toggle menu

Hoe gezond is babyvoeding?

Vanaf 4 maanden mag je je baby langzaamaan laten wennen aan vast voedsel. Een hele stap voor jou en je kleintje! Natuurlijk kun je die hapjes zelf maken, maar je kunt ook kiezen voor kant en klare babyvoedingsproducten. De winkels liggen er immers vol mee: potjes fruit en groente, slaappapjes, opvolgmelk met fruitsmaak, baby's eerste koekjes en ga zo maar door. Het is echter aan te raden om verder te kijken dan de voorkant van de verpakking.

De claims op de verpakkingen van dit soort producten spelen namelijk in op de onzekerheden van jonge ouders. Ze beloven dat hun product helpt om het kindje te laten doorslapen of dat hun product alle vitamines en mineralen bevat die de baby nodig heeft. Ze presenteren het zo dat je als ouder het gevoel krijgt dat je daar niet aan kan tippen met een zelfgemaakt prakje. Of ze laten het product gezond lijken door erop te zetten dat het alleen natuurlijke suikers bevat. Maar suiker is suiker.

Natuurlijk instinct: zoet is goed

Een baby heeft een natuurlijke voorkeur voor zoet. Hij heeft een natuurlijk instinct dat hem vertelt dat een zoete smaak betekent dat het eten koolhydraten bevat en koolhydraten helpen hem groeien. De smaken bitter en zuur betekenen 'gevaar': in de natuur waarschuwen deze smaken vaak voor giftige stoffen. Suiker is dus niet perse verkeerd: de baby heeft het nodig. Maar wel met mate.

Suiker kan in allerlei verschillende benamingen op de verpakking staan – de een herkenbaarder dan de ander. Voorbeelden:

  • kristalsuiker
  • basterdsuiker
  • kandij
  • geleisuiker
  • vanillesuiker
  • glucosestroop
  • fructosestroop
  • dextrose
  • druivensuiker
  • sacharose
  • sucrose
  • melassestroop
  • invertsuiker
  • rietsuiker

Het is dus belangrijk om verder te kijken dan de claims op de verpakking.

En hoe zit het met de smaak van dit soort producten?

Smaken afwisselen

Baby’s hebben vanaf de geboorte duizenden smaakpapillen. Dat zijn er veel meer dan volwassenen hebben. Daardoor heeft een baby de voorkeur voor milde smaken.

De smaakpapillen nemen snel af: met tien jaar is er nog maar de helft over en op je dertigste heb je nog maar 250 smaakpapillen. Het is dus niet verstandig om baby’s zout te geven of sterk gekruid eten. Maar het is wel goed om ze zoveel mogelijk verschillende smaken voor te schotelen. Zo heb je de grootste kans dat hij later alles lust.

De smaak van potjesvoeding is echter ook een onderwerp van kritiek. Die komt uit de hoek van voedingsdeskundigen, zoals het Voedingscentrum en kinderdiëtiste Nienke Werdsma onderschrijven dit.

De smaak van dit soort potjes is namelijk vaak nogal vlak en weeïg. Baby's die alleen maar potjes voorgeschoteld krijgen, leren bijvoorbeeld niet hoe een stukje broccoli echt smaakt. Zij zijn dan ook grote kanshebbers om op latere leeftijd last te krijgen van het 'lust ik niet-syndroom'.

Een ander punt is dat de inhoud van de potjes zo glad van structuur is, dat de baby niet leert kauwen. De fabrikanten proberen dit te compenseren door stukjes toe te voegen aan het gladde mengsel, maar het is niet wetenschappelijk bewezen dat baby's daardoor wel leren kauwen.

Volgens kinderdiëtist Nienke Wierdsma kun je het eten voor je baby beter zelf maken, en dat dan iets minder fijn pureren.

Overgewicht bij kinderen

Er is nooit onderzoek gedaan naar een verband tussen het eten van veel kant en klare babyproducten en overgewicht bij jonge kinderen. Bij kinderen tot 2 jaar wordt sowieso niet gesproken over overgewicht. Daarboven wel, en kinderen in de leeftijdscategorie van 2 tot 6 jaar zijn meteen het meest vatbaar voor overgewicht. Als een kind in die leeftijdsgroep sneller gewicht aanneemt dan lengte, is het zeer waarschijnlijk dat het later overgewicht krijgt.

Nienke Wierdsma, kinderdiëtist: 'Overgewicht is het gevolg van structureel meer energie opeten dan verbruiken, ongeacht of die nu uit suiker, vet, zetmeel of alcohol komt. Het gaat dus niet puur om suiker, maar om de totale optelsom in relatie tot het verbruik, en daar zit, gemeen genoeg, individuele variatie in. Niet iedereen wordt dus even snel "te dik" van te veel eten.'

Wierdsma vervolgt: 'In de loop der jaren zijn er verschuivingen opgetreden in wat we 'normale gewoonten' vinden. Bijvoorbeeld: Geen kopje thee met een meelkoekje uit de trommel, maar een glas (dik)sap met een zakje kinderkoekjes als tussendoortje. Ik verwacht dat, op groepsniveau, het geven van een energierijke avondpap, op het moment dat een kind eigenlijk niet meer zou moeten eten, ook zo'n "verschuiving" zou kunnen zijn die, aan het einde van de optelsom, ertoe leidt dat kinderen meer energie opeten dan wat ze nodig hebben.'

Overgewicht in cijfers

In juni 2010 zijn de eerste cijfers van de Vijfde Landelijke Groeistudie gepresenteerd door TNO. TNO heeft samen met het VUMC (Medisch centrum van de Vrije Universiteit) en het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) ruim 20.000 kinderen onderzocht op overgewicht. Uit de cijfers blijkt dat kinderen in Nederland beduidend dikker zijn geworden in afgelopen jaren. Zo had in 1997 9,4% van de Nederlandse jongens overgewicht, in 2010 13,3%.

Overgewicht kwam in 1997 bij 11,9% van de Nederlandse meisjes voor en dat is gestegen naar 14,9 % in 2010.

Ook interessant