Radar

toggle menu
Kans op werk: 3 procent - Radar Extra Documentaire

Kans op werk: 3 procent

Radar Extra Documentaire

Onderbouwing voor invoering van en een pilot met een basisinkomen voor 55-plussers

Harro Boven heeft zich gebogen over de betaalbaarheid van een basisinkomen voor 55 plussers voor de door Radar geïnitieerde petitie. Hieronder vind je daarvan de uitwerking.

Deze pagina bestaat uit drie delen. Deel 1 beschrijft het plan voor een basisinkomen voor 55-plussers. In deel 2 volgt de financiële onderbouwing van het plan. Het laatste deel bevat een voorstel voor een (bescheiden) pilotproject om het idee in de praktijk te testen.

Deel 1: Het voorstel van een basisinkomen

De basis

Elke maand stort de overheid 1000 euro op het persoonlijke rekeningnummer van alle Nederlanders van 55 jaar of ouder die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Het feit dat de rekening per se persoonlijk moet zijn maakt dat de emancipatoire potentie van het basisinkomen optimaal wordt benut. Bijstand, toeslagen en de hypotheekrenteaftrek verdwijnen mogelijk op termijn.

Ziekteregelingen en de WW kunnen behouden blijven om al te grote inkomensterugval in geval van pech te vermijden.

Hoe kan het ingevoerd worden?

Om chaos te vermijden en de overgang soepel te doen verlopen kan een transitieperiode ingebouwd worden. Bijvoorbeeld door gedurende 5 jaar het basisinkomen ieder jaar op 1 januari met 200 euro te verhogen, en 20 procent van de overige mutaties door te voeren. De hypotheekrenteaftrek (nu 50 procent, gaat in het plan naar 0 procent) wordt dan bijvoorbeeld met 10 procentpunt per jaar beperkt.

Wat zijn de voordelen?

Het voornaamste voordeel van het basisinkomen is dat het mensen vrijheid geeft. Die vrijheid komt in veel verschillende vormen. Het basisinkomen is een vangnet voor mensen die niet goed mee kunnen komen op de arbeidsmarkt en is daarmee vrijheid van de verplichting van betaald werk. Omdat het armoede sterk vermindert, zijn mensen vrij van geldzorgen. Bij minder betutteling snijdt het mes aan twee kanten. Mensen zijn vrij van bemoeizuchtige overheidsinstanties en minder werk voor die instanties betekent kostenbesparingen. Bovendien gaat werken meer lonen en wordt de ongelijkheid teruggedrongen.

Wat zijn de risico’s?

Omdat er in de sociale zekerheid en AOW een kostendelersnorm zit, zorgt het voorstel voor frictie met andere regelingen. In het meest extreme geval kan dat betekenen dat een vijftigjarige die haar baan verliest, besluit niet meer samen te gaan wonen met haar vriend vanwege korting op de bijstand. Vijf jaar later trekt ze weer bij hem in omdat in het basisinkomen geen kostendelersnorm zit. Weer 12 jaar later huurt ze weer haar eigen appartementje omdat ze anders gekort wordt op haar AOW. Dat is uiteraard onlogisch, maar niet per se slechter dan het alternatief waarin ze die 12 jaar vrijheid überhaupt niet heeft.

Een tweede aandachtspunt is het feit dat 55-plussers relatief erg rijk zijn in Nederland. Huishoudens waarvan de hoofdkostwinner in de leeftijdscategorie 55-65 valt hebben een groter totaal vermogen dan alle huishoudens waarbij de hoofdkostwinner jonger is dan 50. Als er dus uit algemene middelen een basisinkomen aan deze groep verstrekt wordt, wordt die kloof nog verder vergroot. In de financiële onderbouwing wordt daarom uitgegaan van extra belasting die vooral op vermogen geheven wordt. Afschaffing van de hypotheekrenteaftrek zorgt ervoor dat woningbezitters (en dus vermogenden) een groot deel van de rekening voor het basisinkomen betalen. In optie 1 komt daar bovenop nog een progressieve vermogensbelasting.

