toggle menu

Hoezo armoede?

Hoezo armoede?

Deze week staat in het teken van armoede. Diverse media besteden er veel aandacht aan. Reden om nog eens in oude Vrekkenkranten te neuzen. In 1994 kwam zelfs een ‘special’ over armoede uit, vol tips en persoonlijke ervaringen van abonnees. De titel van dat nummer: ‘De geur van armoede...’

Eten en drinken

Veel tips hadden betrekking op vroeger, de oorlog en het opgroeien in een arm gezin. ‘Laat uw oog niet groter zijn dan uw maag! Kook voldoende maar niet overdadig! En als er toch restjes zijn, geef ze een kans in soep, voorgerecht of slaatje.’ Daarna volgt een lijst van zaken die we onnodig weggooien: het loof van rode bieten (even roerbakken), bloemkoolblad (staat mooi en is smakelijk) en wortelloof (oppeppen in verband met de saaie smaak).

Tot in Indonesië werd de Vrekkenkrant gelezen. Een mevrouw uit Palembang vermeldt dat ze recepten van Nederlanders altijd hoofdschuddend bekijkt. ‘Zolang de Hollander niet weet hoe hij kip en vis moet eten en meer dan goed is weggooit, kan er van bezuinigen geen sprake zijn’. Vervolgens recepten van soep van kippennekken, vleesbouillon van gebakken en geroosterde soepbenen en tot slot van een ‘heerlijke’ vissenkoppensoep.

Aardig tientje

De Vrekkenkrant ging ook over begrijpelijke, maar verkeerde houdingen tegenover geld. Een vrouw raakt eerst haar man kwijt (aan haar beste vriendin), daarna haar huis en krijgt een krappe alimentatie. Zij voelt zich slachtoffer. Door veel geld uit te geven is ze - als het ware - aan het bewijzen dat ze niet rond kan komen van die ‘fooi’. Uiteindelijk verandert ze haar gedrag en kijkt anders tegen geld aan: ‘Het is niet langer dat rot geld, waar ik toch altijd te weinig van heb. Ik begin me af en toe best tevreden te voelen. Ik keek pas naar een tientje en dacht opeens: Goh, wat een aardig tientje, wat kan ik daar veel mee doen. Het leek wel of het me toelachte.’

Noodzakelijke eigenschappen

Veel briefschrijvers maakten persoonlijk echte armoede mee. Zij noemen drie eigenschappen die belangrijk zijn om te ‘overleven’.

  • Creativiteit: je moest ‘iets’ van ‘niets’ maken.
  • Samenwerken: iedereen hielp iedereen en samen was je sterker.
  • Van alle markten thuis zijn: hoe veelzijdiger je bereid was te zijn, hoe meer kans je had het te redden.

In het ene gezin at men twee boterhammen op elkaar om beleg uit te sparen en gesmolten reuzel in plaats van boter of margarine. Onderkleding, hemden, broeken, hansoppen en nachtjaponnen werden gemaakt van linnen meelzakken en jassen van paardendekens. Oude kranten werden versneden tot wc-papiertjes... Een dame van 83 schrijft dat zij de Eerste Wereldoorlog nog meegemaakt heeft. Het tekort aan warme dekens loste men op door stapels van 5 à 10 centimeter gekreukte en daarna platgestreken kranten losjes met een dikke naald en dun touw aan elkaar te naaien. Daarna gebruikte men ze als vulling tussen oude gordijnen of versleten dekens. De lucht tussen het gekreukte papier isoleert namelijk goed.

Het kan nog erger

Auke van der Woud schreef het prachtige boek Koninkrijk Vol Sloppen. Daarin is te lezen hoe arme mensen in de grote steden eraan toe waren in de 19e eeuw. Ze woonden (ook in de winter) vaak in onverwarmde krotten. Als de huur niet betaald werd liet de eigenaar de voordeur verwijderen. Een kerk wilde iets doen aan deze wantoestand en deelde dekens uit. Binnen de kortste keren lagen die allemaal bij de lommerd. Ondankbaar? Nee. Honger is altijd nog erger dan kou lijden.

Natuurlijk zijn er in ons land op dit moment geldproblemen, maar als je dit boek leest, denk je toch al gauw: hoezo armoede?

Hanneke van Veen

Ook interessant