toggle menu

Huisartsen weigeren VGZ-zorgcontract te tekenen

Een groep van ongeveer vijfhonderd huisartsen heeft het zorgcontract met verzekeraar VGZ niet ondertekend omdat de groep vindt dat de zorgverzekeraar zo te veel macht krijgt. Door dit conflict wordt bepaalde zorg niet meer vergoed. Wat betekent dit voor de patiënt?

Honderden huisartsen weigeren het zorgcontract met verzekeraar VGZ te ondertekenen. Ze hebben principiële bezwaren tegen een aantal bepalingen in dat contract. Het gaat voornamelijk om de bonus die artsen krijgen voor het zogenaamde doelmatig voorschrijven en het doorverwijzen naar artsenlaboratoria die VGZ als voorkeur aangeeft.

Het gaat vooral om huisartsen in Noord-Holland en Noord-Limburg. In huisartsenpraktijk Reuver in Noord-Limburg worden bepaalde behandelingen niet vergoed omdat het contract met de VGZ nog niet is getekend. Het gaat dan om kleine chirurgische behandelingen zoals het verwijderen van een verdachte moedervlek, een ingegroeide teennagel, het maken van een hartfilmpje of het afnemen van een longfunctietest. De praktijk geeft het de patiënten nu 'cadeau'. Een cadeau uit eigen zak, vindt de praktijk, want de patiënt betaalt immers al premie. De kosten voor deze behandelingen schiet de huisarts nu voor.

Financiële prikkel

De huisartsen verzetten zich tegen het doelmatig voorschrijven. Dit betekent dat de arts een bonus krijgt als hij het goedkoopste, generieke middel voorschrijft. De arts krijgt ook een bonus als hij of zij bloed- en urinemonsters naar het VGZ-voorkeurslaboratorium stuurt. Dit vertroebelt onnodig de arts-patiëntrelatie, vinden de huisartsen, want de financiële prikkel moet niet bij hun liggen. Hun belangrijkste taak is niet voldoen aan de vele voorwaarden van de zorgverzekeraar, maar de zorg voor de patiënt.

Minste bijwerkingen of bonus?

Martin Pijnenburg is patiënt bij huisarts Marlies Wegewijs in Reuver. Na veel uitproberen zijn ze nu op een medicijn uitgekomen waarvan Martin de minste bijwerkingen krijgt. Maar eigenlijk zou Wegewijs hem een generiek middel moeten voorschrijven, want daar krijgt ze een bonus voor.

Dit gaat volgens Wegewijs in tegen haar artseneed. De zorgverzekeraar gaat zo teveel op haar stoel zitten, vindt ze. Zij weet als arts heel goed hoe haar patiënt reageert op bepaalde medicijnen. En het is haar taak om dat te beoordelen. Nu komt er een financiële prikkel van de verzekeraar om toch iets voor te schrijven waarvan ze niet zeker weet of haar patiënt hier beter van wordt.

Patrick Albert is ook huisarts bij de praktijk in Reuver. Hij legt uit dat de verzekeraar een deel van het geld inhoudt. Geld dat bedoeld is voor de zorg. De arts krijgt er pas aan het eind van het jaar een deel van uitgekeerd, als hij volgens de verzekeraar zijn werk goed heeft gedaan. Zoals dus het voorschrijven van een bepaald medicijn of het doorverwijzen naar een bepaald onderzoekslaboratorium. Ook voor hem is dit onacceptabel.

Zorgvuldig afwegen kost teveel tijd

Zorgverzekeraar VGZ wil niet in individuele onderhandeling met de huisartsen omdat dit teveel tijd in beslag neemt. De huisartsen laten zich vertegenwoordigen door zorgmakelaar IHC maar VGZ kan niet met de zorgmakelaar in gesprek omdat dit kartelvorming in de hand zou werken. Intussen is het al eind januari en lopen de kosten in de praktijk steeds hoger op.

In de studio zijn Johan van Zeelst, manager Zorg van VGZ en Kees Koolbergen, huisarts in Alkmaar.

Updates ontvangen over dit onderwerp?

Wil je op de hoogte blijven van dit onderwerp? Download de gratis Radar-app en volg het onderwerp.

Reacties

Of praat mee op het forum
Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant