-en-klaarproducten, maar 28… als je zelf satésaus maakt, voeg je misschien 6 klontjes toe.

Het stomme was dat ik na een uur praten over suiker een enorme trek in zoetigheid had gekregen. Alsof praten over al die slechtigheid mijn hersenen had getriggerd riep een stemmetje in mijn hoofd: ‘Taart, lekker!’ En: ‘Hm, kipsaté zou er nu wel ingaan’.

Het beloningscentrum in onze hersenen

Onze hersenen houden ons voor de gek als het om suiker gaat. Wanneer je iets zoets eet, wordt het ‘beloningscentrum’ in de hersenen geactiveerd, waardoor we er meer van willen. Dat ons brein ons aanzet tot het eten van suiker, stamt nog uit de tijd van schaarste: ons lichaam heeft suikers nodig, maar in de natuur komen ze niet veel voor. Fruit was er in de oertijd niet het hele jaar door en aan honing kwam de oermens ook niet zo een, twee, drie. Dus zijn we erop ingesteld om suikerrijke voeding te eten zodra we de kans krijgen. Daardoor vinden we zoet eten lekkerder dan goed voor ons is in tijden dat de schappen in de supermarkt uitpuilen van de zoetigheid.

De gemiddelde Nederlander consumeert 110 gram suiker per dag. 80 gram daarvan komt uit bewerkt voedsel (sauzen, frisdrank, vleeswaren, kant-en-klaarmaaltijden). Daarmee is suiker dé dikmaker geworden: die 110 gram is goed voor 400 kilocalorieën. Kilocalorieën die verder niet zo veel voor je doen: er zitten geen vezels, vitaminen of mineralen in suiker. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de grote hoeveelheden suiker die we binnenkrijgen, ons dik maken  en daarmee hart- en vaatziekten en diabetes type 2 veroorzaken.

Suiker verkoopt en is goedkoop

Gek genoeg zijn we jarenlang doodgegooid met waarschuwingen over hoe ongezond het is om te vet en te zout te eten, maar over suiker blijft het veel te stil. Hoe kan het dat onze overheid het wel voor elkaar krijgt om met fabrikanten stevige afspraken te maken over het verminderen van de hoeveelheid zout in brood, maar blijven de ‘convenanten’ (vrijwillige afspraken met de industrie) nogal vaag als het over toegevoegde suikers gaat in sauzen, kant-en-klaarmaaltijden, frisdrank, vruchtensap, vleeswaren, ontbijtgranen, babyvoeding, of nou ja: in alles, eigenlijk?

Simpel: fabrikanten hebben baat bij veel suikers toevoegen. Onze smaak is nu aan al die toegevoegde zoetigheid gewend, en waarschijnlijk vinden we satésaus met de helft minder suiker inmiddels lang niet zo lekker meer. Zoet verkoopt. En suiker is goedkoop, dus je kunt er het volume van je product lekker mee laten toenemen en tegelijkertijd de kosten laag houden.

Minderen moeten we zelf doen

Onlangs kondigde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een nieuwe richtlijn aan waarin staat hoeveel ‘vrije suikers’ goed voor ons zijn. Vrije suikers zijn toegevoegde suikers (door fabrikanten, of door jezelf als je iets bakt of kookt) en van nature aanwezige suikers in honing, siropen, vruchtensappen en vruchtenconcentraat. Gewoon fruit ‘uit het vuistje’ en suikers die van nature in bijvoorbeeld melk, aardappelen en andere voedingsmiddelen zitten, vallen er dus buiten.

Het WHO-advies is maximaal 10 procent van het totaal aantal kilocalorieën dat je per dag eet, uit vrije suikers te halen. Voor vrouwen komt dat neer op 50 gram suikers per dag - daar zit je al aan met twee glazen frisdrank. De WHO stelt dat 5 procent van de totale inname nog beter zou zijn, maar ja, wie haalt dat….

Mooi zo’n richtlijn, maar van de voedselindustrie moeten we het dus niet hebben als we willen minderen. Dat zullen we toch echt zélf moeten doen. Dat kan door minder sauzen te eten, ontbijtgranen zónder toegevoegde suiker te kopen en zo min mogelijk kant-en-klaarhappen naar binnen te werken. Ook vruchtensappen kun je beter vervangen voor ‘gewoon’ fruit (daar zitten meer vitaminen en vezels in, bovendien zit je na 3 sinaasappels aardig vol, na een glas jus d’orange niet). De allergrootste boosdoener is frisdrank: schoolkinderen drinken er nu gemiddeld een halve liter van per dag – goed voor 7 klontjes suiker.

Op zich is minderen niet zo moeilijk, het vergt alleen wat discipline. Vooral om dat vervelende stemmetje in ons hoofd die om een kipsaté zeurt, het zwijgen op te leggen.

Mensje Melchior

Lees ook

Reacties

Op de vernieuwde Radar website kan er nog niet worden gereageerd op artikelen.

Ook interessant