toggle menu

Groot draagvlak voor Nederlandse staatsbank

Groot draagvlak voor Nederlandse staatsbank

Moet Nederland een staatsbank krijgen? Een overgrote meerderheid vindt dat er in ons land plaats is voor een bank in het teken van maatschappelijk nut in plaats van commerciële winst. Dit blijkt uit onderzoek onder ruim 25.000 mensen. Van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ontving de overheid twee weken geleden eenzelfde advies. Welke regels moeten voor zo’n bank gelden? Bekijk de resultaten van het onderzoek.

Welke mening over banken past bij jou?, vroegen we de respondenten. ‘Ze hebben niets geleerd van de financiële crisis die ze hebben veroorzaakt’ zegt 62 procent. Een even grote groep vindt dat bankbestuurders geen bonussen meer zouden mogen krijgen. Daarnaast zouden er veel strengere regels moeten komen voor banken, vindt 39 procent, en zou de staat altijd garant moeten staan voor banken en zorgen dat ze bij een crisis overeind blijven, zegt 18 procent.

96 procent voor staatsbank met nutsfunctie

De overheid die garant moet staan voor banken, die op hun beurt weer aan strenge regels moeten voldoen. Dat gaat een beetje richting het concept van een staatsbank. Vinden mensen ook daadwerkelijk dat de Nederlandse staat ten minste één bank in handen moet hebben? ‘Ja’, zegt maar liefst 81 procent. Dat is precies evenveel als 3 jaar geleden, toen Radar eveneens het draagvlak voor een staatsbank toetste. Net als nu, vond ook 96 procent dat een staatsbank een nutsfunctie moet vervullen, waarbij het maatschappelijk belang boven het maken van winst wordt gesteld. Een dergelijke bank richt zich vooral op simpele financiële producten.

Hoe moet een staatsbank eruit zien? Bekijk de uitzending (04/02/19)

Milder over risicovolle activiteiten en leningen

Of de staat inderdaad de touwtjes in handen moet hebben, daarover lopen de meningen uiteen. 54 procent zegt dat het kabinet het beleid moet bepalen – drie jaar geleden was dat met 48 procent een minder grote groep. 40 procent vindt dat de overheid op afstand moet blijven. Risicovolle activiteiten, zoals het handelen op kapitaalmarkten, in valuta's, aandelen en obligaties, daar moet de bank zich verre van houden, vindt 84 procent. Van 10 procent mag dat wel, toch een stijging van 3 procent ten opzichte van drie jaar geleden. Ook vinden meer mensen dat een staatsbank leningen mag verstrekken: 90 procent ten opzichte van 86 procent. Daarbij moet wel aangemerkt worden dat driekwart vindt dat er niet méér geld mag worden uitgeleend dan de bank in kas heeft.

Hoewel meer mensen vinden dat een bank dus activiteiten mag ondernemen waarbij winst kan worden behaald, vinden juist mínder mensen dat een staatsbank winst mag maken (46% tegenover 50% drie jaar geleden).

Lees ook: Adviesraad wijst richting Nederlandse staatsbank

Minder animo voor verplichte rekening en volledige garantie

Een groter verschil in mening vinden we rondom het idee voor een verplichte rekening: in 2016 vond 30 procent dat iedereen verplicht een rekening bij deze staatsbank moet hebben, in 2019 is dat 19 procent. Ook minder streng oordelen mensen over de garantie van het spaargeld dat bij de eventuele staatsbank geparkeerd wordt. In plaats van 70 procent (2016) vindt 64 procent dat de staat het complete bedrag zou moeten terugbetalen, mocht de bank omvallen. Een volledige garantie vinden mensen tegenwoordig iets minder belangrijk dan drie jaar geleden: 70 procent vindt een volledige garantie belangrijker dan hoge rente (in 2016 was dat 73%). 12 procent heeft liever een hoge rente (in 2016 was dat 9 procent).

Toch laten mensen niet alles afhangen van de rentestanden, blijkt uit de beantwoording van de volgende vraag: Stel, je wil geld lenen. Een staatsbank mag niet de laagste rente bieden, want dat zou oneerlijke concurrentie zijn. Bij een commerciële bank betaal je dus minder rente. Waar zou jij je geld lenen? Ook drie jaar geleden koos de grootste groep voor de staatsbank, maar anno 2019 is dat enkele procenten meer, terwijl de groep die tegen een voordeliger rente bij een commerciële bank zou lenen, enkele procentpunten is afgenomen.

Angst voor de grillen van de politiek

Van de 10 procent die níet vindt dat de staat een bank in handen moet hebben, is de voornaamste reden dat een bank niet overgeleverd moet worden aan de grillen van de politiek; na elke verkiezing kan het beleid veranderen, zo vindt 73 procent. In 2016 was dit ook de meest genoemde reden om tegen te zijn, al was het percentage lager: 69 procent. Destijds vonden juist meer mensen (43%) dan nu (38%) dat een bank moet kunnen concurreren om goed te functioneren, iets dat staatsbanken niet kunnen. 29 procent vindt dat je moet kijken naar een maatschappelijk alternatief als je geen commerciële bank wilt, en niet naar de politiek.

Betalingsverkeer: minder vertrouwen in de staat

Wat 35 procent betreft mag ook het betalingsverkeer (pintransacties, overschrijvingen et cetera), nu in handen van de banken, in handen komen van een onafhankelijke maatschappelijke partij. 27 procent vindt dat de staat het betalingsverkeer in handen zou moeten hebben; in 2016 waren deze twee opties nog even geliefd onder de respondenten.

Wel of geen staatsbank? – over dit onderzoek
Het onderzoek over de staatsbank werd tussen 22 januari en 4 februari 2019 ingevuld door 25.490 mensen. De meerderheid is lid van het Radar Testpanel: een groep van tienduizenden consumenten die regelmatig vragenlijsten invult. Daarmee laten zij hun mening en ervaringen meetellen. Wil jij daar voortaan ook voor worden uitgenodigd? Meld je (gratis) aan via deze vragenlijst.

Meer over:

Reacties

Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant