Reacties ING, Rabobank en ABN AMRO

Waarom blijft de spaarrente van Nederlandse grootbanken achter op de rente die zij zelf ontvangen van de Europese Centrale Bank? We schreven er dit artikel over en vroegen de Nederlandse grootbanken om wederhoor. Hun reacties lees je hier.
ING
De hoogte van de spaarrente heeft met meerdere factoren te maken. Deze is onder andere gerelateerd aan het spaargedrag van klanten; de behoefte aan geld van mensen die lenen; de renteniveaus op internationale kapitaal- en geldmarkten; de balanspositie van ING (de verhouding tussen spaargeld en uitstaande kredieten); de kosten die ING maakt en de concurrentieverhoudingen op de spaarmarkt.
Er zijn dus meerdere zaken die meespelen, waardoor de rentetarieven van banken niet altijd 1-op-1 de marktrentes volgen, zowel in hoogte als in timing. Er zit vaak enige vertraging in. Ter illustratie hiervan: de ECB verlaagde al in 2014 de rente tot onder nul, Nederlandse banken gingen pas in 2020 negatieve rente rekenen, en dan ook nog alleen voor klanten met hogere saldi aan spaargeld.
De spaarmarkt is een concurrerende markt met vele aanbieders, dat zie je ook aan de vele renteacties in de lijst van spaarrentesvergelijken.net. Ook ING heeft regelmatig acties, zo boden we in maart 2,2% op een 6 maands-deposito.
Rabobank
Wij zien inderdaad dat in het concurrerende bankenlandschap verschillende aanbieders, vaak met tijdelijk hogere actierentes, spaarders proberen aan te trekken. Bij Rabobank kiezen we er echter voor om in plaats daarvan onze klanten altijd een zo aantrekkelijk mogelijke spaarrente te bieden. De variabele spaarrente bij Rabobank bedraagt op dit moment 1,4% (peildatum 29 mei 2026). Voor klanten die een hogere rente willen, en niet gelijk bij hun spaargeld hoeven te kunnen, bieden we Rabo TijdslotSparen, een populair spaarproduct met een rente van 1,75% (peildatum 29 mei 2026). Op deze manier bieden we passende spaaroplossingen voor verschillende wensen,
We krijgen vaker de vraag waarom de spaarrente trager lijkt te bewegen dan andere rentes, zoals bijvoorbeeld de ECB-beleidsrente. Dat leggen we uiteraard graag uit: Het vaststellen van de spaarrente is een zorgvuldige afweging van meerdere factoren. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt, de manier waarop spaargeld wordt ingezet, de kosten die horen bij het spaarproduct en tot slot de spaarrente die concurrenten aanbieden. Rabobank investeert spaargeld voor langere tijd en gebruikt het onder andere om langlopende leningen te financieren. Een groot deel van dit spaargeld is daarmee langdurig belegd tegen historisch (lagere) rentes. Door die lange beleggingshorizon (en ‘historische’ renteniveaus), fluctueren spaarrentes in het algemeen minder. Dit geldt zowel bij stijgingen als bij dalingen
ABN AMRO
ABN AMRO stuurt als reactie een PDF van hun reactie op het rapport van de ACM over de spaarrente uit 2024. Deze reactie is volgens hen nog steeds actueel. Ook verwijzen ze naar hun website, waar ze uitleggen hoe de spaarrente tot stand komt.
Ze schrijven onder andere: “De hoogte van de spaarrente is een logisch gevolg van het prijsmechanisme in een vrije markt; een groot aanbod in combinatie met een lagere vraag leidt logischerwijs tot een lagere prijs. Naar onze mening functioneert het prijsmechanisme in deze markt goed. De verschillen in spaarrente tussen banken reflecteren ook de verschillende behoeftes van banken aan spaargeld. Daarnaast hanteren grootbanken ook verschillende saldoklassen voor spaarrente, waardoor de verschillen in spaarrente die klanten feitelijk krijgen groter dan wel kleiner zijn dan op het eerste gezicht lijkt afgaande op het rentepercentage alleen.”
“Bij de bepaling van de hoogte van de spaarrente is ook nog een andere factor van belang. Na de financiële crisis hebben banken hun balansen versterkt, waardoor hun risicoprofiel is verbeterd. Dit vertaalt zich op de geld- en kapitaalmarkt in een lagere rente die deze banken moeten betalen indien zij geld nodig hebben. Dit geldt ook voor de rente op spaargeld.”