Radar

toggle menu

De donkere kanten van de spaarlamp

Sinds 1 september is de verkoop van gloeilampen verboden. Winkels mogen hun voorraad nog opmaken, maar daarna mogen er alleen nog spaarlampen worden verkocht. Iedereen aan de spaarlamp: beter voor het milieu en goedkoper. Maar is dat wel zo? Besparen we echt zoveel energie?

Hoogleraar Elektrische Storingen Frank Leferink, van de Universiteit Twente onderzocht het stroomverbruik van spaarlampen. Volgens hem zijn de lampen niet zo zuinig als ze lijken. Voor een spaarlamp van 11 Watt is 27 voltampère nodig om die lamp te voeden en dat is meer dan de lamp levert aan licht.

Een gloeilamp van 40 Watt vraagt 40 voltampère. Dit is net zoveel als de lamp levert.  Normale netspanning ziet eruit als een mooie golf, wat het geval is bij een gewone gloeilamp. Een spaarlamp schakelt echter aan met een piek, een piekstroom die moet worden opgewekt. Die piek zorgt ervoor dat de spaarlamp niet zo zuinig is.

De spaarlamp is dus niet zo zuinig als het lijkt, maar die piekstroom heeft nog een ander nadeel. Door veel zuinige lampen te gebruiken worden er veel pieken opgewekt in het stroomnet. Hierdoor “vervuilt” het net, met het gevolg dat andere apparaten gestoord worden. Uit recent onderzoek naar noodstroomaggregaten van ziekenhuizen blijkt dat de aggregaten veel moeite hebben de piekstroom te leveren en werkt het noodstroomaggregaat niet meer. In de afgelopen 2 jaar is dat bij maar liefst 20 ziekenhuizen het geval geweest.

Kwik

Spaarlampen vervuilen dus het elektriciteitsnet en dat is niet zonder gevaren, maar er is nog een ander probleem. Spaarlampen bevatten elektronica en een kleine hoeveelheid kwik. Ook al is de hoeveelheid kwik klein, deze is niet ongevaarlijk.

In Duitsland is er in opdracht van het Umweltbundesamt, (het Duitse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) onderzoek gedaan naar het gehalte kwik dat vrijkomt als een spaarlamp breekt.

Professor Tunga Salthammer heeft proeven gedaan in een ruimte met onder andere laminaat en met vloerbedekking. Hieruit blijkt dat vooral bij het breken van een lamp op een laminaatvloer de concentratie kwik in de ruimte flink stijgt.

Er mag in een ruimte maximaal 300 nanogram kwik aanwezig zijn over lange tijd. Wanneer een spaarlamp breekt, wordt er 10.000 nanogram gemeten, wat dus maar liefst 33 keer te veel is. Als de ruimte niet wordt geventileerd blijft het kwikniveau dagenlang boven het Duitse ijkpunt van 300 nanogram. Dit ijkpunt geldt overigens in heel Europa als richtlijn. Professor Salthammer zegt dan ook dat je kinderen nooit met spaarlampen moet laten spelen, omdat het kan verkeerd aflopen als een lamp breekt.

Uit ons testpanel blijkt dit een reëel gevaar. Uit onze enquête blijkt dat er bij 16,6% van de 60.000 ondervraagden weleens een spaarlamp breekt. Het is erg belangrijk dat er juist gehandeld wordt bij het breken van een spaarlamp. Kinderen moeten de ruimte verlaten, de ruimte moet geventileerd worden en de scherven moeten met handschoenen aan opgeruimd worden. Dat weet bijna niemand in Nederland. Uit de enquête blijkt tevens dat 80% van onze testpanelleden niet weet hoe ze moeten handelen als een lamp breekt.

Onwetendheid

Ook de instanties die zouden moeten weten wat te doen als een spaarlamp breekt, hebben geen idee. De GGD, Consument en Veiligheid en zelfs het RIVM (de instantie die de aanbevelingen nota bene zelf heeft geschreven), weten niet dat deze aanbevelingen bestaan.

Alleen Milieucentraal raadt ons aan om na het breken van een lamp de ruimte te ventileren, maar geen van de instanties lijkt zich bewust van de gevaren van een kapotte spaarlamp.

U nu wel, u bent gewaarschuwd. 

Rapport RIVM

Het RIVM heeft richtlijnen gemaakt over hoe te handelen bij een gebroken spaarlamp. De aanbevelingen kunt u vinden vanaf pagina 63, bijlage 2.

Reacties

Of praat mee op het forum
Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant