Zoektocht naar oorzaak faillissement DSB gaat door

Een jaar na de ondergang van DSB Bank wordt er nog altijd gezocht naar de oorzaken van het faillissement. Voormalig eigenaar Dirk Scheringa legt de schuld bij de directie van De Nederlandsche Bank (DNB), terwijl de curatoren de komende maanden juist alle ex-bestuurders van DSB Bank gaan verhoren om de toedracht van het debacle in kaart te brengen.

Radar besteedde een jaar geleden veel aandacht aan de DSB Bank. Hierin werd aangetoond dat de bank van Dirk Scheringa klanten opzadelde met veel te dure koopsompolissen waardoor de hypotheek onnodig hoog werd met als gevolg dat Scheringa's klanten in de financiële problemen kwamen. Deze klanten keerden zich tegen Scheringa's financiële imperium, met als gevolg dat zijn bank veel negatieve publiciteit kreeg.

Dirk Scheringa ziet echter een heel andere oorzaak voor de ondergang van zijn bank. Hij greep het eenjarig jubileum van het faillissement van zijn bank dinsdag aan om zijn al maanden geleden aangekondigde aangifte tegen DNB in te dienen. Hij houdt president Nout Wellink en zijn drie medebestuurders verantwoordelijk voor het ontketenen van de run op zijn bank, die het einde van het DSB-imperium inluidde.

Volgens de gevallen bankier informeerde DNB in het weekeinde van 11 oktober 2009 honderden mensen van het voornemen om een noodmaatregel voor DSB Bank aan te vragen. Dat die informatie uitlekte naar de pers en vervolgens een stormloop van bezorgde klanten op de bankrekeningen van DSB ontketende, hoeft dan ook niemand te verbazen, aldus Scheringa.

Zonder geheimhouding betekent een noodregeling het einde van elke bank, aldus de oprichter van DSB. 'Er ontstaat een bankrun waartegen geen enkele bank is opgewassen. Geen bank heeft zoveel middelen in kas als er opgenomen kan worden.'

De rijksrecherche deed vorig jaar, zonder succes, al onderzoek naar de vraag wie de informatie over de noodmaatregel heeft gelekt naar de pers. Die vraag doet volgens Scheringa echter niet ter zake. 'Uit het onderzoek van de rijksrecherche blijkt dat tussen de 450 en vijfhonderd personen op de hoogte waren van de aanstaande aanvraag van de noodregeling. Daarmee is de schending van de geheimhoudingsplicht een gegeven.'

Terwijl Scheringa zijn pijlen richt op de centrale bank, zijn de curatoren van de DSB-boedel begonnen met een eigen onderzoek naar het faillissement. Zij gaan daarvoor alle bestuursleden en toezichthouders uit de vijf jaar voor de ondergang verhoren. Dat kan ertoe leiden dat sommigen van hen aansprakelijk worden gesteld, aldus curator Rutger Schimmelpenninck.

'Als curator moeten we de feiten op een rij zetten, kijken of er interne of externe factoren waren voor het faillissement', verklaarde Schimmelpenninck, die met mede-curator Ben Knüppe de afhandeling van de failliete boedel beheert.

De curatoren gaan bij hun onderzoek niet over een nacht ijs. De eerste versie van het rapport verwachten zij in juni volgend jaar te kunnen presenteren. 'Maar daarin zullen nog geen uitspraken over verantwoordelijkheden staan', zei Schimmelpenninck. 'Het is eerder een opstap voor eventueel verder onderzoek.'

Het bedrijf DSB is in het afgelopen jaar door de bewindvoerders flink ingekrompen. Van de vijfhonderd mensen die aanbleven om de zaken af te handelen, zijn er nu nog driehonderd over. UWV Werkbedrijf meldde maandag al dat van de duizend medewerkers die zich na het faillissement van de bank meldden voor een WW-uitkering, inmiddels ruim 90 procent weer aan werk is geholpen.

Bron: ANP