Radar

toggle menu

Doorfokken

Kippen die bewust blind worden gefokt zodat ze elkaar niet meer kunnen pikken, varkens die zo gefokt zijn dat ze geen zin hebben naar buiten te gaan: consumenten willen graag zo min mogelijk betalen voor hun vlees, maar dat heeft ook consequenties.

Door nieuwe ontwikkelingen op het gebied van genetische manipulatie en genetische selectie kan het fokken van dieren veel sneller gaan. Daardoor komt de komst van het 'superdier' steeds dichterbij en worden er steeds meer producteisen in de dieren verwerkt. Allemaal met het doel: meer produceren door hetzelfde beest.

Maar moeten we dat wel willen? Filosoof Bas Haring is er duidelijk over.

Hoe ver mogen we gaan bij het fokken van dieren?

Velen van ons eten graag een stukje vlees en betalen hier het liefst niet te veel voor. Om aan die wens te voldoen wordt er zo efficiënt en effectief mogelijk vlees geproduceerd in wat we ook wel de bio-industrie noemen.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is de productie van vlees, zuivel en eieren behoorlijk veranderd. Er wordt nu veel meer en sneller geproduceerd en dat betekent dat er per kip, varken of koe meer vlees, eieren of melk wordt geproduceerd dan vroeger.

Dit resultaat wordt niet alleen behaald door een hoger aantal dieren, maar ook doordat de dieren zelf veel meer opleveren. Dat een dier nu meer oplevert komt doordat het gefokt is op bepaalde eigenschappen.

Hoe ver gaan we met dat fokken en wat betekent dit voor het welzijn van dieren? Mogen wij als mensen dieren maken met onnatuurlijke eigenschappen? Is het fokken van blinde kippen toegestaan als dit betekent dat de dieren elkaar dan niet meer pikken?

Is het welzijn van een blinde kip in de bio-industrie niet veel hoger dan van kippen die wel kunnen zien maar constant gepikt worden?

Traditioneel fokken

Dat fokken ging altijd op de ouderwetse manier: een koe met een bepaalde gunstige eigenschap werd gekruist met een stier met dezelfde gunstige eigenschap en zo ontstond er een kalf dat zeker deze eigenschap bezat.

Via deze traditionele wijze zijn er dieren ontstaan die veel meer kunnen produceren. Dit fokken gebeurt al lang niet meer op de boerderij zelf. Er zijn wereldwijd een paar bedrijven die zich toeleggen op het fokken.

Deze fokbedrijven verkopen het sperma of de kuikens aan boeren die vervolgens hun dieren daarmee bevruchten, respectievelijk daar broedeieren mee maken.

Eigenschappen toevoegen of eruit halen

De wetenschap staat echter niet stil en inmiddels is er zoveel bekend over het DNA van de productiedieren (zo worden dieren voor de bio-industrie ook wel genoemd) dat er veel sneller en effectiever geselecteerd en gefokt kan worden.

Het maken van dieren gaat dus veel sneller. Daarnaast zou het in de nabije toekomst ook goed kunnen dat het mogelijk wordt om het DNA van dieren te manipuleren en er bijvoorbeeld kunstmatig bepaalde eigenschappen uit te halen of aan toe te voegen.

Van dit laatste is in de Nederlandse praktijk nog geen sprake, maar in theorie zou dit al mogelijk zijn. Wel gaat het uitselecteren van bepaalde eigenschappen zo snel dat de dieren zodanig aangepast worden dat ze steeds meer en steeds sneller produceren.

'Totaal doorgeschoten'

Dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier maakt zich hier zorgen over. Zij vindt dat het dierenwelzijn totaal uit het oog wordt verloren. Zij stelt dat de doorgefokte dieren te veel produceren en daar onder lijden.

Zo zou de melkkoe van tegenwoordig zoveel melk geven dat alle energie van de koe gaat naar het produceren van melk. Het dier heeft daardoor nauwelijks energie, is constant moe en ziek en leeft ook veel korter.

Ook met kippen en varkens is het volgens Wakker Dier totaal doorgeschoten. Kippen groeien zo snel dat ze niet meer op hun poten kunnen staan. Varkens hebben tegenwoordig meer tepels en krijgen steeds meer biggen, zodat er uit een zwangerschap meer rendement wordt gehaald.

Dit heeft volgens Wakker Dier niets meer met de natuurlijkheid van dieren te maken. De organisatie maakt zich dan ook zorgen over de toekomst van het fokken. In een rapport dat vandaag verschijnt vraagt de organisatie hier aandacht voor. Link naar het persbericht.

Voordelen voor dier, boer en consument?

Er zijn echter ook mensen die anders tegen deze ontwikkelingen aankijken. Het fokken van dieren kan ook voordelen hebben voor het dierenwelzijn. Als je dieren kan maken die bijvoorbeeld minder vatbaar zijn voor ziektes, dan hoef je veel minder antibiotica te gebruiken.

Het welzijn van een dier wordt dan verhoogd doordat de dieren minder vaak ziek zijn. Ook kan het zijn dat er bijvoorbeeld veel economisch voordeel behaald kan worden door bepaalde eigenschappen te fokken, en dat is natuurlijk voor de boeren een voordeel.

En daarnaast ook voor de consument die graag een goedkoop stukje vlees op zijn of haar bord wil hebben. Hoe economischer er gefokt en geproduceerd kan worden, des te goedkoper het vlees in de supermarkt kan zijn.

Onnatuurlijke dieren

Ook kan het zijn dat het maken van 'onnatuurlijke' dieren een voordeel voor het dierenwelzijn met zich mee kan brengen. Het gaat dan eigenlijk over een ethisch vraagstuk: in hoeverre moet een productiedier een natuurlijk dier zijn.

Filosoof en wetenschapper Bas Haring heeft daar veel over nagedacht. Hij is lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden, een denktank die de overheid adviseert over allerlei zaken met betrekking tot dieren.

Volgens meneer Haring is het de vraag of dierenwelzijn en natuurlijkheid altijd hand in hand gaan. Een goed voorbeeld zijn bijvoorbeeld de stallen van Rondeel. In deze stallen, die door boeren en wetenschappers zijn ontwikkeld, worden op een onnatuurlijke manier kippen gehouden voor de productie van eieren.

Deze eieren mogen niet als biologisch verkocht worden, omdat de stallen niet natuurlijk zijn. Maar het zijn wel stallen die helemaal gemaakt zijn om de kip zoveel mogelijk welzijn te geven.

Zo hebben de stallen bijvoorbeeld een buitengedeelte dat is overdekt met gaas. Dit gaas is onnatuurlijk, in de natuur lopen kippen vrij rond.  Maar omdat de kippen het gevoel hebben dat ze niet in de open buitenlucht lopen zijn ze veel rustiger en niet steeds bang voor roofvogels. Het onnatuurlijke gaas werkt dus welzijnsverhogend.

Datzelfde zou ook met het fokken van dieren kunnen gebeuren. Het voorbeeld van de blinde kip is dan erg aansprekend. Een blinde kip is erg onnatuurlijk, maar omdat blinde kippen elkaar niet kunnen pikken, zou het welzijn in de stal verhoogd kunnen worden.

Overheid aan zet

Er zijn op dit moment geen regels voor hoe ver we mogen gaan met het fokken van dieren. De staatssecretaris vindt dat de sector zelf zeer goed in staat is om grenzen te bepalen aan wat ethisch verantwoord is.

Zowel Wakker Dier als de Raad voor Dierenaangelegenheden vindt dat er wel aanbevelingen en regels moeten komen voor hoe ver we moeten gaan. Het is ook een maatschappelijke discussie.

Meer over:

Lees ook

Reacties

Of praat mee op het forum
Op de vernieuwde Radar website kan er nog niet worden gereageerd op artikelen.

Ook interessant