Reactie Verbond van Verzekeraars & Ministerie van Financiën

Vvz Reactie

Van de ex-kankerpatiënten wordt één op de drie afgewezen voor een overlijdensrisicoverzekering vanwege hun ziekteverleden, wat bijvoorbeeld gevolgen kan hebben voor hun hypotheek. En áls het wel lukt om een verzekering af te sluiten, betalen veel ex-patiënten vaak jarenlang onnodig een veel hogere premie. Lees hier de reacties van het Verbond van Verzekeraars en het Ministerie van Financiën.

Reactie Verbond van Verzekeraars

"Het Verbond van Verzekeraars heeft vijf jaar geleden actief meegewerkt aan het schone-leibeleid samen met overheid, patiëntenorganisaties en wetenschap. Dat beleid zorgde niet alleen voor een grotere verzekerbaarheid maar sluit ook aan bij de wens van ex-patiënten om een vervelende ervaring achter zich te laten. Daar zijn we blij mee. 

Verzekeraars zijn altijd op zoek naar nieuwe inzichten waarmee meer mensen zich beter kunnen verzekeren. Zo hebben we deze regeling vorig jaar samen met NFK nog aangepast, waarbij (weer) voor verschillende kankersoorten de termijnen zijn verkort en nieuwe kankersoorten met een kortere termijn zijn toegevoegd. Het betekent dat nog weer meer mensen zich beter kunnen verzekeren. Dat is mooi nieuws, want het vergroot de solidariteit waar wij als branche voor staan.  

Verzekeraars moeten bij het afsluiten van levensverzekeringen rekening houden met het risico op overlijden van de verzekerde. Want hoe hoger het risico, hoe hoger de kans op uitkering, en hoe meer geld beschikbaar moet zijn. Ook recent onderzoek toont aan dat de overlijdenskans van mensen die kanker hadden in ook na genezing vaak nog hoger is dan van leeftijdgenoten die geen kanker hadden. Meer informatie over hoe verzekeraars de premie van een overlijdensrisicoverzekering berekenen kun je hier vinden: Uitleg premieberekening overlijdensrisicoverzekering. We blijven met patiëntenorganisaties en wetenschap in overleg om te kijken of de regeling verder aangepast kan worden. Op de website Verzekeren na Kanker kan iedereen nagaan of hij of zij onder de schone-leiregeling valt. Ook als iemand niet onder de regeling valt, lukt het gelukkig vaak om een verzekering af te sluiten."

Reactie woordvoerder Ministerie van Financiën

"Hoe kijkt de minister naar de huidige invulling van de schone-lei-regeling, waarbij verschillende termijnen gelden per kankersoort, maar deze in sommige gevallen langer zijn dan medisch noodzakelijk?

Kanker is een ingrijpende en nare ziekte. Het is belangrijk dat ex-kankerpatiënten niet onnodig lang met deze nare periode uit hun leven worden geconfronteerd. Zij moeten die periode kunnen afsluiten, ook bij het aangaan van een verzekering. Daarom heeft het ministerie van Financiën in 2021 de schone-lei regeling opgesteld, zodat ex-kankerpatiënten na verloop van tijd geen last meer hebben van hun medische verleden bij het aanvragen van verzekeringen.

De termijnen in de regeling, waarna ex-kankerpatiënten hun medisch verleden niet hoeven te vermelden, zijn gebaseerd op medische inzichten en actuariële en statistische gegevens, en worden periodiek ​aangepast. Deze termijnen worden gezamenlijk vastgesteld door de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) en het Verbond van Verzekeraars. De termijnen worden door deze partijen periodiek aangepast om rekening te houden met actuele medische inzichten over wanneer sprake is van volledige remissie. 

Ziet de minister aanleiding om de schone-lei-regeling aan te passen of te verduidelijken?

De NFK en het Verbond van Verzekeraars passen samen de termijnen periodiek aan, op basis van actuele gegevens en inzichten. Dit deden zij voor het laatst op 1 januari 2025, waardoor nu voor vijf additionele kankersoorten een kortere termijn geldt waarna de ex-kankerpatiënt hun medisch verleden niet hoeven te vermelden, in plaats van de standaard 10-jaarstermijn.  

In september 2025 zijn nieuwe wetenschappelijke resultaten gepubliceerd over de overlevingskans van jongvolwassenen die zijn genezen van kanker. Er vindt nu overleg plaats tussen artsen en onderzoekers, patiëntorganisaties en verzekeraars (NFK, Integraal Kankercentrum Nederland, Nederlands Kankerinstituut/Erasmus MC/Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, het AYA Zorgnetwerk, Stichting Jongeren en Kanker en het Verbond van Verzekeraars). Deze partijen zijn met elkaar in gesprek om te kijken of het nieuwe onderzoek aanleiding geeft voor de NFK en het Verbond van Verzekeraars om de termijnen aan te passen. Mijn ministerie wordt hiervan op de hoogte gehouden en blijft actief betrokken.

Hoe kijkt hij naar de praktijk waarin een ORV niet wettelijk verplicht is, maar via hypotheekvoorwaarden alsnog feitelijk verplicht kan worden gesteld?

Het staat een bank vrij om aan een klant te vragen om een overlijdensrisicoverzekering (ORV) af te sluiten voordat de bank een hypotheek afgeeft. Als iemand om wat voor reden dan ook moeite heeft om een ORV af te sluiten dan maakt dat het lastiger om een hypotheek te krijgen. Gelukkig stellen niet alle hypotheekverstrekkers een ORV verplicht. Er bestaat dus nog altijd een mogelijkheid om zonder een ORV een hypotheek af te sluiten. Een ORV is sinds 2018 ook niet meer een vereiste om in aanmerking te komen voor een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie.

Juist ook omdat een ORV nog wel door een hypotheekverstrekker gevraagd kan worden, heeft het ministerie van Financiën de schone-lei regeling geïntroduceerd om ex-kankerpatiënten te helpen dit sneller af te kunnen sluiten.

Welke mogelijkheden ziet hij om deze groep consumenten beter te beschermen tegen langdurige hoge premies of uitsluiting?

Het ministerie vindt het van groot belang dat ex-kankerpatiënten na genezing hun ziekteperiode achter zich kunnen laten. Daarom heeft het ministerie de schone-lei regeling geïntroduceerd, zodat zij bij het aanvragen van verzekeringen niet onnodig lang last hebben van hun medisch verleden. De betrokken partijen zijn met elkaar in gesprek om te kijken of nieuwe inzichten aanleiding geven om de termijnen in de schone-lei regeling aan te passen. Mijn ministerie wordt hiervan op de hoogte gehouden.

Minister Heinen heeft vorig jaar, in zijn beantwoording van de Kamervragen van Kamerlid Bushoff, aangegeven in overleg te zullen treden met patiëntenorganisaties, verzekeraars en andere betrokken partijen om te bezien of er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn die aanleiding geven tot verdere differentiatie van de leeftijdstermijnen. Kan de minister aangeven wat de uitkomsten van dit overleg zijn?

Er heeft overleg plaatsgevonden tussen artsen en onderzoekers, patiëntorganisaties en verzekeraars (NFK, Integraal Kankercentrum Nederland, Nederlands Kankerinstituut/Erasmus MC/Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, het AYA Zorgnetwerk, Stichting Jongeren en Kanker en het Verbond van Verzekeraars). Deze partijen zijn met elkaar in gesprek om te kijken of het nieuwe onderzoek aanleiding geeft om de termijnen aan te passen. Mijn ministerie wordt hiervan op de hoogte gehouden en monitort de voortgang van deze gesprekken actief. De gesprekken lopen momenteel nog.

Daarnaast hebben wij van het NFK begrepen dat eventuele aanpassingen aan de schone-lei-regeling eens per drie jaar plaatsvinden, wat zou betekenen dat de eerstvolgende herziening in 2028 voorzien is. Kan de minister bevestigen of dit juist is? Zo ja, is de minister bereid zich in te zetten voor een aanpassing van de schone-lei-regeling op kortere termijn?

Op basis van de schone-lei regeling is het mogelijk om voor specifieke vormen van kanker een kortere termijn dan de standaard 10 jaar te hanteren waarna de ex-kankerpatiënt zijn of haar medisch verleden niet hoeft te vermelden. Deze termijnen volgen uit afspraken tussen representatieve organisaties van patiënten (NFK) en verzekeraars (Verbond van Verzekeraars). Het periodiek aanpassen gaat niet via herziening van de wettelijke regeling.

Het is aan die betrokken partijen om te besluiten met welke frequentie hun afspraken worden aangepast. De wettelijke regeling maakt het mogelijk om zo vaak aanpassingen te doen als de partijen dat nodig en opportuun vinden. Zij hanteren daarbij zelf als uitgangspunt dat herziening plaatsvindt eens in de drie jaar, of zoveel sneller als de nieuwe wetenschappelijke inzichten daar aanleiding toe geven. Er is dus al de mogelijkheid voor snellere actualisering van de verkorte termijnen.

Ten slotte vragen wij of de minister het wenselijk acht om de huidige leeftijdsgrens van 21 jaar te verhogen naar 39 jaar, zodat deze groep onder de standaardtermijn van vijf jaar komt te vallen, mede in het licht van de bevindingen uit het onderzoek van het Antoni van Leeuwenhoek.

Op dit moment staat nog onvoldoende vast of de bevindingen uit het onderzoek aanleiding geven om daarin aanpassingen te doen. Daarover lopen nu gesprekken tussen artsen en onderzoekers, patiëntorganisaties en verzekeraars over het nieuwe onderzoek. Mijn ministerie wordt hiervan op de hoogte gehouden en monitort de voortgang van deze gesprekken actief. Indien daar aanleiding toe is, dan zal het ministerie het initiatief nemen om de regeling aan te passen."