Hervorming geboortezorg: Vijf vragen en antwoorden

Hervorming geboortezorg: Vijf vragen en antwoorden

In 2010 werd bekend dat de babysterfte in Nederland, op vijf landen na, het hoogst was van heel Europa. Daarom komt minister Schippers met hervormingsregels. Maar wat verandert er precies en waarom leidt dit plan tot discussie?

Hoe werkt het in Nederland?

Momenteel is er in Nederland een strikte scheiding tussen de zogenoemde eerste en tweede lijn. Een zwangere vrouw komt eerst bij een verloskundige terecht (de eerste lijn). Als de verloskundige een reden ziet om de zwangere door te sturen naar het ziekenhuis, dan gaat zij naar de gynaecoloog (de tweede lijn). Deze doorverwijzing kan op elk moment gebeuren, dus ook tijdens de bevalling.

Wat is er mis met het huidige systeem?

Momenteel komt het voor dat een zwangere vrouw nooit een gynaecoloog ziet. De verloskundige doet de risicoselectie. Alle verantwoordelijkheid ligt dus bij één persoon. Er bestaat een strikte scheiding, waardoor verloskundigen minder snel geneigd zijn om door te verwijzen naar een gynaecoloog. Daarnaast, spelen ook financiële prikkels een mogelijke rol. Een voorbeeld: Een verloskundige krijgt het volledige 'bevallingstarief' uitbetaald als ze pas doorverwijst wanneer de bevalling is begonnen. Wanneer de verloskundige al eerder doorverwijst naar een gynaecoloog, krijgt de verloskundige slechts een deel van dat bedrag. Voor een verloskundige is het dus financieel gunstiger om pas op het laatste moment door te verwijzen.

Uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg blijkt dat de overdracht tussen de verloskundige en gynaecoloog in het ziekenhuis slecht verloopt in noodgevallen. Deze moeizame samenwerking wordt gezien als een van de belangrijkste oorzaken van de hoge babysterfte in Nederland.

Wat gaat er veranderen?

Het kabinet wil dat verloskundigen en gynaecologen meer gaan samenwerken, omdat dit mogelijk tot minder babysterfte leidt. Daarom introduceert minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een nieuw plan dat vanaf 2017 ingaat. Zo komt er één pot met geld waaruit de verloskundigen en gynaecologen beiden betaald moeten worden. Ze moeten onderling beslissen hoe ze dit geld gaan verdelen. Daarnaast wordt er met meerdere personen naar een zwangerschap gekeken, zodat niet alle verantwoordelijkheid bij één persoon ligt. Dit plan zal binnen drie tot vijf jaar landelijk moeten zijn ingevoerd.

Waarom leidt dit plan tot discussie?

De beroepsvereniging van verloskundigen, de KNOV, wil zelf de risicoselectie blijven doen. Ze zijn bang dat de nieuwe plannen leiden tot onnodige medicalisering van zwangerschappen. Dat betekent dat er voor elk probleem een medische oplossing wordt gevonden, terwijl dat in sommige gevallen misschien niet nodig is.

Daarnaast vinden de verloskundigen dat de veranderingen te snel gaan en dat er eerst meer onderzoek nodig is naar de effectiviteit van de plannen. Onlangs wees de beroepsvereniging een plan af waaraan ze, samen met gynaecologen, twee jaar hadden gewerkt. Vervolgens stapten ze uit het College Perinatale Zorg, dat als doel heeft de babysterfte te bestrijden. De verloskundigen zijn bang dat zij het onderspit delven en dat de macht bij gynaecologen komt te liggen. Ook denken ze dat de zwangere vrouw minder keuzevrijheid krijgt bij de manier en plaats van bevallen.

Wat zegt Schippers erover?

Minister Schippers vindt dat een samenwerkingsverband de positie van de verloskundige juist versterkt. Zo moet de verloskundige vertegenwoordigd zijn in het bestuur van een samenwerkingsverband. Daarnaast krijgt de verloskundige, als er één gezamenlijk tarief per bevalling is afgesproken, ook uitbetaald als hij of zij geen werk heeft geleverd. Als de Tweede Kamer instemt met het plan, dan zullen de bedragen binnenkort bekend worden gemaakt.

Bron: Volkskrant / RTL / NRC / Kamerstukken

Ook interessant