Onvindbaar voor je stalker? Voor veel vrouwen is dat in Nederland onmogelijk

Stalker En Vrouw

Ondanks meerdere verhuizingen en afgeschermde persoonsgegevens blijft Petra* vindbaar voor haar stalker. Ze wordt al jaren gestalkt. Om veilig te blijven verhuisde ze meerdere keren, schermde haar adres af bij de gemeente en probeert online zo min mogelijk sporen achter te laten. Toch ontdekte ze dat ze met een paar klikken weer vindbaar is, via websites die kadastrale gegevens combineren en doorverkopen.

“Ik doe alles wat mij wordt geadviseerd,” zegt ze. “Maar het systeem blijft mij volgen.”

Openbare registers: ooit logisch, nu ook een risico

In Nederland zijn gegevens over woningbezit al decennialang openbaar. Het Kadaster is wettelijk verplicht die informatie beschikbaar te houden om rechtszekerheid te bieden bij vastgoedtransacties. Die openbaarheid is ontworpen in een tijd van papieren archieven, waarin iemand doelgericht zocht naar een perceel of akte.

In een digitale omgeving krijgt datzelfde systeem een andere lading. Gegevens zijn snel doorzoekbaar, eenvoudig te combineren en tegen betaling verder te verrijken. Wat ooit bedoeld was voor transparantie, kan voor mensen in gevaar een direct veiligheidsrisico vormen.

Dat ervaart Petra ook. “Ik verhuis, maar het systeem verhuist met me mee,” zegt ze. Ze kan haar adres in de Basisregistratie Personen (BRP) laten afschermen, maar dat biedt weinig bescherming zolang eigendomsgegevens en historische registraties elders blijven opduiken.

Afscherming bestaat nauwelijks voor mensen met een veiligheidsrisico

Bij het Kadaster is afscherming van persoonsgegevens momenteel alleen mogelijk voor een zeer beperkte groep, zoals mensen die vallen onder het stelsel Bewaken en Beveiligen. Slachtoffers van stalking komen daar in de praktijk vrijwel nooit voor in aanmerking.

Ook bij de Kamer van Koophandel (KvK) kunnen adressen worden afgeschermd, maar alleen onder specifieke voorwaarden. Bij een eenmanszaak kan een bezoekadres worden verborgen als er een postadres beschikbaar is. Bij andere rechtsvormen is bewijs van concrete dreiging nodig en moet binnen drie weken een alternatief adres worden geregeld.

Voor mensen die plotseling moeten vluchten, of geen middelen hebben voor een postadres, zijn die voorwaarden vaak niet haalbaar.

“Er is geen systeem dat zegt: deze persoon loopt gevaar”

SafetyNed, een organisatie die slachtoffers van stalking ondersteunt, herkent dit probleem.

“Adressen zijn via verschillende bronnen alsnog te achterhalen,” zegt de organisatie. “Dat kan een stalker nieuwe middelen geven om iemand te blijven volgen. Het probleem is dat er geen systeem bestaat waarin slachtoffers kunnen aangeven dat hun gegevens vanwege veiligheidsrisico’s niet automatisch mogen worden verstrekt.”

SafetyNed pleit daarom voor een extra beschermingslaag: een tussenstap waarin mensen die aantoonbaar gevaar lopen kunnen worden uitgesloten van automatische openbaarheid. Zo’n voorziening bestaat nu niet. Slachtoffers zijn daardoor afhankelijk van uitzonderingsregels die vaak niet aansluiten bij langdurige stalking of structurele dreiging.

Toezichthouder waarschuwt hier al jaren voor

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ziet Petra’s situatie niet als een incident, maar als een structureel probleem. Al in 2022 waarschuwde de toezichthouder dat gegevens uit het Kadaster en het Handelsregister worden gebruikt voor doxing en intimidatie. Volgens de AP zijn deze persoonsgegevens “zonder goede reden te makkelijk toegankelijk”.

AP-voorzitter Aleid Wolfsen zei destijds dat de overheid “de hand in eigen boezem moet steken”, omdat zij zelf persoonsgegevens publiceert die vervolgens tegen burgers kunnen worden gebruikt. In 2024 herhaalde de AP dat het Kadasterbesluit moet worden aangepast, omdat slachtoffers van bedreiging onvoldoende worden beschermd.

Die aanpassingen zijn aangekondigd, maar nog niet van kracht.

“Elke keer dat ik verhuis, lijkt het systeem me opnieuw in te halen”

Petra vertelt dat elke verhuizing voelt als een nieuwe poging om ademruimte te creëren. Toch duikt informatie over haar steeds weer op, via oude registraties of commerciële dataplatforms.

Het kost haar enorm veel energie. Ze moet zich voorbereiden op elk telefoontje, raakt snel overbelast en leeft al jaren in een constante staat van alertheid.

“Ik heb niet de luxe om één fout te maken,” zegt ze. “Als mijn adres ergens opduikt, is de spanning meteen terug.”

Een netwerk van registraties maakt iemand toch vindbaar

Het probleem zit niet in één register. Het ontstaat doordat verschillende systemen elkaar versterken. Iemand kan in de BRP zijn afgeschermd, maar via kadastrale gegevens alsnog vindbaar zijn. En zelfs wanneer die informatie wordt beperkt, kunnen oude bedrijfsregistraties, commerciële databanken of historische datasets opnieuw een spoor vormen.

Zo ontstaat een netwerk waarin kleine stukjes informatie elkaar aanvullen. Wat op de ene plek wordt weggehaald, duikt elders weer op. Voor mensen die proberen te verdwijnen, voelt dat als een onontkoombare zichtbaarheid.

“Ik wil niet dat mijn veiligheid wordt afgewogen tegen commerciële belangen”

Petra verwacht niet dat openbaarheid volledig kan verdwijnen. Maar ze begrijpt niet waarom commerciële platforms haar gegevens mogen verhandelen terwijl zij aantoonbaar gevaar loopt.

“Ik ben niet tegen openbaarheid,” zegt ze. “Maar wel tegen openbaarheid zonder bescherming voor mensen zoals ik.”

Nieuwe regels in de maak, maar pas vanaf 2026

Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) laat weten dat er wordt gewerkt aan een wijziging van het Kadasterbesluit. Die moet het mogelijk maken om kadastrale persoonsgegevens af te schermen voor mensen bij wie sprake is van een waarschijnlijke dreiging of bedreiging, bijvoorbeeld na aangifte bij de politie. Ook wordt de mogelijkheid om op naam te zoeken beperkt tot professionele gebruikers.

Volgens het ministerie kan deze wijziging naar verwachting in de loop van 2026 in werking treden. Eigen regie voor burgers, waarbij iemand zelf kan aangeven dat zijn of haar gegevens niet automatisch openbaar mogen worden, komt er niet. De beslissing over afscherming blijft een overheidsbesluit.

Tot die tijd verandert er weinig voor mensen zoals Petra.

De rode draad: iedereen ziet het probleem, niemand beschermt volledig

We ontvingen reacties van het Kadaster, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Kamer van Koophandel, SafetyNed en het ministerie van VRO. De rode draad is opvallend consistent. Iedereen erkent de risico’s, iedereen wijst op dezelfde kwetsbaarheden, maar het systeem biedt nu geen volledige bescherming voor mensen die worden gestalkt.

Het stelsel is ontworpen voor een tijd waarin gegevens niet digitaal te koppelen waren. Voor mensen in gevaar werkt het daardoor niet preventief, maar pas achteraf, als de schade al is aangericht.

Petra verwoordt het zo: “Als het misgaat, kan ik het niet navertellen. En ik wil niet dat een systeem waarvoor ik nooit gekozen heb daaraan bijdraagt.”

* Naam bekend bij de redactie, om veiligheidsredenen gewijzigd.