Reacties kraamzorg - PRO, KNOV, Zorgverzekeraars en Zorginstituut Nederland

Radar Reactie Template 2026

In de uitzending van 12 oktober bespraken wij hoe een groot deel van vrouwen in Nederland minder kraamzorg krijgt dan waar zij eigenlijk recht op hebben. Hieronder lees je de reacties van PRO, Zorgverzekeraars Nederland, het KNOV en Zorginstelling Nederland.

Reactie Progressief Nederland

"Goede kraamzorg is essentieel voor een gezonde start voor ouders en kind. Daarom is het zo zorgelijk dat de kraamzorg onder druk staat, juist in de wijken waar ze de hulp het hardst nodig hebben. Eén van de belangrijkste redenen voor het tekort aan kraamverzorgenden, zijn de lage salarissen en omstandigheden waarin zij moeten werken. Die zijn zwaar en zorgen ervoor dat veel medewerkers uitstromen.

Dat tekort moet bij de kern worden aangepakt. Het KLIM indicatie formulier lost de oorzaak van het probleem niet op, hoogstens symptoombestrijding. We hopen dat de minister in gaat zien dat er echte actie nodig is om goede kraamzorg in Nederland te kunnen bieden,” aldus Lisa Vliegenthart, Progressief Nederland.

Reactie Zorgverzekeraars Nederland

"Kraamzorg moet ook bij schaarste altijd toegankelijk blijven. Daarover zijn ook afspraken gemaakt met alle betrokken partijen. Uitgangspunt is dat gezinnen de kraamzorg krijgen die past bij hun situatie en zorgbehoefte, zoals vastgesteld aan de hand van het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP).

Door personeelstekort van kraamverzorgenden kan de beschikbaarheid in sommige regio’s en perioden onder druk staan. Voor situaties waarin daadwerkelijk sprake is van schaarste hebben zorgverzekeraars en kraamzorgorganisaties afspraken gemaakt om de beschikbare capaciteit regionaal zo goed mogelijk te verdelen. Daarbij geldt minimaal 24 uur kraamzorg als ondergrens bij schaarste; dit is nadrukkelijk niet de norm.

Wanneer het niet lukt om regionaal de capaciteit te verdelen, komen de zorgverzekeraars in beeld. De verzekerde kan dan de eigen zorgverzekeraar inschakelen voor zorgbemiddeling.

Voor meer achtergrondinformatie zie onze website."

Reactie KNOV

"Verloskundige zorg en kraamzorg zijn nauw met elkaar verbonden. De verloskundige als medisch eindverantwoordelijke voor moeder en kind en de kraamverzorgende die dagelijks in het gezin is voor zorg, ondersteuning en voorlichting. Op deze manier leveren deze beroepsgroepen een unieke bijdrage aan een gezonde start voor moeders en baby's in Nederland.  

Wanneer kraamzorg wegvalt, verdwijnen de zorgbehoefte van het gezin en de benodigde werkzaamheden vanzelfsprekend niet. Dit heeft direct gevolgen voor kraamgezinnen en verloskundigen. In de praktijk zien we dat verloskundigen vaker benaderd worden door bezorgde cliënten. Dat is zorgelijk en niet wenselijk. Daarnaast heeft het ook invloed op de belasting voor verloskundigen en de continuïteit van zorg: extra huisbezoeken voor observaties en veel extra geregel.  

De behoefte van moeder, kind en gezin moet het uitgangspunt zijn, en niet alleen de vraag hoeveel zorg er op dit moment beschikbaar is. Daarom zet de KNOV zich, samen met de kraamzorgsector, ervoor in dat jonge gezinnen kunnen rekenen op passende, relationele en continue zorg aan huis in de kraamtijd."

Reactie Zorginstituut Nederland

Volgens het LIP bestaat het basispakket uit 45 uur kraamzorg bij kunstvoeding en 49 uur bij borstvoeding, terwijl het wettelijke minimum op 24 uur ligt. We zouden graag van u willen weten waarom er zo'n groot verschil zit tussen het wettelijk minimum en het basispakket. 

"Er is geen wettelijk minimum. De hoeveelheid uren kraamzorg die vanuit het basispakket wordt vergoed, wordt bepaald op basis van het Landelijk Indicatie Protocol. Het LIP is door de kraamzorgsector opgesteld in samenspraak met verzekeraars en vertegenwoordigers van kraamgezinnen en daarin staat beschreven dat 24 uur (3 uur per dag verspreid over 8 dagen) de minimale ondergrens is om kwaliteit van kraamzorg aan moeder en kind te kunnen geven.

Wanneer het gaat over dit minimum is dit dus geen wettelijk minimum, maar een kwaliteitsminimum dat door de sector zelf is vastgesteld. De 45 uur voor kraamzorg bij kunstvoeding en 49 uur bij borstvoeding zijn de hoeveelheid uren die op basis van een standaard pakket vanuit de basisverzekering worden vergoed."

Daarnaast zijn we benieuwd naar de visie van het Zorginstituut op de volgende passage uit het LIP over het minimumpakket: “Nadrukkelijk moet hier vermeld worden dat dit pakket niet is samengesteld op basis van wat nodig is om goede en passende kraamzorg te verlenen. Wel is aangegeven, wanneer de cliënt van het Minimumpakket kraamzorg gebruik wil maken, aan welke producten kraamzorg de kraamverzorgende aandacht besteed.”

Waarom is er een minimumpakket van 24 uur als dit niet is samengesteld op basis van wat nodig is voor goede en passende kraamzorg? En wat betekent dit volgens het Zorginstituut voor vrouwen die in de praktijk vanwege personeelstekort terugvallen op dit minimum?

"Zoals in het antwoord hierboven staat, is het minimumpakket van 24 uur door de sector zelf vastgesteld als minimale ondergrens om kwaliteit van zorg te kunnen garanderen. Bijvoorbeeld wanneer een gezin zelf aangeeft voldoende te hebben aan een minimumpakket. Of wanneer het door personeelstekort niet mogelijk is om de volledige hoeveelheid uren te kunnen bieden waar een gezin op basis van het standaardpakket aanspraak op mag maken. Op basis van onderzoek van het Zorginstituut en het RIVM, zien we dat vooral gezinnen in een kwetsbare situatie structureel minder kraamzorg ontvangen dan ze gezien hun situatie nodig hebben. Dit vormt een risico voor een goede start. 

We wijzen erop dat in de Zorgverzekeringswet staat dat bij het toekennen van kraamzorg moet worden uitgegaan van ‘waar een gezin redelijkerwijs op is aangewezen’. Deze bepaling geeft hiermee de ruimte om minder of zelfs meer uren toe te kennen, op basis van de vastgestelde behoefte van het gezin. Zo kan schaars zorgpersoneel beter én op de juiste plek worden ingezet, daar waar dat de meeste waarde toevoegt. 

De kraamsector werkt momenteel aan een nieuwe aanpak ter vervanging van het LIP (dat dateert uit 2008), waarbij de daadwerkelijke zorgbehoefte van een gezin als uitgangspunt gaat gelden voor het toekennen van aantallen kraamuren, en niet het aantal uren zelf. De standaard kraampakketten zullen daarmee plaatsmaken voor zorg op maat per kraamgezin. Het Zorginstituut juicht deze doorontwikkeling toe. Passende kraamzorg bereik je niet door uitsluitend naar uren te kijken. Het gaat om de zorgdoelen die spelen binnen een kraamgezin die met behulp van de kraamverzorgende moeten worden bereikt."