Deel 2: De financiële onderbouwing van het basisinkomen

Samenvatting

Er zijn 2,6 miljoen Nederlanders in de leeftijdscategorie 55 tot en 67. Technisch gezien is de AOW-leeftijd natuurlijk nog geen 67 jaar. Omdat het in dit voorstel echter 5 jaar duurt om het basisinkomen helemaal in te voeren en het plan uiteraard ook op de lange termijn betaalbaar moet zijn, is daar wel vanuit gegaan. Als alle Nederlanders in de leeftijdscategorie 55 tot en 67 allemaal een basisinkomen à 1000 euro per maand ontvangen, kost dat de staat 31,5 miljard euro per jaar. Een mogelijke manier om dat te financieren leest u hier. Voor meer details, berekeningen en bronnen raadpleeg het bijgevoegde Excelsheet.

Voor dit hoofdstuk zijn twee opties doorgerekend. Er zijn uiteraard meer mogelijkheden, maar met het oog op toekomstige houdbaarheid en het risico van het vergroten van koopkrachts- en vermogensverschillen tussen jong en oud, zijn deze twee uitgewerkt.

Bij beide opties wordt gesneden in de regelingen die het basisinkomen direct overbodig maakt. Dat zijn de bijstand, toeslagen en het controleapparaat. Samen levert dat zo’n 4 miljard euro per jaar op. Ook wordt in beide voorstellen voor de somma van 14,2 miljard euro de hypotheekrenteaftrek afgeschaft. De overige 13,5 miljard euro wordt in optie 1 gedekt door het invoeren van een nieuwe progressieve vermogensbelasting. In optie 2 worden verschillende belastingen verhoogd. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Baten bij twee verschillende opties voor het basisinkomen

Hoewel goed verdedigbaar, treffen bijvoorbeeld brandstofaccijns en verhoging van de energiebelasting lage inkomens relatief hard. Bovendien is het met het oog op de energietransitie goed voorstelbaar dat de inkomsten uit deze belastingen de komende decennia flink gaan dalen. Vermogensbelasting, zeker als die progressief is, is de effectiefste belasting om te zorgen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Bovendien is het vooruitzicht dat vermogen de komende decennia alleen maar zal (scheef)groeien, dus komt de betaalbaarheid waarschijnlijk op de middellange termijn niet in het geding.

Een derde (wat pragmatischer) argument is dat optie 2 de progressieve vermogensbelasting vervangt met 7 afzonderlijke posten. Optie 1 is dus simpeler uit te leggen.

Hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrenteaftrek is degressief. Huizenbezitters hebben relatief veel vermogen en een relatief hoog inkomen. Het gevolg van de aftrek is dat de rijkste mensen de meeste hypotheekrente van de hoogste belastingschijven mogen aftrekken. Ten tweede verstoort het de woningmarkt. Het werkt in effect als een subsidie op (hoge) schulden, waardoor woningprijzen stijgen en de vrije huursector in de knel komt. Saillant detail is dat de vrije huursector ook aan de andere kant het zwaar heeft: de huurtoeslag bevoordeelt goedkope huurwoningen ten opzichte van de vrije sector. Dit voorstel is daarom dubbel gunstig voor de vrije huursector. Ten slotte kost de hypotheekrenteaftrek veel geld.

Het CBS becijfert de totale kosten van de aftrek voor 2014 op 14,2 miljard euro. Daarom is het een kandidaat om een basisinkomen mee te financieren.

Progressieve vermogensbelasting

De huidige vermogensbelasting belast maar een kwart van het daadwerkelijke vermogen, omdat bijvoorbeeld de eigen woning is vrijgesteld. Het tarief op dat overige vermogen is effectief 1,2 procent boven een drempel van 20.000 euro. Door het volledige netto vermogen te belasten, de vrijstelling te verhogen en progressiviteit in te bouwen wordt hij eerlijker en levert hij meer op. Concreet gaat de vrijstelling naar 50.000 euro, wordt vermogen tussen de 50.000 euro en de 1 miljoen euro nog steeds tegen 1,2 procent belast en wordt vermogen boven de 1 miljoen euro tegen 2 procent belast. Dat levert 13,5 miljard euro op en vraagt van niemand een onredelijke bijdrage.

Alternatief progressieve vermogensbelasting

Als alternatief voor de progressieve vermogensbelasting, wordt ook een serie maatregelen die samen ruwweg hetzelfde oplevert gepresenteerd. Een mogelijke maatregel is verhoging van de erfbelasting naar 40 procent en het afschaffen van alle vrijstellingen. Op dit moment worden erfenissen tegen een ander tarief belast afhankelijk van de verhouding tussen degene die vererft en degene die erft. Kinderen betalen bijvoorbeeld slechts 10-20 procent en niet-familieleden tot wel 40 procent. Door de vrijstellingen af te schaffen en iedereen 40 procent te laten betalen, stuurt de overheid niet meer in de keuze aan wie je je vermogen wilt nalaten. De wijziging levert 3,6 miljard euro op.

Een van de overige scenario’s heeft betrekking op het verwijderen van de degressiviteit en het afschaffen van de drempel in de Energiebelasting. Op dit moment betalen grootverbruikers minder belasting op stroom en aardgas dan kleinere gebruikers en geldt er een vrijstelling op energiebelasting per huishouden. Op milieugronden zou het gerechtvaardigd zijn om daar iets aan te veranderen. Een aandachtspunt is dat het afschaffen van de vrijstelling wel zwaar ten koste gaat van de koopkracht van minima. Het wijzigen van de energiebelasting levert 4,6 miljard euro op.

Verder kan de benzineaccijns verhoogd worden, en kan de dieselaccijns tot het niveau van benzine stijgen. Op dit moment betaal je over diesel namelijk veel minder accijns, hetgeen opmerkelijk is, want diesel is vaak vervuilender dan benzine. De baten zijn 4,1 miljard euro. Voor de laatste miljard kan de alcoholaccijns met 30 procent en de tabaksaccijns met een euro per pakje verhoogd worden.

Deel 3: De pilot met het basisinkomen

Doel

Het doel van de pilot is het meten van allerlei indirecte effecten waarvan men vermoedt dat het basisinkomen ze heeft. Heel interessant is bijvoorbeeld het arbeidsgedrag: gaan mensen meer of juist minder werken als ze een basisinkomen ontvangen? Verder hebben eerdere experimenten laten zien dat het basisinkomen zorgkosten scheelt. Omdat onze doelgroep relatief veel zorg nodig heeft, zouden daar erg interessante inzichten te vergaren zijn. Voor het overige biedt een dergelijk experiment de kans om te meten in hoeverre mensen met een basisinkomen meer vrijwilligerswerk doen, mantelzorg verlenen en op andere manieren een bijdrage leveren aan de maatschappij. Tot slot zou het mogelijk zijn om een soort maatstaf van levensgeluk te kiezen en daar onderzoek naar te doen. Voorbeelden van zulke maatstaven zijn de Better Life Index van de OESO en de Satisfaction with Life Scale.

Opzet

Het experiment zou kunnen bestaan uit 2000 mensen in de behandelgroep en 2000 mensen in de controlegroep. Mensen die willekeurig worden geselecteerd uit de Nederlandse bevolking tussen 55 jaar en de AOW-leeftijd en die (gedeeltelijk) werkeloos zijn, krijgen de keuze om mee te doen. Dat houdt in dat ze minimaal 5 jaar lang een basisinkomen ontvangen, maar ook onder aangepaste belastingregels vallen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het wegvallen van zorg- en huurtoeslag. Zo kan zo veel mogelijk voorkomen worden dat het experiment minder inzichten geeft omdat mensen wel de lusten maar niet de lasten hebben. De overheid dekt de kosten uit algemene middelen. Om ervoor te zorgen dat de controlegroep een afspiegeling van de behandelgroep is, wordt eerst mensen gevraagd om mee te doen en worden mensen later verdeeld over de behandelgroep en de controlegroep.

De petitie is inmiddels gesloten.
Bekijk de eindstand en de overhandiging