toggle menu

Boeterente: deadline gehaald? - reactie AFM

Boeterente: deadline gehaald? - reactie AFM

Dit is de reactie van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) behorend bij het Radar-item over boeterente van 8 januari 2018.

'Introductie

De AFM heeft in maart 2017 de leidraad Vergoeding vervroegde aflossing van de hypotheek gepubliceerd. In deze leidraad is vastgelegd dat de te betalen vergoeding voor vervroegd aflossen transparant en eerlijk moet zijn, waarbij maximaal het financiële nadeel van de aanbieder in rekening gebracht mag worden. Met de leidraad geeft de AFM richting aan de regelgeving, die sinds juli 2016 van kracht is.

Voortgang

De AFM heeft bij hypotheekaanbieders aangedrongen op een spoedige implementatie van de leidraad en een correctie van te hoge vergoedingen die reeds door klanten betaald zijn. De aanbieders hebben hierbij zelf een deadline van 31 december 2017 gecommuniceerd. Het is teleurstellend dat een aantal aanbieders deze deadline nog niet heeft gehaald.

Onderzoek

De AFM is in het vierde kwartaal van 2017 een onderzoek gestart bij 15 verschillende hypotheekaanbieders. Wij onderzoeken of zij de uitgangspunten uit de leidraad naleven en niet meer in rekening brengen dan het geleden financiële nadeel. De onderzoeksresultaten worden naar verwachting in het tweede kwartaal van 2018 gepubliceerd. Afhankelijk van de uitkomsten worden mogelijke vervolgstappen bepaald. De AFM kan geen uitspraken doen over individuele aanbieders.

In het onderzoek kijken wij naar dossiers van klanten die vanaf medio 2017 een vergoeding voor vervroegde aflossing hebben moeten betalen. Daarbij gaat onze aandacht uit naar alle aspecten van de berekening, waaronder hoe wordt omgegaan met spaarhypotheken en risico-opslagen.

De informatieverstrekking van aanbieders is onderdeel van het onderzoek. Omdat ook wij signalen binnen krijgen dat deze niet altijd transparant is, publiceren wij binnenkort een voorbeeld aflosnota op de website van de AFM.

Specifiek over Beleggingsverzekeringen

Bij een (bank)spaarhypotheek moet de aanbieder voor de bepaling van het verloop van de hypotheek rekening houden met het opgebouwde spaargeld in het opbouwproduct. Daarnaast moet hij de afgesproken spaarbedragen beschouwen als een fictieve aflossing. De rentepercentages die de aanbieder ontvangt van de klant op de hypotheek en het rentepercentage dat de klant krijgt over het opbouwproduct, zijn bij een (bank)spaarhypotheek namelijk gelijk.

De aanbieder hoeft geen rekening te houden met het opgebouwde kapitaal in een beleggingsrekening of beleggingsverzekering. Het opgebouwde kapitaal komt in deze gevallen namelijk onafhankelijk van de hypotheek tot stand, omdat de inleg wordt belegd. Er is in de regel geen koppeling tussen de hypotheek en het opbouwproduct.

Bij hypotheken die een mengvorm zijn tussen een beleggingshypotheek en spaarhypotheek zal het afhangen van de constructie van de beide producten hoe het financiële nadeel wordt bepaald. Dit aspect wordt meegenomen in het lopende onderzoek van de AFM.'

Updates ontvangen over dit onderwerp?

Wil je op de hoogte blijven van dit onderwerp? Download de gratis Radar-app en volg het onderwerp.

Meer over:

Reacties

Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant