Radar

toggle menu

Uitspraak Hoge Raad in Dexia-zaak

De uitspraak van de Hoge Raad in de Dexia-zaak en twee andere effectenleasezaken komt, kort samengevat, op het volgende neer.

Als de financiële positie van de afnemer bij het sluiten van de contract(en) niet voldoende was om aan de betalingsverplichtingen (termijnbetalingen + mogelijke restschuld) te voldoen, had Dexia het sluiten van de contract(en) moeten afraden. Door dat niet te doen, is Dexia de zorgplicht ten opzichte van de afnemer niet nagekomen en komt een deel van het verlies (inleg + restschuld) voor rekening van Dexia.

De Hoge Raad geeft daarbij als richtlijn aan dat in dit soort gevallen 60% van de schade (inleg + restschuld) voor rekening van Dexia komt en 40% voor rekening van de afnemer.

Als de financiële positie van de afnemer bij het sluiten van de contract(en) zodanig was dat hij het totale mogelijke verlies wel kon opvangen, dan komt tweederde van de restschuld voor rekening van Dexia en blijft eenderde van de restschuld alsmede het verlies van de inleg voor rekening van de afnemer. In veel zaken geldt dat het mogelijke verlies aanzienlijk hoger was dan het werkelijke verlies.

Eegasituatie

Als in uw geval de eega-situatie van toepassing is (het ontbreken van de handtekening van uw echtgeno(o)t(e)), dan zal in de procedure op dat argument een beroep worden gedaan. Als dat beroep slaagt, komt het bovengenoemde argument van de zorgplicht niet meer aan de orde.

Lees meer over deze en aanverwante aandelenlease-zaken:

Gerelateerd

Reacties

Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant