background branding

STAP-budget en commerciële aanbieders - Reactie ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie SZW.jpg

Naar aanleiding van de uitzending van 31 oktober waarin aandacht wordt besteed aan het STAP-budget, legde Radar vragen voor aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het STAP-budget valt onder hun portefeuille. De schriftelijke reactie valt hieronder te lezen.

Nog altijd is het aanbod dat via publieke instellingen in het STAP-register terechtkomt stukken kleiner dan dat van commerciële opleiders. Dat ligt aan het handmatig moeten invoeren van aanbod in de systemen, maar ook aan het aanbod dat op het STAP-budget aangepast moet worden. Opleidingen moeten bijvoorbeeld in kleinere stukjes opgeknipt worden. Dat is makkelijker voor commerciële opleiders. Is dit wenselijk, en zo niet, zijn er plannen om iets te veranderen aan het STAP-budget?

Van alle tijd die volwassenen aan leren besteden, bestaat slechts een klein deel uit het volgen van cursussen of opleidingen. Maar liefst 91% van de tijd die volwassenen besteden aan leren betreft informeel leren, ofwel het leren van collega’s en het oppakken van nieuwe, leerzame taken op het werk. Daarnaast investeren werkgevers en sectoren aanvullend ook veel in scholing en training. Dit zijn vaak behapbare cursussen die mensen naast of tijdens hun werk kunnen doen. Voor werkenden is het over het algemeen minder aantrekkelijk om naast het werk een volledige beroepsopleiding te volgen. Dat speelt ook een rol in de actuele discussie over de toegankelijkheid van STAP voor publieke en commerciële aanbieders. De niet-bekostigde instellingen zijn vanouds meer gericht op het modulair aanbieden van erkende opleidingen om zo aan te sluiten bij de mogelijkheden van werkenden die leren en werken willen combineren. Het kabinet acht de inzet van zowel publieke als private opleiders van groot belang om de ambities met leven lang ontwikkelen te kunnen realiseren. Daarom start het kabinet een toekomstverkenning voor flexibilisering van het mbo en hoger onderwijs, waarvan de resultaten begin 2023 worden gepubliceerd.

In aanloop naar de openstelling van het STAP-budget is uitgebreid contact geweest met het opleidersveld van publieke en private opleiders, over de mogelijkheden om aan te sluiten op het scholingsregister STAP en hun opleidingen in te voeren. De helft van alle publieke opleiders gaf in juni 2021 vanaf de start met STAP mee te willen doen. Voor publieke opleiders geldt dat zij per januari hun aanbod handmatig in het scholingsregister konden opvoeren of geautomatiseerd via de koppeling met het EDU-DEX register. Eind dit jaar komt er ook een directe geautomatiseerde koppeling voor universiteiten en hogescholen beschikbaar. Inmiddels hebben 37 (van in totaal 61) bekostigde mbo-instellingen opleidingen opgevoerd in het STAP-scholingsregister en 34 (van in totaal 54) bekostigde ho-instellingen, voor het overgrote deel hogescholen. De meeste universiteiten hebben vanwege de handmatige route vooralsnog het opvoeren van scholingsgegevens uitgesteld. Het gaat bij de bekostigde instellingen om een relatief beperkt aantal opleidingen. Aan het verder verminderen van de administratieve lasten voor opleiders wordt gewerkt.

Er is ook nog steeds kritiek over de effecten van het STAP-budget op het volgen van een volledige, meerjarige opleiding. Er kan nu maar één keer 1000 euro worden ontvangen - mits iemand op tijd is voordat de subsidiepot leeg is - in plaats van de belastingaftrek die jaarlijks kon worden gedaan. Wordt erover nagedacht om voor dit soort situaties een andere invulling te bieden, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid om elk studiejaar van de gekozen opleiding 1000 euro budget te garanderen aan de student?

Het STAP-budget is in 2022 geïntroduceerd als nieuwe scholingssubsidie waarvoor een geheel nieuw uitvoeringssysteem is opgezet. Om invoering per 1 maart 2022 mogelijk te maken is gekozen voor een basisvariant. De consequentie daarvan is dat meerjarige scholing nu nog niet subsidiabel is via STAP. Streven is om dit per 1 juli 2023 mogelijk te maken. Het gaat dan om het jaarlijks kunnen aanvragen van STAP-budget voor een studiejaar van een meerjarige opleiding. STAP is een lerende regeling en signalen als deze helpen ons in de verdere ontwikkeling.

We krijgen signalen van mensen die zich via STAP inschrijven, en vervolgens te horen krijgen van de opleider dat ze pas maanden later kunnen beginnen. Ze zijn vervolgens bang dat ze zelf voor de kosten zullen opdraaien, omdat er een tijdslimiet aan zit. Horen jullie deze signalen ook? Mogen opleiders meer cursusplekken aanbieden dan ze kunnen leveren, met als gevolg dat mensen in de wacht komen te staan? En als deze mensen in de wacht komen staan, is de vrees van hen dan terecht dat ze het STAP-budget zelf terug moeten betalen?

Deze signalen zijn ons niet bekend, hetgeen niet wil zeggen dat het niet voorkomt. Wij nemen dit uiteraard serieus en zullen deze doorgeven aan de keurmerken en erkennende organisaties. De Toetsingskamer STAP ontvangt ook graag concrete signalen wanneer deze er zijn zodat zij deze kan beoordelen en  bepalen al dan niet een (gerichter) onderzoek te starten. Deze partijen zijn verantwoordelijk voor het toezien op de juiste naleving van de STAP-regeling. Daarnaast nemen wij signalen mee in de voortdurende evaluatie van de regeling, waaronder een invoeringstoets die gedaan wordt nadat de STAP-regeling een jaar in werking is getreden.

Voor de STAP-regeling geldt dat een aanmeldbewijs enkel per student kan worden afgegeven en voor een opleiding zoals deze in het scholingsregister is geregistreerd. De scholing moet starten vanaf vier weken na de dag van de subsidieaanvraag en binnen drie maanden na de sluiting van het aanvraagtijdvak waarin de subsidieaanvraag is ingediend of op een later gelegen dag die redelijkerwijs nodig is, indien het voor de opleider niet mogelijk is die termijn te halen. Wanneer een student zich bij het meest recente tijdvak van 1 september heeft ingeschreven moet de scholing vóór 31 januari gestart zijn. Dit is 3 maanden na sluiting van het tweemaandelijkse aanvraagtijdvak van september en oktober. Niet tijdig kunnen starten met de scholing vanwege het “dubbel aanbieden van cursusplekken” is geen legitieme reden voor uitstel op deze termijn. Wanneer scholing niet kan plaatsvinden om redenen vanuit de opleider worden géén kosten bij de aanvragers zelf in rekening gebracht. We houden nauwgezet in de gaten of opleiders zich aan alle subsidievoorwaarden houden en treden op indien nodig.

De minister van SZW heeft de Tweede Kamer toegezegd in november een brief te zullen sturen met daarin een plan hoe het STAP-budget beter gericht kan worden op arbeidsmarktrelevante scholing, waaronder scholing gericht op de maatschappelijk cruciale sectoren techniek, ICT, onderwijs en zorg. In deze brief zal de minister ook in gaan op verdere aanscherping van de regeling STAP om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen.

Vier vragen over belastingen: het STAP-budget is namelijk inclusief BTW, maar er zijn wat verschillen in hoe opleiders belastingen berekenen.

1. Kan een opleidingsinstituut/aparte rechtspersoon (meestal een BV) een STAP-opleiding met BTW factureren? Of conflicteren de eisen voor BTW-vrijstelling en de eisen voor STAP-erkenning qua opleiding zodanig dat dit niet kan?

Toelichting op vraag 1:

Een BV die beroepsonderwijs verzorgt, lijkt ervoor te kunnen kiezen om zich NIET in te schrijven in het CRKBO (centraal register kort beroepsonderwijs). Als een opleider niet ingeschreven is bij het CRKBO, 'moet' zij haar cursussen aanbieden met 21% btw op de factuur. Anders is het 0%. Is denkbaar dat zo'n BV dus niet in het CRKBO is geregistreerd, maar toch voor STAP een gecertificeerde opleider is die STAP-erkende beroepsopleidingen verzorgt? Kortom: is zo'n CRKBO optioneel, en kan een opleider dus zelf kiezen of er 21% btw wordt geheven of 0%?

Dit hebben we nagevraagd bij UWV. Zij geven het volgende aan: Het lukt ons niet om op deze korte termijn de benodigde informatie op te halen om deze vraag volledig te kunnen beantwoorden. Wat we wel kunnen zeggen is dat de subsidie voor een scholing ten hoogste 100% bedraagt van de subsidiabele kosten van de scholing zoals vermeld in het scholingsregister, tot een maximum van 1.000 euro (incl. BTW).

Als de opleider BTW-plichtig is dan moet het BTW-bedrag in de factuur aan UWV gemeld worden. De factuur aan UWV moet dezelfde samenstelling hebben als deze anders aan de burger zou zijn verstrekt.

2. Kan een opleidingsinstituut/aparte rechtspersoon (meestal een BV) een STAP-opleiding zonder BTW-factureren (deze opleider is dus WEL ingeschreven in het CRKBO) en is het deze aanbieder dan toegestaan om een toeslag in rekening te brengen aan de cursist, bijvoorbeeld onder de naam 'btw-toeslag 10%'? Zo'n toeslag wordt dan berekend om te compenseren voor het feit dat er geen BTW in rekening wordt gebracht.

Zie het antwoord bij vraag 1.

3. Hoe beoordeelt de Toetsingskamer STAP de situatie waarin 1 opleider via 2 aparte rechtspersonen dezelfde STAP-cursus aanbiedt, waarbij de "cursusprijs exclusief btw" verschilt? De opleider kan hierbij dus voor een en dezelfde STAP-opleiding twee wezenlijk andere prijzen hanteren, door deze btw-constructie met twee aparte rechtspersonen van hetzelfde opleidingsconcern.

Het is de verantwoordelijkheid van de opleider om aan alle wettelijke eisen te voldoen, o.a. de eisen van de omzetbelasting en het doel en de eisen van de Subsidieregeling STAP-budget. De Toetsingskamer STAP doet vanuit haar rol onderzoek naar onder meer prijsontwikkeling en markconformiteit. Zonder concrete casuïstiek kan geen oordeel gegeven worden over situaties. 

4. Is jullie bekend dat de bovenstaande constructie wordt toegepast door sommige opleiders? Zo ja, is dit iets wat op de agenda staat om aan te pakken?

De Toetsingskamer STAP is deze situatie nog niet tegengekomen in onderzoeken. Ook zijn hierover geen meldingen ontvangen bij het meldpunt STAP, hetgeen overigens niet wil zeggen dat het niet voorkomt. Wat de Toetsingskamer STAP wel tegenkomt in lopende onderzoeken is dat opleidingen ogenschijnlijk door andere opleiders en/of partijen die opleidingen aanprijzen worden aangeboden dan de opleider zelf. In deze gevallen wordt opgetreden en is verwijdering van de opleider uit het scholingsregister STAP een mogelijk gevolg.

Controleert het UWV of opleiders subsidiegeld terugbetalen als een studie doorschuift naar het volgende jaar? Wij horen van mensen die pas in 2023 terecht kunnen, en die na contact met het UWV vermoeden dat hun opleider daardoor ook voor dat jaar 1000 euro subsidie kunnen aanvragen.

Dit hebben we nagevraagd bij UWV. Zij geven het volgende aan: iemand kan maximaal 1x per kalenderjaar STAP subsidie ontvangen.

Als peildatum daarvoor geldt de datum van subsidieverlening en dus niet de datum van de opleiding. Opleiders zelf kunnen geen subsidie aanvragen.

Een deel van deze mensen is juist bang dat zij het geld zelf moeten terugbetalen aan het UWV, omdat de opleiding niet op tijd is gestart of voltooid. Heeft het UWV hier voldoende zicht op, of is dat nog in ontwikkeling? En zijn de zorgen van deze mensen terecht?

UWV geeft het volgende aan: Aan het eind van de opleidingsperiode is de opleider verplicht aan UWV terug te koppelen of de opleiding is afgerond, een zgn. bewijs van deelname aan te registeren. Als uit het bewijs van deelname dat de opleiding niet succesvol is afgerond, dan starten we een onderzoek om te kijken wat de oorzaak is (burger of opleiding). Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de reden van het niet succesvol afronden van de opleiding bij de opleider ligt dan zal UWV het betaalde subsidiebedrag bij de opleider terugvorderen.

Sommige opleiders melden dat er minder dan 1000 euro is vergoed door het UWV, en leggen dat deel van de rekening bij de student. Dit blijkt niet altijd te kloppen. Houdt het UWV ook toezicht op de facturen die opleiders aan studenten sturen?

UWV geeft het volgende aan: Dit herkennen wij niet. Wij verstrekken subsidie aan burger tot een maximum van 1000 euro en betalen dit aan de opleider. Als een scholing meer dan 1000 euro kost, kan het zijn dat de burger zelf een deel financiert. Opleiders brengen soms kosten in rekening in geval van annuleren of administratiekosten. Dat verschilt per opleider. Wij monitoren niet de facturen die opleiders aan studenten sturen.

Er liggen nu 250 opleiders onder de loep, zij zouden zich volgens signalen niet aan de subsidievoorwaarden houden? Wat voor signalen?
Die kwamen uit verschillende hoeken: in de media, maar ook uit andere bronnen, zoals klachten of via uitvoeringsorganisaties. Vaak is hierbij ook de naam genoemd van de opleider, maar soms gaat het ook om een bepaald type opleidingen die we zijn gaan onderzoeken. 

Er zijn nu 6 opleiders van de 250 gecheckt. 2 worden uit de lijst gehaald. Welke 2 halen jullie eruit?
Er is besloten om niet die namen te delen op dit moment. Dit moet door een zorgvuldig proces van hoor- en wederhoor gedaan worden, de partijen zijn aangeschreven, maar worden niet vermeld. De mensen die zo’n opleiding hebben gekozen, horen ervan. 

Hoe lang duurt het nog voor alle 250 zijn gecontroleerd?
Precieze tijdspanne is niet duidelijk, het hele register wordt bekeken door de Toetsingskamer. We willen er wel transparant over zijn, en laten weten wanneer er meer duidelijk is.

De kritiek gaat voornamelijk over “…opleidingen voornamelijk bestaan uit coaching, in het buitenland plaatsvinden of gericht zijn op eigen financieel gewin”. Dat lijken duidelijke criteria waarop kan worden geselecteerd. Moet dit niet vooraf gecheckt?
We laten opleidingen alleen toe als ze een keurmerk hebben. Als daarna blijkt dat ze niet bij STAP-voorwaarden passen, treden we op. Het gaat om een lerende regeling, dus we passen aan waar nodig.

Zegt dit niet iets over de tekortkoming van STAP? Eerder zijn er ook al opleidingen geschrapt. Hoe ziet de aanscherping eruit?
We zien ook dat STAP-regeling bepaalde doelen wél behaalt. Mensen met maximaal een MBO-opleiding worden beter bereikt dan bij de fiscale aftrekregeling die hiervoor bestond. De belangstelling is heel groot. We hebben het budget ook vergroot zodat er meer mensen gebruik van kunnen maken.