Word je écht kaal van een pet? En meer misinformatie over haarverlies

Weinig is zo bepalend voor je zelfbeeld als je bos haar. Het is dan ook niet vreemd dat je baalt als je merkt dat de haarlijn terugtrekt, of je scheiding breder wordt. Kalende mensen grijpen naar allerlei oplossingen: van dure gummies en speciale shampoos tot het vermijden van je favoriete pet, uit angst dat de haarzakjes 'stikken'. Maar hoeveel van die mythes zijn waar, en welke worden in stand gehouden omdat er met die producten veel geld wordt verdiend? Waar komt kaalheid echt vandaan en hoe kun je het oplossen?
Kun je kaal worden van een pet of muts?
Een van de meest hardnekkige geruchten is dat het dragen van een pet of muts kaalheid veroorzaakt. Het argument is dat haarzakjes zuurstof nodig hebben van buitenaf. De realiteit is anders: haarzakjes krijgen hun zuurstof en voedingsstoffen niet uit de lucht, maar via je bloedbaan.
Dermatoloog Dr. Ids Boersma is duidelijk over deze kaalheidsmythe: “Natuurlijk word je van een pet op hebben niet kaal. Want het probleem van erfelijke kaalheid zit onder de huid, bij het haarzakje. Daar komt de pet of muts niet. Maar daar komt ook een shampoo niet. Dan ben je ook meteen van die vraag af of shampoo ook haarverlies tegen kan gaan. Dat is nooit wetenschappelijk aangetoond.”
Genetische aanleg om kaal te worden is bij 80 procent van de mannen en 40 procent van de vrouwen de boosdoener van haarverlies. Dit proces wordt niet versneld door wat je op je hoofd draagt.
En een te strakke staart of knot?
Maar dat betekent niet dat je niet om andere redenen minder haar kan krijgen. Fysieke belasting van een hoofddeksel of kapsel kan schade op je hoofd aanrichten. Wanneer er constant aan de haarwortels wordt getrokken, kan dit leiden tot tractie-alopecia, dus haaruitval door trekkracht.
“Dit zie je vaak bij mensen die hun haar in een te strakke knot dragen, maar een zeer strakke petrand kan hetzelfde effect hebben. Dat komt dan niet door erfelijke kaalheid, maar door de tractie. Je ziet het bijvoorbeeld bij synchroonzwemsters.”
“Nog nooit wisten we zoveel van haaruitval, en nog nooit waren mensen er slechter tegen beschermd dan nu.”Dr. Ids Boersma
De miljoenenbusiness van misinformatie
Dat hardnekkige fabels over kaal worden blijven bestaan, is volgens Boersma geen toeval. Hij noemt het structurele consumentenmisleiding: “Er wordt simpelweg meer verdiend met het in stand houden van het probleem dan met de oplossing.”
Er zijn volgens Dr. Boersma 9,5 miljoen mensen in Nederland die in meerdere of mindere mate met erfelijke kaalheid te maken hebben. Het gebrek aan eerlijke voorlichting is een vruchtbare bodem voor peperdure behandelingen, van 'hair-gummies' tot mesotherapieën die tot wel 5000 euro kosten, maar niet wetenschappelijk is bewezen dat ze werken. Advertenties op social media hebben het speelveld alleen maar groter gemaakt.
Deze misinformatie treft niet alleen mannen. Veel mensen weten niet dat vrouwen ook last van erfelijke kaalheid hebben. De markt negeert op grote schaal de miljoenen vrouwen die met dit probleem kampen, beargumenteert Boersma: “Het is flauwekul dat dit alleen een mannenprobleem is. Er lopen miljoenen vrouwen rond die onterecht kaal worden, omdat zij systematisch verkeerd worden voorgelicht.”
“Het haar is het belangrijkste orgaan voor je zelfbeeld.”Dr. Ids Boersma
“Ze hebben gezegd: laat vrouwen maar kaal worden”
Het eerste werkzame middel tegen kaalheid, dat op de markt kwam in de jaren ‘90, zou volgens de industrie destijds niet werken bij vrouwen. Er zijn zelfs medische studies verricht waarin werd beweerd dat het bij vrouwen niet zou werken. Maar niets is minder waar. Kaalheid werd als aandoening bij beide geslachten werd afgeschilderd als een cosmetisch probleem.
Volgens Dr. Boersma krijgt erfelijke kaalheid tot de dag van vandaag niet de aandacht die het verdient: “Haar is het belangrijkste orgaan voor je zelfbeeld. Maar liefst 10 procent van de mensen met haarverlies gebruikt antidepressiva of loopt bij een psychiater. Dokters hebben hier een grote steek laten vallen; vroeger is gezegd dat het gewoon een cosmetisch probleem is. Wij hebben weggekeken en de patiënt het woud in gestuurd, overgelaten aan foute informatie.“
Omdat artsen tegenwoordig vaak pas ingrijpen als er duidelijke kale plekken zijn, wordt de diagnose – zeker in een vroeg stadium – gemist. Dit geldt vooral voor vrouwen. Zij worden op een andere manier kaal dan mannen: het haar wordt dunner en de haarscheiding wordt langzaam breder, zonder dat er direct sprake is van een kale plek.
Wat kun je wél doen?
Als je merkt dat je haar dunner wordt, is snelheid belangrijk. Hoe eerder de diagnose, hoe groter de kans dat je de ontwikkeling kunt stoppen.
- Ga naar een medisch specialist met de juiste apparatuur: Met moderne scans kan exact worden berekend hoeveel haarfollikels er nog actief zijn en of medicatie zin heeft. "Het is net als je vingerafdruk, uniek. Bij elk mens werkt het proces anders," zegt Boersma.
- Vertrouw op je kapper: De huisarts ziet je misschien één keer per jaar, maar je kapper ziet je haar elke paar maanden van dichtbij. Boersma: “De kapper ziet de kleur en bijvoorbeeld het verschil in dikte over de jaren heen. Het is goed om een vaste kapper te hebben. Die zit er bovenop, dat is de haarexpert, en daar kun je op een humane manier mee overleggen.”
- Wetenschappelijke check: Doe zelf onderzoek naar de claims van een product, zeker als er fantastische resultaten worden beloofd. Wordt er gesproken over 'wonderen' of 'unieke kruidenmixen'? Wees dan extra kritisch en doe onderzoek naar hoe legitiem dit product is.
Dr. Boersma sluit af: “De keuze wordt je heel moeilijk gemaakt door de angst die gecreëerd wordt door media en marketing. Het is gewoon zonde, want mensen hoeven niet meer kaal te worden.”