Reactie Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Reactie Ministerie Van Infrastructuur En Waterstaat

In de uitzending van maandag 25 mei 2026 bespreken we de luchtkwaliteit in Nederland en hoe schadelijk fijnstof is voor je gezondheid. We hebben het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om een reactie gevraagd. Die lees je hier. 

  • Wat doet de overheid om de luchtkwaliteit te verbeteren?

Er is beleid en wet- en regelgeving gericht op 1) het terugdringen van de uitstoot van schadelijke stoffen in alle sectoren, zoals verkeer, industrie en landbouw, en 2) het realiseren van maximale concentraties (grenswaarden) van luchtvervuilende stoffen in de buitenlucht die we inademen. Veelal gaat het om wet- en regelgeving die is afgesproken op Europees niveau, en waar we in eigen land als Rijk, provincies en gemeenten invulling aan moeten geven en maatregelen voor moeten nemen.

Naast het voldoen aan de wettelijke vereisten , werken Rijk, 139 gemeenten en alle provincies vrijwillig samen in het Schone Lucht Akkoord. Doel is 50 % gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016, door het verlagen van emissies en het verbeteren van de luchtkwaliteit, ook op plaatsen waar de grenswaarden al gehaald worden.

 

  • Hoe wordt dat gehandhaafd?

Er zijn uitstootnormen voor onder andere bedrijven en wegvoertuigen. Bedrijven krijgen alleen een vergunning van provincies of gemeenten als zij zich aan deze uitstootnormen houden. Omgevingsdiensten voeren de taken rond Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving uit. Voertuigen mogen alleen de weg op als ze voldoen aan  de normen.

Het Rijk zorgt voor monitoring waardoor overal in Nederland het inzicht bestaat of de concentraties van de belangrijkste luchtvervuilend stoffen onder de Europees afgesproken grenswaarden blijven. In het luchtmeetnet meet het RIVM, in samenwerking met onder andere Omgevingsdiensten en GGD’s of dat het geval is. De resultaten van metingen worden, in combinatie met modelberekeningen, jaarlijks gerapporteerd aan de Europese Commissie en zijn ook openbaar toegankelijk. In geval van overschrijdingen heeft het bevoegd gezag (gemeenten en rijk) een programmaplicht waarmee zo snel mogelijk weer aan de grenswaarden wordt voldaan.

 

  • Welke sancties kan de overheid opleggen als bedrijven en/of burgers te veel uitstoten en/of zich niet aan de maatregelen houden? 

Binnen het stelsel van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving verstrekken overheden omgevingsvergunningen, waarin is vastgelegd wat bedrijven maximaal kunnen uitstoten. Als bedrijven zich daar niet aan houden kunnen overheden onder andere lasten onder dwangsom opleggen en in het uiterste geval een vergunning intrekken. Rijk en provincies en gemeenten werken als partners samen om de luchtkwaliteit goed te houden en spreken elkaar daarop aan.

 

  • Gemeenten hebben begin dit jaar gevraagd om te starten met een landelijke aanpak. Wat is de laatste stand van zaken daaromtrent?

Gemeenten hebben samen met provincies in een position paper inderdaad gevraagd om een zogenaamde programmatische aanpak, om samen ervoor te zorgen dat de nieuwe, aangescherpte EU-grenswaarden die vanaf 2030 gelden, behaald worden. Rond de zomer wordt de kamer ingelicht over de stand van zaken.

 

  • Wat zou dit betekenen voor maatregelen zoals een verbod op houtstook of het instellen van een emissievrije zone? Oftewel, gaan die dan eenduidig en landelijk gelden?

De verantwoordelijkheid om maatregelen te nemen bij dreigende overschrijdingen van de grenswaarden ligt op grond van de Omgevingswet soms bij het Rijk, en soms bij gemeenten of provincies. Sommige (generieke, landelijk geldende) maatregelen kunnen landelijk genomen worden, maar het is ook aan gemeenten en provincies om lokaal maatregelen te nemen. Het Rijk biedt waar mogelijk een faciliterende rol.

 

  • Wat vindt u van het standpunt dat een dergelijke nationale aanpak de verschillen tussen de gemeenten kleiner zou kunnen maken. Zodat het qua luchtkwaliteit en gezondheid niet uitmaakt in welke gemeente men woont.

Luchtvervuiling houdt zich niet aan lands-, provincie- en gemeentegrenzen. De concentraties in de buitenlucht van luchtvervuilende stoffen op een plaats in Nederland zijn het resultaat van de optelsom van internationale, nationale en regionale achtergrondconcentraties en lokale emissiebronnen. Deze lokale bronnen kunnen op specifieke plaatsen, zoals in de nabijheid van een weg, industriële installatie, of landbouwbedrijf de concentratie verhogen. Een (inter-) nationale aanpak kan via generieke maatregelen de achtergrondconcentraties verlagen. Vaak is echter een lokale aanpak nodig voor het wegwerken van de pieken die worden veroorzaakt door lokale bronnen.

 

  • Waarom is er nu geen landelijk beleid op voornoemde maatregelen? 

Er is zowel internationaal en Europees, als nationaal en lokaal beleid. Met de Omgevingswet zijn bevoegdheden veelal decentraal belegd. Dit neemt niet weg dat de landelijke overheid generieke maatregelen neemt, die vaak worden vastgelegd in wet- en regelgeving, zorg draagt voor het systeem inclusief monitoring, en een stimulerende en faciliterende taak op zich neemt, bijvoorbeeld door in het Schone Lucht Akkoord gemeenten te helpen om maatregelen te nemen en daarover kennis te delen.

 

  • Waarom is deelname aan het Schone Lucht Akkoord vrijwillig?

Het Schone Lucht Akkoord is een vrijwillig samenwerkingsverband van Rijk, provincies en gemeenten met ambitie op het terrein van schone lucht. Het gaat hierbij om bovenwettelijke ambitie, die een stap verder gaat dan EU- en nationale wetten voorschrijven. Het Rijk wil provincies en gemeenten niet verplichten verder te gaan, omwille van de wenselijkheid van het behoud van een gelijk speelveld in Europa voor burgers en bedrijven en behoud van de mogelijkheid om bijvoorbeeld woningen te bouwen.

 

  • Hoe groot is de kans dat de gemeenten in 2030 aan de verscherpte Europese norm kunnen voldoen?

Analyses van het RIVM laten zien dat we met het beleid dat nu al uitgevoerd wordt en ontwikkeld wordt in het kader van schone lucht, maar bijvoorbeeld ook rond stikstof, energie en klimaat, al flinke stappen zetten. Op de meeste plaatsen is het haalbaar. Er zullen op sommige plaatsen wel extra maatregelen nodig zijn, zeker om ook op tijd (in 2030) aan de nieuwe normen te kunnen voldoen. Omdat bijvoorbeeld het aandeel elektrisch aangedreven voertuigen van het totaal ook na 2030 nog groeit, wordt ook na 2030 nog verdere verbetering van de luchtkwaliteit verwacht.

 

  • Hoe gaat Nederland ervoor zorgen deze norm te halen?

Met het huidige en geplande beleid zijn we dus al goed op weg. Op dit moment wordt gekeken welke extra inzet of innovatie nodig is. Rond de zomer wordt de Tweede Kamer daarover geïnformeerd.

 

  • Deskundigen wijzen erop dat bij de verscherpte Europese normen de lucht nog steeds ongezond is. Wat is uw reactie daarop? 

De nieuwe Europese normen die gelden vanaf 2030 vormen een flinke aanscherping ten opzichte van de huidige normen. Het handhaven van deze nieuwe normen levert daarmee  gezondheidswinst op. De nieuwe normen zijn daarmee een belangrijke mijlpaal op weg naar die advieswaarden van de WHO, die in 2050 behaald moeten worden (de ‘Zero Pollution Ambition’).

 

  • De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert strengere gezondheidsnormen voor fijnstof. Deskundigen adviseren om deze WHO-advieswaarden als richtlijn te nemen. Wat is uw reactie daarop? 

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2021 nieuwe advieswaarden opgesteld. Dit zijn geen normen. Het is vervolgens aan overheden om deze adviezen mee te wegen in hun afweging bij het verder aanscherpen van bestaande normen. Met de herziene EU-richtlijn Luchtkwaliteit heeft in Europees verband recent een weging plaatsgevonden, met oog voor gelijk speelveld en haalbaarheid.  De  daarin opgenomen aangescherpte grenswaarden zijn wat Nederland betreft ambitieus, maar tegelijkertijd ook haalbaar. Overname van de advieswaarden van de WHO als norm voor 2030 ziet Nederland niet als haalbaar.

 

  • Waarom streeft Nederland niet naar het voldoen aan deze WHO norm? 

Nederland vindt de aangescherpte grenswaarden vanaf 2030 uit de herziene richtlijn Luchtkwaliteit ambitieus en tegelijkertijd haalbaar. De advieswaarden van de WHO zijn in de richtlijn Luchtkwaliteit vastgelegd als einddoel voor 2050 en daar wordt binnen de kaders van de richtlijn ook al naar toegewerkt. Europese landen, waaronder Nederland zullen er na 2030 naar streven om dat einddoel in 2050 te kunnen halen.