toggle menu

Wat moet je je aantrekken van 'De directie stelt zich niet aansprakelijk'-bordjes?

Wat moet je je aantrekken van 'De directie stelt zich niet aansprakelijk'-bordjes?

Je hebt ze vast weleens zien hangen bij de garderobe van een concert, feest of voorstelling: bordjes met een tekst in de trant van 'De directie stelt zich niet aansprakelijk voor verlies of diefstal van uw eigendommen'. Maar hoeveel nut heeft zo'n mededeling?

'De juridische waarde van die bordjes is nul,' schreef juridisch adviseur Arnoud Engelfriet in 2012 al op zijn blog. Maar waarom hangen ze er dan, en hoe zit het dan wél met de aansprakelijkheid?

Als je je jas laat ophangen in een bewaakte garderobe, geldt de zogeheten bewaarnemingsovereenkomst. Jij vertrouwt je eigendom toe aan het personeel en het personeel zegt dat het erop zal letten. Je krijgt ook een afgiftebewijs mee. Deze afspraak geldt als een wettelijke overeenkomst.

'Onredelijk bezwarend'

Als er staat aangegeven dat 'de directie zich niet aansprakelijk stelt voor ... (et cetera)', dan valt dat onder de algemene voorwaarden. Die mogen volgens de wet niet 'onredelijk bezwarend' zijn voor de consument. Met andere woorden: het mogen geen oneerlijke voorwaarden zijn.

Met zo'n bordje komt de uitbater van het etablissement dan ook niet onder zijn aansprakelijkheid uit wanneer jouw jas aan het einde van de avond verdwenen blijkt. Laat je daar als gedupeerde dus ook niet door op het verkeerde been zetten! Bordjes die de aansprakelijkheid van de directie ontkennen, worden in een rechtszaak meestal onredelijk bezwarend geacht en verder compleet genegeerd.

Garderobe gratis? dat maakt niet uit

Is de garderobe bewaakt, maar hoef je er niet voor te betalen? Dan maakt dat voor de aansprakelijkheid niet uit. De rechter zal zeggen dat het er niet om gaat of de dienst gratis is of niet, zo bevestigt de Jurofoon. Het gaat erom dat er een bewaarnemingsovereenkomst is gesloten, en dat kan ook zonder betaling.

Grijze lijst

Het garderobebordje staat op de 'grijze lijst' van algemene voorwaarden die op de grens liggen van wat wel en niet redelijk is. Dat betekent dat wie een dergelijke algemene voorwaarde aanwendt (in dit geval dus de eigenaar van de garderobe) zélf moet aantonen dat die voorwaarde níet onredelijk en dus geldig is.

Kortom: je kunt je jas met een gerust hart in bewaring geven bij een bewaakte garderobe. Althans, natuurlijk heb je nog steeds pech als die onverhoopt kwijtraakt, maar de eigenaar moet hem dan vergoeden.

Andere bewaarnemingen

Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een betaalde fietsenstalling: als je je fiets daarin neerzet, is ook sprake van een overeenkomst van bewaargeving. 'Consumenten vertrouwen de ondernemer een zaak toe, die de ondernemer zal bewaren en schadeloos teruggeven. Zo niet, dan is de ondernemer aansprakelijk,' aldus de Consumentenbond in NRC.

Onbewaakt ophangen of stallen

Hoe zit het dan met garderobes of stallingen die niet bewaakt zijn? Daarbij is het in het algemeen simpel: als je je spullen aan een 'openbare' kapstok hangt, bijvoorbeeld in de kroeg, en deze blijken later verdwenen, dan kun je de kroegbaas daar niet op aanspreken. Je hebt er immers zelf voor gekozen om ze ergens op te hangen, en je hebt met niemand een bewaarnemingsovereenkomst. Je hebt er dan ook niet voor betaald.

Maar er is ook nog een grijs gebied, zegt universitair docent aansprakelijkheidsrecht Pieter de Tavernier tegen NRC: 'Alles hangt af van de omstandigheden. Neem de situatie waarbij proper uitgedost personeel in een chique tent je jas weghangt in een garderobe van het huis, achter een soort balie. Dan is niet echt sprake van een bewaarnemingsovereenkomst, maar de rechter kan dat anders zien. Met het betalen voor de koffie en het gebak betaal je immers indirect voor de extra diensten.'

Een taalkundig probleem en gniffelende juristen

Tot slot is er trouwens ook nog een taalkundig probleem met de zinsnede 'De directie stelt zich niet aansprakelijk (...)'. De tekst drukt namelijk niet correct uit wat 'de directie' bedoelt.

Degene die aansprakelijk stelt, is immers degene die schade heeft geleden. Hij of zij (de gedupeerde klant) spreekt iemand anders (de directie / garderobe-eigenaar) aan om de schade te vergoeden. Dat doet die directie natuurlijk niet bij zichzelf.

Juristen die een dergelijk bordje zien, reageren daarom vaak gniffelend met: 'Dat hoeft ook niet, dat doen wij wel!'

Bron: ICTRecht / NRC / Wegwijs / Jurofoon / Zakelijk.infonu.nl

Beeld: Google Images (diverse bronnen)

Reacties

Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant