Reactie Sophie Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

In de uitzending van maandag 18 mei 2026 besteedt Radar aandacht aan energiedrankjes en hoe slecht die voor kinderen zijn. We hebben Sophie Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, om een reactie gevraagd. Haar reactie lees je hieronder.
- Kunnen jullie toelichten hoe de besluitvorming rondom de inhoud van het Nationaal Preventieakkoord destijds is verlopen?
- In hoeverre is de consumptie van energiedrankjes onder jongeren onderdeel geweest van de gesprekken in aanloop naar het akkoord?
- In 2018 werd gesproken over mogelijke maatregelen of een restrictiever verkoopbeleid. Waarom heeft dit uiteindelijk geen plek gekregen in het Preventieakkoord?
- Wat waren de belangrijkste overwegingen om geen afspraken over energiedrankjes op te nemen in het Preventieakkoord?
Antwoord minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
De inzet van het Nationaal Preventieakkoord was het bij elkaar brengen van een brede coalitie van partijen die zicht op preventie op het gebied van roken en alcoholgebruik en het terugdringen van overgewicht bij kinderen en volwassenen. Hiervoor hebben gesprekken en onderhandelingen plaatsgevonden, met een gedragen pakket aan acties als resultaat.
Voorbeelden hiervan zijn: het streven naar jaarlijkse consumptiegroei van Schijf van Vijf producten in supermarkten, horeca en catering; gezonde schoolkantines; de inzet om drinkwater makkelijker beschikbaar te maken; het beperken van marketing van ongezonde producten gericht op kinderen.
Wat betreft het restrictiever verkoopbeleid: Nederlandse frisdrankfabrikanten hebben met het Nationaal Preventieakkoord de afspraak gemaakt om geen traditionele suikerhoudende frisdranken aan scholen te verkopen. Enkel nog water en calorievrije of laagcalorische frisdrank. De verwachting was dat de sector zélf verantwoordelijkheid neemt, en dat gebeurt: zo zijn er aanvullende maatregelen op energiedrankjes aangekondigd (niet de gehele sector, enkel een aantal supermarkten) en had de sector al een eigen marketingcode (hierover meer in onderstaand antwoord).
- Zien jullie aanleiding om alsnog maatregelen te nemen, bijvoorbeeld op het gebied van verkoop aan jongeren?
- In 2018 gaf Paul Blokhuis aan dat onder andere de jeugdgezondheidszorg en huis- en kinderartsen alerter moeten zijn op overmatige consumptie van energiedrankjes. Daarnaast stelde hij dat het Voedingscentrum de bestaande adviezen beter onder de aandacht moest brengen. In hoeverre is deze aanpak op dit moment nog steeds effectief en passend?
- In andere landen gelden al beperkingen op energiedrankjes voor jongeren. Waarom blijft Nederland volgens jullie hierin achter?
- Welke verantwoordelijkheid ziet het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor zichzelf als het gaat om het beperken van gezondheidsrisico’s?
Antwoord namens minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Dit kabinet werkt aan de gezondste generatie. Daarvoor maakt dit kabinet het makkelijker om een gezonde keuze te maken. Mensen hebben daarbij zelf keuzevrijheid. Dit kabinet is geen voorstander van een samenleving waarbij álle producten die worden afgeraden, verboden moeten worden. Er is in Nederland geen wetgeving die de verkoop van energiedrankjes aan minderjarigen verbiedt. Wat er wel gebeurt vanuit wetgeving:
- Het is verplicht dat op het etiket vermeld staat, als de frisdrank een hoog cafeïnegehalte heeft, dat het niet aanbevolen wordt voor kinderen of zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven.
- Ik ben bezig met een voorgenomen wetsvoorstel om de marketing van alle ongezonde producten gericht op kinderen te beperken.
Dit laatste komt bovenop al bestaande afspraken vanuit de sector:
- De frisdrankindustrie heeft een marketingcode waarin zij aangeven marketingactiviteiten niet te richten op kinderen (onder de 18 jaar).
- Ten tijde van het Nationaal Preventieakkoord kondigde een aantal supermarkten aan geen energiedrankjes meer te gaan verkopen aan klanten onder de 14 jaar.
Ook heeft het Voedingscentrum, het instituut wat adviseert over gezonde voeding, een advies over energiedrankjes voor kinderen: Voor jongere kinderen worden energiedrankjes afgeraden, vanaf 13 zou maximaal één blikje per dag veilig gedronken kunnen worden, maar het staat niet in de Schijf van Vijf.
Mensen hebben dus keuzevrijheid. Met betrekking tot kinderen verwacht ik een rol van ouders. De jeugdgezondheidszorg en andere lokale professionals hebben inderdaad ook een belangrijke rol bij het signaleren van problematiek bij jongeren. Uit het RIVM-onderzoek uit 2018 bleek dat hogere consumptie van energiedrankjes vaak samengaat met ander risicogedrag, zoals roken en alcoholgebruik. Eén product uit de omgeving van jongeren halen, is echter vaak niet dé oplossing om probleemgedrag tegen te gaan. Dan komt er weer een ander product in de plaats.