toggle menu

Solidariteit kan oneerlijk zijn

Solidariteit kan oneerlijk zijn

Een half miljoen werknemers betalen dit jaar meer pensioenpremie, terwijl ze minder pensioen opbouwen. Dat is slecht nieuws voor jongeren en laagopgeleiden.

‘Pensioenfonds houdt premie hoog’ kopte het Financieele Dagblad deze week. De krant dook in de premies van de vijftig grootste pensioenfondsen. Daaruit blijkt dat minstens een half miljoen Nederlanders dit jaar evenveel of meer premie betalen dan in 2013, terwijl hun pensioenopbouw is verlaagd. Die verlaging komt door wettelijke regels. Dit jaar mag iemand maximaal 2,15 procent van zijn pensioengevend salaris opbouwen aan pensioen; vorig jaar was dat nog 2,25 procent. 

Doorsneepremie

Toch kan je pensioenfonds meer dan 2,15 procent premie vragen. Bijvoorbeeld als er te weinig geld in kas zit om de pensioenen te kunnen indexeren. Als jouw fonds dat doet, kan dat vooral negatief uitpakken voor de jonge en laagopgeleide werknemers in je fonds. Dat komt door het systeem van doorsneepremies waar pensioenfondsen mee werken. Een doorsneepremie wil zeggen dat elke fondsdeelnemer een gelijk percentage van zijn pensioengevend salaris aan premie betaalt, ongeacht zijn leeftijd en levensverwachting. Dat lijkt het toppunt van eerlijkheid, maar actuarissen (levensverzekeringswiskundigen) weten beter.

Arm subsidieert rijk

Een doorsneepremie kan heel oneerlijk uitpakken. Want terwijl elke fondsdeelnemer eenzelfde premiepercentage betaalt, hangt je totale toekomstige uitkering statistisch gezien af van je geslacht, opleidingsniveau en leeftijd. Zo subsidiëren mannen de vrouwen, want mannen leven gemiddeld korter dan vrouwen. Ook betalen laagopgeleiden mee aan de pensioenen van hoogopgeleiden. Uit een diapresentatie van onderzoeker Casper van Ewijk kun je aflezen dat hoogopgeleide vrouwen, gezien hun totaal te verwachten pensioen, ongeveer 1,75 procent te weinig pensioenpremie betalen; laagopgeleide mannen betalen daarentegen 2 procent te veel! Arm subsidieert dus rijk.

Nadeel voor jongeren

De doorsneepremie pakt ook ongunstig uit voor de jongere generatie. Dat is tegenwoordig veel in het nieuws. Een jonge werknemer betaalt namelijk eenzelfde premiepercentage als zijn oudere collega. Maar een euro die op je vijfentwintigste in een pensioenfonds gaat, kan -bij een pensioenleeftijd van 67 jaar- maar liefst 42 jaar lang winst opleveren, terwijl een op je vijfenvijftigste ingelegde euro hooguit twaalf jaar rendement geeft. Daarom zou het logischer zijn dat je, als je jong bent, een lage premie betaalt, die stijgt naarmate je leeftijd vordert. In plaats daarvan bouwt een 60-jarige nu, voor dezelfde premie, veel meer pensioen op dan een 30-jarige collega. Het boek ‘Kosten en baten van Collectieve Pensioensystemen’ beschrijft een voorbeeld van een werknemer met 50.000 euro salaris, die pas op zijn zesenveertigste in een pensioenfonds stapt. Tot zijn vijfenzestigste betaalt hij, bij een normale salarisstijging, 290.000 euro premie. Een premie naar leeftijd in plaats van de doorsneepremie zou hem in dit voorbeeld 350.000 euro hebben gekost. De bonus van 60.000 euro wordt door jongere pensioenspaarders betaald.

Flexibele arbeid

Een doorsneepremie is alleen acceptabel in de denkbeeldige situatie dat iedereen levenslang in loondienst blijft en dezelfde rechten kan claimen. Maar steeds vaker gaan jongeren –noodgedwongen- van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap en terug, of doen ze flexibele arbeid zonder verplichte pensioenopbouw. Daarnaast betalen jongeren mee aan de vergrijzing -en extra zorgkosten-, deze crisis, de gestegen woningprijzen, en soms zelfs nog aan de vervroegde pensioenen van collega’s.

Het zou eerlijker zijn als je pensioenpremie lager is naarmate je jonger bent. Dan zou een 25-jarige mogelijk maar de helft hoeven te betalen van het premiepercentage van een 64-jarige.

Kruimels

Er is steeds meer kritiek op dit doorsneesysteem. En dat is maar goed ook. Het huidige pensioenstelsel doet denken aan een familieverjaardag waarop moeder oneerlijk rondgaat met een koekjesschaal. Eerst mogen de slimste vrouwelijke familieleden kiezen, dan grijpen de redelijk opgeleide mannen hun kans. Tot slot mogen de twintigers en laagopgeleiden nog wat kruimels oplikken.

Erica Verdegaal

Ook interessant