Reactie Sophie Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

In de uitzending van maandag 28 september 2026 kaart Radar aan dat veel mensen die incontinentiemateriaal nodig hebben, niet altijd voldoende geleverd of vergoed krijgen. We hebben Sophie Hermans, de minster van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een reactie gevraagd. Deze lees je hier.
“Mensen moeten het incontinentiemateriaal krijgen dat zij nodig hebben. Het is niet de bedoeling dat leveranciers of zorgverzekeraars het professionele advies van zorgverleners terzijde schuiven. Er zijn inmiddels afspraken en nieuwe regels, maar daarmee zijn de problemen nog niet volledig opgelost. Daarom zal ik de signalen uit deze enquête delen met de betrokken organisaties en de NZa. Die kan als toezichthouder ingrijpen als zij dat nodig acht.”
Antwoorden op de vragen:
Wat vindt u van de uitslagen van deze enquête?
Ik vind het erg vervelend dat mensen met incontinentieproblemen soms niet genoeg materiaal krijgen. Er zijn met de betrokken partijen afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat mensen juist wél het passende materiaal krijgen. Deze afspraken zijn gemaakt om de problemen die jullie schetsen zoveel mogelijk te voorkomen. Ik zal de resultaten van deze enquête daarom delen met de toezichthouder (NZa), de Kwaliteitsraad en het platform voor continentiezorg.
Waarom zijn de hoeveelheden incontinentiemateriaal niet transparant?
Incontinentiemateriaal wordt onder voorwaarden vergoed vanuit het basispakket. De wettelijke aanspraak is voor iedereen hetzelfde: als iemand voor een langere periode incontinentieklachten heeft, kan incontinentiemateriaal vergoed worden vanuit de basisverzekering. De zorgverzekeraar beoordeelt of de gevraagde hulpmiddelen binnen die aanspraak vallen. Voor verzekerden moet duidelijk zijn welke voorwaarden gelden, hoe individuele behoeften worden beoordeeld en hoe zij om herbeoordeling kunnen vragen wanneer het geleverde materiaal onvoldoende is. Deze voorwaarden staan in de polis.
Vindt u het acceptabel dat mensen soms lange tijd met te weinig materiaal zitten?
Nee, dat vind ik niet acceptabel als dat niet overeenkomt met wat medisch noodzakelijk is. Er is geen wettelijk maximumaantal of maximumbedrag voor incontinentiemateriaal. Zorgverzekeraars werken wel vaak met profielen en een aantal stuks per dag. Als iemand structureel meer nodig heeft, kan de zorgverlener in overleg met de gebruiker een ander profiel aanvragen.
Bepaalt de leverancier niet te veel zelf hoeveel materiaal iemand krijgt?
Nee, de zorgverlener bepaalt in overleg met de gebruiker welk materiaal nodig en passend is voor de gebruiker. Dit noemen we functioneringsgericht voorschrijven. Daarna kijken de leverancier en zorgverzekeraar welk passend materiaal beschikbaar is. Er zijn hiervoor landelijke afspraken en richtlijnen. Ik zal de resultaten van deze enquête daarom ook delen met de Kwaliteitsraad en het platform voor continentiezorg.
Hoe kan het dat leveranciers soms minder materiaal leveren dan een verpleegkundige nodig vindt?
Dat zou niet moeten gebeuren. Het professionele advies van de zorgverlener hoort onderdeel te zijn van de beslissing. De leverancier bekijkt met de patiënt welke hoeveelheid materiaal en welk type passend is binnen de indicatie en de voorwaarden die de zorgverzekeraar in de polis stelt. Wie onvoldoende materiaal ontvangt, kan dit bespreken met de leverancier en de zorgverlener en vervolgens de zorgverzekeraar vragen om een oplossing. Als de gebruiker en verzekeraar er niet samen uitkomen, kunnen zij terecht bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ).
Waarom is het probleem na de waarschuwing van de NZa uit 2022 nog niet opgelost?
Sinds 2022 is er meer aandacht voor het probleem. Ook zijn de regels voor zorgverzekeraars dit jaar aangepast. Daarnaast is dit onderwerp van gesprek in de Kwaliteitsraad Hulpmiddelen & Zorg, waar alle betrokken partijen in vertegenwoordigd zijn.
Waarom bepalen de zorgverzekeraar en leverancier het profiel van een patiënt, terwijl zij ook een financieel belang hebben?
Dat is volgens de gemaakte afspraken niet hun taak. De zorgverlener stelt de medische noodzaak vast en bepaalt in overleg met de gebruiker wat de zorgbehoefte is. Een leverancier bepaalt, binnen de indicatie en de voorwaarden, samen met de gebruiker welk materiaal nodig is. Op basis daarvan bepaalt de verzekeraar het profiel. Financiële afspraken over profielen mogen er niet toe leiden dat iemand onvoldoende passend materiaal ontvangt.
Gaat u actie ondernemen?
Ja. Ik deel de uitkomsten met de Kwaliteitsraad en het platform voor continentiezorg. Ook informeer ik de NZa, omdat dit aansluit bij hun waarschuwing uit 2022. De NZa kan vervolgens bepalen of verdere actie nodig is.