Reactie van Pokon & Bio Kultura

In de uitzending van 20 april 2026 gaat het over biologische potgrond. Deze ‘biologische’ potgrond bevat vaak grote hoeveelheden turf en kan schadelijk zijn voor het milieu, terwijl dit niet is hoe de potgrond wordt gepresenteerd. We hebben Pokon en Bio Kultura, beide producenten van potgrond en tuinproducten, om een reactie gevraagd.
Reactie Pokon
Een aanzienlijk deel van uw potgrond bevat turf. Kunnen jullie toelichten waarom er nog veelvuldig voor turf wordt gekozen?
Onze grootste drijfveer is het vergroenen van de leefomgeving van particulieren in en om hun huis. Dat is belangrijk vanwege de waarde van groen voor gezondheid, welzijn, biodiversiteit en het klimaatbestendig maken van de omgeving als het gaat om verkoeling en opvang van water bij extreme pieken en voor langdurige periodes van droogte.
Om dat te kunnen faciliteren is een groot volume hoogwaardige en veilige grondstoffen nodig. Turf is daarbij van oudsher een veelgebruikte en geschikte grondstof. De hernieuwbare en circulaire grondstoffen die we nodig hebben zijn op dit moment niet in voldoende mate beschikbaar om de benodigde volumes te kunnen produceren. Technisch gezien is er veel mogelijk. De grootste barrières zitten in beschikbaarheid en kwaliteit van de alternatieven.
Veenreductie is geen doel op zich. Veen is een lineaire grondstof die van oudsher het hoofdbestanddeel vormt van veel substraten. Vanwege de stabiliteit en kwaliteit is veen nog steeds een belangrijke grondstof. Ook vanwege de beschikbaarheid. Wereldwijd zal de vraag naar veen tot 2050 naar verwachting verdubbelen. In West-Europa en Nederland proberen we substraten zo veel mogelijk te vervaardigen uit hernieuwbare en circulaire grondstoffen. Dat betekent voor ons een geleidelijke en verantwoorde transitie binnen de randvoorwaarden beschikbaarheid, veiligheid en kwaliteit.
In hoeverre zijn jullie bewust van de milieueffecten van turfwinning, zoals de impact op natuur en klimaat? Heeft dit invloed op jullie productontwikkeling?
Als bedrijf zijn wij ons bewust van de milieueffecten en nemen daarin onze verantwoordelijkheid. We hebben een potgrondstrategie waarbij turfvrij assortiment een belangrijk element is, waarbij we zorgen voor behoud van kwaliteit en effectiviteit, veiligheid, beschikbaarheid en duurzaamheid. We zijn nu al 70% turfvrij en lopen daarmee vooraan in de branche.
Wij ondersteunen de doelstellingen zoals opgenomen in het Convenant verlagen milieu-impact substraten. In onze productontwikkeling zijn de hierin opgenomen doelstellingen een belangrijke leidraad.
Elke grondstof heeft in bepaalde mate impact op de omgeving. Daarbij kijken we niet alleen naar zaken zoals CO2. Wij hanteren een LCA methodiek die is ontwikkeld om substraten op 16 impact categorieën te kunnen beoordelen. Voor wat betreft de impact op de natuur is het belangrijk om goed te kijken naar het veen dat we gebruiken. Sinds enkele jaren valt al het veen dat wij inkopen voor 100% onder RPP certificering.
RPP-certificering waarborgt dat veen gebruikt voor substraten afkomstig is uit aantoonbaar verantwoorde bronnen. Winning is uitsluitend toegestaan in reeds gedegradeerde gebieden en mag geen negatieve effecten hebben op belangrijke natuurwaarden. Hiermee worden natuurlijke maagdelijke veengronden van grote waarde in stand gehouden. Daarnaast zijn bindende plannen vereist om het meest geschikte landgebruik na de winning te waarborgen, met een sterke focus op herstel van veengebieden, behoud van biodiversiteit en klimaatmitigatie. Overleg met stakeholders, waaronder lokale gemeenschappen en milieu NGO's, is onderdeel van zowel de selectie van het veenproductiegebied als van het bestemmingsplan. Meer informatie over RPP-certificering.
Veengebieden moeten om gecertificeerd te worden een Environment Impact Assessment (EIA) hebben. En een recente quick scan waarin wordt aangetoond dat zij geen impact hebben op belangrijke natuurlijke waarden. Dit is een belangrijk kernpunt van RPP certificering. Onaangetaste veengebieden worden hierbij uitgesloten vanwege het feit dat dit gebieden zijn met belangrijke natuurwaarden. Een voorbeeld hiervan zijn actieve hoogveenmoerassen (ofwel active raised bogs) die vallen onder habitat type *7110. Dit habitattype is ook wettelijk beschermd en staat in Annex I van de Europese Vogel-en Habitatrichtlijn.
Op verschillende verpakkingen wordt de term ‘bio’ gebruikt, terwijl deze producten turf bevatten. Hoe beoordelen jullie het gebruik van deze term?
Turfvrij en Biologisch zijn verschillende onderwerpen. Binnen de EU Verordening voor de biologische landbouw is turf toegestaan als grondstof, ook wel input genoemd. Dit betekent dat een potgrond met een bio meststof, veen mag bevatten.
Denken jullie dat de term ‘bio’ op deze verpakkingen voor consumenten de indruk kan wekken dat het om een duurzame keuze gaat?
Ja, en dat is ook zo. Onze biologische potgronden bevatten een hoog aandeel hernieuwbare en circulaire grondstoffen, die zijn toegestaan in de biologische landbouw. Dit draagt bij aan een lagere milieu impact ten opzichte van potgronden die volledig uit lineaire grondstoffen worden vervaardigd. Zo bevatten ze bijvoorbeeld geen synthetisch vervaardigde meststoffen, maar organische meststoffen verrijkt met natuurlijke mineralen.
Hebben jullie overwogen om deze terminologie aan te passen om verwarring of misinterpretatie bij consumenten te voorkomen? Waarom wel of niet?
Nee, we volgen de uitgangspunten van de EU verordening voor de biologische landbouw maken we het op deze manier voor consumenten die Biologisch belangrijk vinden zichtbaar. Ook wettelijk is het toegestaan om het op de huidige wijze te communiceren. Op producten die geen veen bevatten communiceren wij dat ook duidelijk.
In hoeverre voelen jullie verantwoordelijkheid om consumenten helder en transparant te informeren over de duurzaamheid van jullie producten?
Die voelen wij in grote mate. Dat is ook de reden dat we als een van de eerste producenten voor de consumentenmarkt zijn gaan werken met de LCA-tool om onderbouwd keuzes te kunnen maken en dit ook voor de aanstaande wetgeving als validatie voor claims gereed te hebben.
Zijn jullie van mening dat de huidige verpakkingen consumenten voldoende duidelijkheid biedt?
Ja.
Zijn jullie momenteel bezig met het aanpassen van producten of communicatie in het licht van de komende regelgeving rondom duurzaamheidsclaims (ECGT). Zo ja, op welke manier?
Er is op dit moment nog niet volledig duidelijk wat de impact gaat zijn van de ECGT. Wij zijn als Pokon Evergreen samen met onze collega’s van ons regulatory en legal team van Evergreen Garden in kaart aan het brengen wat de mogelijke impact zou kunnen zijn en zullen daar naar handelen in communicatie en producten.
Reactie van Bio Kultura
Op de zakken van Bio Kultura hebben wij het ingrediënt veen aangetroffen. Kunnen jullie toelichten waarom er nog voor veen wordt gekozen?
Het samenstellen van potgrond vraagt om een balans tussen verschillende functionele eigenschappen, zoals structuur, waterhuishouding en geschiktheid voor uiteenlopende toepassingen, waaronder zaaien, stekken en opkweken.
Op dit moment zijn er nog beperkte grondstoffen die deze eigenschappen op schaal en consistent kunnen leveren. Daarom wordt er momenteel nog gebruik gemaakt van veen in onze potgrond. Al onze andere producten zijn veenvrij.
Bij de ontwikkeling van alternatieven kijken wij nadrukkelijk naar beschikbaarheid, kwaliteit en toepasbaarheid in de praktijk. Mengsels worden daarbij getest op onze biologische vaste plantenkwekerij, waarbij stabiliteit en groeiprestaties belangrijke uitgangspunten zijn. Een veenvrij mengsel waarin planten slecht of zelfs niet groeien, is ons inziens geen optie met het oog op duurzaamheid.
Wij treffen op de zakken in de winkel het woord “veen” aan. Op de website zien wij het woord veenmos. Is dit te verklaren?
Op onze verpakkingen kiezen wij voor de term “veen”, omdat dit voor consumenten een herkenbare en gangbare benaming is. Meer specifieke terminologie, zoals “veenmos”, vraagt om nadere toelichting die op een verpakking niet altijd mogelijk is. Via andere kanalen proberen wij waar nodig aanvullende uitleg te geven.
In hoeverre zijn jullie bewust van de milieueffecten van turfwinning, zoals de impact op natuur en klimaat? Heeft dit invloed op jullie productontwikkeling?
Wij zijn ons bewust van de impact van turfwinning op natuur en klimaat en nemen dit mee in onze afwegingen bij het samenstellen van onze producten.
Dit komt onder meer tot uiting in de manier waarop wij onze producten positioneren en adviseren in gebruik. Wij adviseren potgrond alleen voor toepassingen waar de specifieke eigenschappen noodzakelijk zijn, zoals zaaien en stekken. Voor andere toepassingen, zoals grotere potten (vanaf circa 20 liter) en het vullen van bakken, adviseren wij het gebruik van onze tuinaarde-compost, die geheel vrij is van veen.
Daarnaast communiceren wij dat potgrond niet bedoeld is voor gebruik in de volle grond in de tuin. In dat kader richten wij ons op het stimuleren van compostgebruik en het voeden van bodemleven in de tuin. Een particulier heeft op jaarbasis, ons inziens, maar zéér beperkt potgrond nodig.
De ontwikkeling van alternatieve potgrond zonder veen is een traject waar wij op de lange termijn aan werken. Daarbij geldt dat wij nieuwe samenstellingen eerst in de praktijk testen op onze kwekerij, om te waarborgen dat deze stabiel zijn en dat planten er goed in groeien. Pas wanneer een mengsel aan die voorwaarden voldoet, wordt dit breder toegepast. Een voorbeeld: wij vinden een potgrond die continu bewaterd moet worden omdat deze anders te veel uitdroogt, geen duurzaam alternatief. De zoektocht hierin is complex.
Op verschillende verpakkingen wordt de term ‘bio’ gebruikt, terwijl deze producten turf/veen bevatten. Hoe beoordelen jullie het gebruik van deze term?
Onze producten staan op de SKAL-inputlijst, en worden beoordeeld door FIBL en SKAL (de controlerende instantie voor biologische producten in Nederland). Dit betekent dat de gebruikte grondstoffen en samenstellingen voldoen aan de eisen die binnen de biologische sector worden gesteld en dat hierop controle plaatsvindt. In dat kader gebruiken wij de term "biologisch".
Denken jullie dat de term ‘bio’ op deze verpakkingen voor consumenten de indruk kan wekken dat het om een duurzame keuze gaat?
Wij begrijpen dat consumenten de term “bio” kunnen associëren met duurzaamheid in bredere zin. Tegelijkertijd heeft de term binnen de sector een specifieke betekenis, namelijk dat producten voldoen aan de biologische richtlijnen.
In bredere zin geldt dat aanduidingen zoals “biologisch” niet per definitie alle aspecten van duurzaamheid of gebruikseigenschappen omvatten, maar betrekking hebben op specifieke productiemethoden en criteria. Wij vinden het belangrijk dat consumenten goed geïnformeerd zijn en erkennen dat hier verschillende interpretaties naast elkaar kunnen bestaan. Hiervoor is een brede context nodig die wij consumenten proberen te bieden via onze website en advisering via diverse kanalen.
Hebben jullie overwogen om de terminologie “biologische potgrond” aan te passen om verwarring of misinterpretatie bij consumenten te voorkomen? Waarom wel of niet?
Tot op heden hebben wij hier geen reden voor. Wij kijken naar ons eigen assortiment, dat beperkt is in aantal producten, en ervaren in het contact met onze klanten dat hier geen misinterpretatie over bestaat. Wij evalueren onze communicatie en productbenamingen regelmatig. Tegelijkertijd sluiten wij met de term “biologisch” aan bij de bestaande regelgeving voor de biologische landbouw.
In hoeverre voelen jullie verantwoordelijkheid om consumenten helder en transparant te informeren over de duurzaamheid van jullie producten?
Wij hechten waarde aan transparante communicatie richting consumenten. Dit betekent dat wij gebruikte grondstoffen vermelden en waar mogelijk toelichting geven op toepassing en gebruik.
Daarnaast proberen wij via direct advies en productinformatie bij te dragen aan een passend gebruik van onze producten, waarbij ook wordt meegedacht over alternatieven, te gebruiken hoeveelheden en reststromen uit eigen tuin en omgeving.
Wij werken bovendien met een select netwerk van wederverkopers, waarbij wij bewust kiezen voor partijen met affiniteit voor groen en ruimte voor persoonlijk advies. Wij informeren deze wederverkopers zo goed mogelijk over het juiste gebruik van onze producten, zodat zij consumenten ter plaatse kunnen ondersteunen bij het maken van passende keuzes wanneer welk product dient te worden ingezet.
Zijn jullie van mening dat jullie verpakkingen consumenten voldoende duidelijkheid biedt?
Wij streven ernaar om verpakkingen zo duidelijk en feitelijk mogelijk te maken binnen de beschikbare ruimte. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat niet alle nuances daarop kunnen worden toegelicht.
Daarom zien wij verpakkingen als onderdeel van bredere communicatie, waarbij aanvullende informatie via andere kanalen beschikbaar wordt gesteld.
Zijn jullie momenteel bezig met het aanpassen van producten of communicatie in het licht van de komende regelgeving rondom duurzaamheidsclaims (ECGT)? Zo ja, op welke manier?
Wij volgen de ontwikkelingen rondom duurzaamheidsclaims en regelgeving en nemen dezemee in onze interne evaluaties. Waar nodig zullen wij onze communicatie enproductinformatie hierop aanpassen om te blijven voldoen aan de geldende richtlijnen.