toggle menu

Varkensvlees te goedkoop?

Varkensvlees is regelmatig in de aanbieding. Prijzen van 5 euro per kilo zijn inmiddels geen uitzondering meer. Om zulk goedkoop vlees te kunnen leveren, moeten varkensboeren zeer efficiënt produceren. Kan dat wel? En wat betekent dit voor het welzijn van het varken?

Na de plofkip staat nu ook het plofvarken ter discussie. De supermarkten, veehouderij en welzijnsorganisaties hebben ingezet op de ‘kip van morgen’ en het ‘varken van morgen’ om het dierenwelzijn van de dieren en de milieueisen te verbeteren. 

Weinig voordelen voor consument

Consumenten vragen om steeds duurzamer geproduceerd vlees. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) gooit echter roet in het eten. De ACM stelt dat de kip van morgen te weinig voordelen heeft voor de consument. Zoals de plannen er nu voor staan, verdwijnt deze kip. Is hiermee ook een streep gezet door het varken van morgen?

De varkensboeren staat het water aan de lippen, omdat ze geen mogelijkheden zien nog goedkoper te produceren. Hans Baaij, directeur van Varkens in Nood, ziet het met lede ogen aan. Hij maakt zich zorgen over het welzijn van het varken in deze ratrace om het goedkoopste vlees.

Het varken van gisteren

Baaij vergelijkt het everzwijn; ‘het varken van gisteren’ en het huidige varken. Volgens Baaij lijkt een fokzeug in niets meer op zijn voorganger: het everzwijn. Een moderne fokzeug is meer dan twee keer zo groot, heeft tot wel zestien tepels in plaats van zo’n acht bij het everzwijn. Ze krijgt meer dan vijftien biggen per worp, vroeger waren dat er vijf. Ze weegt binnen een half jaar wel honderd kilo, terwijl vijftien kilo normaal is. De fokzeug wordt bovendien maximaal drie jaar oud, terwijl een zwijn wel vijftien jaar oud kan worden.

Inmiddels zijn er in Denemarken zeugen die veertig biggen per jaar krijgen. Waar ligt de grens? Met die vraag houden wetenschappers zich ook bezig. Volgens Baaij hebben de wetenschappers inmiddels aangegeven dat de grens ligt bij de baarmoeder. Zolang daar nog rek inzit, kunnen er meer biggen geboren worden.

De prijzen

De tijden dat varkens vrijuit in het bos konden rondlopen hebben we achter ons gelaten. Dat wil de vleessector ons althans doen geloven. Volgens hen is er geen weg meer terug.

We kopen drie soorten hamlappen, hele goedkope van de supermarkt, iets duurdere hamlappen van de slager en nog duurder van de scharrelslager.

Wat blijkt? De bewuste burger denkt best na over de verhouding tussen prijs, kwaliteit en duurzaamheid. Maar een verschil van zeven euro per kilo maakt de keus soms wel moeilijk. De consument komt pas in het geweer als de prijzen exorbitant stijgen. Dat is al tientallen jaren niet gebeurd. Sterker nog: wanneer je vleesprijzen uit de jaren zestig omrekent naar nu, kost een kilo hamlappen nu minder. In 1965 betaalde je voor een kilo hamlappen omgerekend vijftien euro, nu is de gemiddelde prijs acht euro per kilo.

Hoofd boven water

Varkensboer Carel van der Putten heeft naast zijn 2300 vleesvarkens ook nog asperges en aardbeien om het hoofd boven water te houden. Varkensboeren moeten volgens hem veel investeren om te voldoen aan de duurzaamheidseisen. De kosten zijn dus alleen maar gestegen, terwijl het vlees steeds goedkoper wordt.

Om deze prijsontwikkeling te kunnen blijven volgen, zijn boeren wel genoodzaakt de productie zo efficiënt mogelijk op te voeren. Met als gevolg dat varkens steeds meer biggen moeten werpen. Terug naar vroeger is geen optie, maar is er een uitweg uit deze impasse?

Boer Carel experimenteert met een alternatieve vorm van varkenshouden. Een klein deel van zijn varkens loopt lekker buiten in de wei, zoals we  het graag zien. Maar dan moeten zijn klanten wel de portemonnee trekken, een varken buiten in de modder kost nu eenmaal meer geld.

In de studio is Sjoera Dikkers Tweede Kamerlid voor de PvdA over hoe deze impasse te doorbreken.

Lees ook

Reactie: LTO, NVV en Varkens Vandaag

Reageer

Wil jij meepraten over dit onderwerp? Dat kan op ons forum!

Reageer op het forum

Ook interessant