Radar

toggle menu

Meer verdienen, minder overhouden? Houd deze regelingen in de gaten

Dat kan toch niet waar zijn! Je gaat meer verdienen, maar houdt minder over omdat er belastingvoordeeltjes weg­vallen. Vooruit, de kans is niet groot, maar met sommige regelingen kan het flink misgaan.

Een artikel uit consumentenmagazine RADAR+

Als je bruto meer gaat verdienen, is het logisch dat je er ook netto op vooruit gaat. Dat gebeurt ook vrijwel altijd. Werken moet lonend zijn, vindt het kabinet. Volgens Jasja Bos, onderzoeker bij het Nibud, zie je dat beleid doorsijpelen in toeslagen en belastingkortingen. Tot voor een paar jaar geleden was het bijvoorbeeld voor alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering niet lonend om twee of drie dagen per week te gaan werken, want dan hielden ze netto minder geld over. Om dit te voorkomen werden sommige belasting­kortingen aangepast, zoals de arbeidskorting en de inkomens­afhankelijke combi­natiekorting.

Toeslagen worden afgebouwd

Over het algemeen zitten inkomensregelingen nu zo in elkaar dat een hoger bruto inkomen vanzelf betekent dat je netto ook meer overhoudt. Voor­zieningen als kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en andere regelingen worden geleidelijk afgebouwd. Naarmate je salaris stijgt, gaan deze toeslagen langzaam omlaag. Daardoor val je niet buiten de boot als je opeens meer gaat verdienen. Misschien raak je op dat moment het recht op een ­bepaalde regeling kwijt, maar dan is je netto inkomen inmiddels zo ver gestegen dat je er niet op achteruit gaat. Helaas pakt het niet altijd zo gunstig uit. Met de huurtoeslag gaat het soms mis.

Geen recht meer op huurtoeslag

Het idee bij huurtoeslag is dat je een deel van de huur zelf betaalt en een deel huurtoeslag krijgt. Naarmate je meer verdient, is het deel dat je zelf betaalt groter. Zodra je inkomen boven de huurtoeslaggrens komt, krijg je geen huurtoeslag meer. Voor alleenstaanden is de grens €22.200 per jaar en voor stellen €30.150. Uit ­berekeningen van Jasja Bos blijkt dat mensen die net iets meer gaan verdienen dan de inkomensgrens er netto op ­achteruit kunnen gaan.

Als voorbeeld neemt hij een gezin met twee kinderen. Een van de twee partners werkt, de ander niet. De huur is €700. Het bruto inkomen in dit rekenvoorbeeld is €30.000 per jaar. De huurtoeslag is €127 per maand. De ­werkende partner krijgt loons­verhoging; hij gaat €31.000 per jaar verdienen. Hierdoor is er geen recht meer op huur­toeslag. Netto gaat het gezin er per maand €99 op achteruit. Lagere huur: minder erop achteruit Waarschijnlijk is de netto ­inkomens­­achteruitgang in de praktijk meestal kleiner. Dat komt door de hoogte van de huur; €700 is bijna het maximale bedrag waarbij je nog huursubsidie krijgt. Bij een lagere huur zou de huurtoeslag lager zijn geweest en de dip dus kleiner.

Dat de inkomensachteruitgang in dit voorbeeld €99 is en geen €127 (het bedrag van de huur­toeslag) komt doordat er meer factoren meespelen bij het omrekenen van een bruto loon naar een netto loon. Allerlei belastingkortingen, zoals de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, veranderen ook. De dip van €99 per maand in dit voorbeeld is groot. Bovendien duurt het wel even voordat deze dip is weggewerkt. Jasja Bos rekent voor dat dit pas het geval is als deze alleenver­diener € 35.000 per jaar verdient.

Gunstiger voor twee­verdieners

Bij tweeverdieners is de situatie minder slecht, maar ook zij gaan erop achteruit als hun inkomen net boven de huurtoeslaggrens komt. Jasja Bos neemt opnieuw een stel met twee kinderen en een huur van €700 als voorbeeld. De ene partner werkt fulltime en de ander twee dagen. Samen ­verdienen ze €30.000 per jaar en ook zij ­krijgen per maand €127 huurtoeslag. Zodra dit stel €31.000 per jaar gaat verdienen, raken zij ook de huurtoeslag kwijt. Zij gaan er echter geen €99 netto per maand op achteruit, maar €64. Dit komt doordat ze allebei werken en daardoor netto sowieso meer geld overhouden. Bovendien is het voor dit stel gemakkelijker om weer uit de dip te raken. Zodra de parttime werkende ­partner iets meer gaat ­werken – Bos schat dat twee uur per week al voldoende is – gaan ze er netto wel op vooruit. Als deze partner één dag per week meer gaat werken gaan ze er fors op vooruit. Ook mensen die alleen wonen en net iets meer gaan verdienen dan de huurtoeslaggrens gaan er netto op achteruit. Voor alleenstaanden is de inkomensgrens €22.200. Iemand die €500 huur betaalt en €23.000 gaat ­ver­dienen, levert per maand netto € 31 in.

Ongunstige belastingkorting voor AOW'ers

Een andere regeling met een harde inkomensgrens, waardoor je netto minder overhoudt, is de ouderen­korting. Dat is een korting op de belasting die je moet betalen. De korting geldt voor mensen die de AOW-leeftijd hebben. Zodra hun inkomen boven de €36.057 uitkomt, gaat hun ouderen­korting omlaag van €1.292 per jaar naar €71 per jaar. Dat is elke maand ongeveer €100 minder inkomen. Maar in de praktijk worden mensen hiermee waarschijnlijk niet vaak geconfronteerd, stelt Jasja Bos. Het gaat om mensen die doorgaans niet meer werken en niet zomaar een loons­­verhoging krijgen. Maar als je met je inkomen toevallig toch al net boven die grens zat, is 't wel zuur.

De combinatiekorting en een kind van twaalf

Nog zo'n harde grens geldt bij de combinatiekorting. Dat is een belastingkorting voor alleenstaande ouders of stellen met kinderen die allebei werken. Die korting moet je zelf aanvragen. Dat kan als je belastingaangifte doet. Dan krijg je het bedrag ineens. Maar je kunt er ook voor kiezen om het elke maand te krijgen. De combinatie­korting varieert van €1.043 tot €2.778 per jaar. De ­hoogte hangt af van het gezinsinkomen; hoe meer je ­verdient, hoe minder korting je krijgt. De harde grens bij de combinatiekorting betreft echter niet het inkomen, maar de leeftijd van de kinderen. Zodra de jongste 12 is vervalt de korting. ­Maandelijks ga je er €86 tot €231 op achteruit, precies op het moment dat de dure middelbare schoolperiode aanbreekt.

Gemeentelijke inkomensondersteuning

Ook bij gemeentelijke regelingen gebeurt het weleens dat een stijging van je inkomen geld kost in plaats van geld oplevert. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om inkomensondersteuning te geven aan mensen met een laag inkomen, bijvoorbeeld op bijstandsniveau of net daarboven. Vaak gaat het om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, zoals de afvalstoffenheffing. Of tegemoetkomingen voor het lidmaatschap van een sportvereniging of muzieklessen. Als je inkomen hoger wordt dan de grens die de gemeente hanteert, kan het gebeuren dat je niet meer in aanmerking komt voor gemeente­lijke voordeeltjes. Dan ga je er per saldo op achteruit. Hoe dit uitpakt varieert per gemeente. Gemeenten voeren hun eigen beleid en de ene gemeente werkt met harde inkomens­grenzen, terwijl de andere gemeente de voorziening geleidelijk afbouwt.

Meer verdienen? Altijd doen!

Stel dat de loonsverhoging ongunstig uitpakt, bedank je er dan voor? Dat lijkt niet verstandig, want een hoger loon biedt voordelen. Salarissen stijgen doorgaans elk jaar, dus met een ­beetje geluk heb je niet lang last van de dip. Ook is een hoger loon gunstiger als je onverhoopt werkloos of arbeidsongeschikt wordt. Bovendien is het fijner om zelf je geld te verdienen dan om ­afhankelijk te zijn van toeslagen, waar de ­politiek zomaar van alles aan kan veranderen. Als je een partner hebt, kan het de moeite waard zijn om te kijken of een van de twee wat meer kan gaan werken en de ander misschien wat minder. Het hangt van de hoogte van de twee salarissen af, maar vaak levert het netto meer op als je allebei vier dagen werkt, dan dat de een fulltime en de ander drie dagen werkt. En of je nu veel meer of een beetje meer gaat verdienen, geef veranderingen zo snel mogelijk door op toeslagen.nl, zegt Jasja Bos. Daarmee voorkom je dat je aan het eind van het jaar waarin je die mooie loonsverhoging kreeg opeens onterechte toeslagen moet terugbetalen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Radar+, Nazomer 2017, nummer 5

Meer over:

Lees ook

Reacties

Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant