Radar

toggle menu

Rashonden: het nut van de DNA-test

De gezondheid van rashonden is al jaren onderwerp van discussie. Door het fokken op uiterlijke kenmerken zijn er veel erfelijke aandoeningen in de raslijnen geslopen. Dit veroorzaakt veel leed bij de dieren en hun baasjes. Inmiddels is een aantal aandoeningen met behulp van DNA-testen op te sporen. Op die manier zouden deze ziektes uit het ras gefokt kunnen worden. Toch worden deze testen niet verplicht gesteld. Hoe komt dat?

DNA-testen zijn de inzet voor het gezond maken van de rashond. Sinds 1 juni 2014 wordt bij elke pup met stamboom die geboren wordt, DNA afgenomen. Dit wordt opgeslagen in een DNA-databank, waarmee op den duur grote hoeveelheden DNA beschikbaar zijn voor onderzoek. Deze databank moet in combinatie met de stamboekhouding van de Raad van Beheer, de koepelorganisatie, een belangrijk instrument vormen bij de preventie van erfelijke gebreken en aandoeningen bij rashonden. Dit is allemaal te lezen in het plan 'Fairfok', het projectplan voor de gezonde en sociale hond.

Maar wat als al lang bekend is wat het probleem is, wordt DNA dan nog steeds naar voren geschoven als de oplossing? Bij de Duitse Herder lijkt het tegendeel waar.

Slepen en waggelen

Leonoor Verhoef kocht in maart 2014 een Duitse herder, Aecio. Een vrolijke, speelse hond. Leonoor had plannen om de hond af te richten in de politietraining. 'Had plannen', want al na een paar maanden gaat Aecio vreemd lopen. Hij sleept met zijn poten, met zijn nagels over de grond. Hij waggelt met zijn achterkant en hoe langer hij loopt, hoe erger dat waggelen wordt.

Leonoor vermoedt dat Aecio last heeft van heupdysplasie, een veelvoorkomend probleem bij herders, en laat röntgenfoto’s nemen. De heupen en ellebogen blijken echter prima in orde. Vervolgens besluit Leonoor om de hond te laten checken op degeneratieve myelopathie, oftewel DM. Een bij Duitse herders bekende neurologische aandoening. Het blijkt dat Aecio, lijder is. Hij heeft van zowel de vader als de moeder het gen voor DM gekregen.

DM is te vergelijken met de spierziekte ALS. Het is een aandoening waarbij de hond langzaam maar zeker verlamd raakt aan de achterkant van zijn lijf. De honden hebben geen pijn, maar raken wel verlamd en kunnen op den duur niet meer zelfstandig lopen.

Dwerggroei

Volgens Hans Baaij, directeur bij Stichting Dier&Recht, heeft het ras de Duitse herder last van 68 erfelijke aandoeningen. DM is dus niet het enige probleem bij herders.

Daar weet Tanja Stoetman alles van, ze heeft twee Duitse herders die last hebben van hypofysaire dwerggroei. Honden met hypofysaire dwerggroei hebben een tekort van groeihormonen, waardoor de hond klein blijft. Daar hebben ze niet zo’n last van, maar ook de nieren en de lever ontwikkelen zich slecht. De hond gaat uiteindelijk meestal dood aan nierfalen, als deze tussen de 2 en 4 jaar oud is. Daarnaast hebben de honden ook huidproblemen en last van haaruitval.

Tanja richtte in 2010 Stichting Saartje op, vernoemd naar haar eerste hond met dwerggroei. Het doel van de stichting is dwerggroei onder de aandacht brengen. De aandoening is al tientallen jaren bekend, maar weinig zichtbaar. Volgens Stoetman is het een verborgen aandoening. 90 procent van de pups die geboren worden met dwerggroei gaan in de eerste week dood. De pups die blijven leven en daadwerkelijk verkocht worden, worden maximaal 4 jaar oud, dus het is weinig zichtbaar.

DNA-test kunnen ellende voorkomen

De Duitse herder is er dus slecht aan toe, terwijl er sinds vorig jaar zomer een nieuwe wet is die moet voorkomen dat er nog honden geboren worden met ernstige, erfelijke afwijkingen. Via DNA-testen kun je checken of de ouders drager of zelfs lijder zijn van een erfelijke aandoening, zoals DM of dwerggroei. Beide testen worden echter weinig ingezet.

Bij Leonoor Verhoef bleek dat haar hond lijder is van DM. Om lijder te zijn, moeten beide ouders het gen met de ziekte meegegeven hebben. In dit geval moeten beide ouders op zijn minst drager zijn van het gen met DM. De fokker had zijn honden nooit getest.

Dit geldt ook voor de testen op dwerggroei, ook deze worden nauwelijks toegepast in Nederland. Bij het fokken met Duitse herders wordt wel gekeken naar de ellebogen en de heupen van de hond. Maar daar houdt het op. Wanneer een hond daadwerkelijk ziek is geworden en DM heeft ontwikkelt, dan mag er niet meer mee gefokt worden. Voor die tijd hoeft niet gecheckt te worden of een hond drager of misschien zelfs lijder is. Ondanks het programma Fairfok waar de Raad van Beheer op inzet. En ondanks de wetgeving, waarmee duidelijk wordt aangegeven dat het verboden is om te fokken met gezelschapsdieren, wanneer het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen daardoor wordt benadeeld. Daarnaast moet voor zover mogelijk worden voorkomen dat ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen.

Herder is een 'gebrekkig product'

Dat de herdershond geen gezonde hond is, dat is inmiddels ook duidelijk bij rashondenvereniging de VDH, de Vereniging van Fokkers en Liefhebbers van Duitse Herdershonden. Leonoor krijgt bij de aankoop van Aecio een contract. Hierin staat zwart op wit dat ze een 'gebrekkig product' koopt.

'Shocking' aldus Hans Baaij: 'Wat zeggen ze nu in dit contract? De Duitse herder is een hond, een ras met erfelijkheidsproblemen. Koopt u een Duitse herder? De kans dat u daar ellende mee krijgt is groot, maar daar kunt u bij ons geen schadevergoeding voor krijgen, want dat had u kunnen weten.' Volgens Hans Baaij wordt met dit contract en het niet uitvoeren van de DNA-testen de wet overtreden en moet er snel actie worden ondernomen.

Lees het 'besluit houders van dieren' over fokken met rashonden
Lees de antwoorden op de vragen die we rasvereniging VDH hebben voorgelegd
Lees de reactie van staatssecretaris Sharon Dijksma

Meer over:

Lees ook

Reacties

Of praat mee op het forum
Op de Radar website moet je cookies accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant