toggle menu

Handhaving fokken van honden met korte snuiten

Al jaren is er discussie over de snuitlengtes van bepaalde hondenrassen zoals de Franse Bulldog of de Mopshond. Veel honden met een korte snuit kampen met gezondheidsproblemen zoals moeilijk ademen en ogen die te ver uit de schedel puilen. Al sinds 2014 staat er in de wet dat het verboden is om te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid wordt benadeeld. Maar wanneer is een korte snuit nu echt te kort? De Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht stelde op verzoek van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit nieuwe criteria op die hierin duidelijkheid moeten verschaffen. Wat betekent dat voor het uiterlijk van populaire rashonden? 

Hoewel de wet al sinds 2014 verbiedt om te fokken op schadelijke uiterlijke kenmerken, werd deze jarenlang niet gehandhaafd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID). Volgens de toezichthouders was het tot nu toe moeilijk om juridisch aan te tonen of een fokker zich voldoende heeft ingespannen om te voorkomen dat er schadelijke (uiterlijke) kenmerken worden doorgegeven. De nieuwe handhavingscriteria van de Universiteit Utrecht bieden hiervoor concrete handvaten. 

Handhavingscriteria

Marjan van Hagen, dierenarts en specialist Dierenwelzijn, Ethiek en Recht stelde met een projectgroep van gespecialiseerde dierenartsen een zestal handhavingscriteria op waarmee inspecteurs van de NVWA en LID kunnen beoordelen of een hond met een korte snuit geschikt is voor de fok of niet. Hierbij wordt gekeken naar: 

  • Abnormaal ademgeluid
  • De neusopening
  • Relatieve neusverkorting
  • Neusplooi
  • Zichtbaarheid van het oogwit bij de recht naar voren kijkende hond
  • Ooglidreflex: test of de ogen gesloten kunnen worden

Een hond die de beschreven norm op een of meerdere punten overschrijdt mag niet worden ingezet voor de fok. Van een normoverschrijding is bijvoorbeeld sprake wanneer de hond de oogleden niet volledig kan sluiten of wanneer de hond in rust (niet slapend) fors snuivende, snurkende of zagende geluiden maakt. Maar ook wanneer de neuslengte ten opzichte van de schedel te kort is, is er sprake van een overschrijding van de norm. 

Hoe lang de snuit ten minste moet zijn, wordt uitgedrukt in de relatieve neusverkorting. Deze wordt gemeten door de lengte van de neus te delen door de schedellente. Deze ratio mag niet kleiner zijn dan 0,3. De snuit moet dus een derde van de schedel vormen. 

Maar die snuitlengtelengte wordt bij veel honden van populaire rassen zoals de Franse Bulldog en de Mopshond vaak niet gehaald. De rasvereniging van Mopshonden noemt het rapport dan ook een verkapt fokverbod op rassen zoals de mopshond. (Lees hier de volledige reactie van de mopshondenvereniging)

Bekijk ook: De Franse buldog en andere doorgefokte rashonden: superhip en doodziek

‘Niet uitsluiten op basis van een enkel kenmerk’ 

Rony Doedijns, directeur van de Raad van Beheer, de Nederlandse koepelorganisatie voor stambookfokkers, heeft de nodige kritiek op het rapport van de Universiteit Utrecht. 
Zo zouden de adviezen van de Universiteit Utrecht niet wetenschappelijk onderbouwd zijn en is het onduidelijk hoe de criteria verder geïmplementeerd worden. Bovendien voorziet Doedijns de nodige handhavingsproblemen wegens de al beperkte capaciteit van zowel de NVWA als de LID. 

Het is de Raad van Beheer een doorn in het ook dat de lengte van de snuit als leidend criterium wordt genomen om te bepalen hoe gezond een hond is. In plaats daarvan moet er gekeken worden naar hoe goed een hond kan ademen, en niet alleen naar de lengte van de neus aldus Doedijns. 

Minister Carola Schouten laat in een schriftelijke reactie weten dat zij geen reden ziet om de kwaliteit van het onderzoek in twijfel te trekken. (Lees hier de volledige reactie)

Ook baart het de Raad van Beheer zorgen dat honden die niet voldoen aan een criterium, voortaan uitgesloten worden van de fok. Terwijl deze dieren juist waardevol kunnen zijn voor de totale populatie van het ras. Marjan van Hagen spreekt dit tegen. De criteria moeten niet worden gezien als afzonderlijke onderdelen maar als een geheel. Wanneer een hond op een criterium slecht scoort, dan zegt dat iets over de algehele misvorming van de schedel. En die schadelijke uiterlijke kenmerken kunnen vervolgens worden doorgegeven aan de pups. 

Doorbraak 

Hans Baaij, Directeur van Dier & Recht zet zich al lange tijd in tegen het fokken van honden met schadelijke raskenmerken. Hij noemt de criteria van de Universiteit Utrecht dan ook een doorbraak. 'Er is nu geen excuus meer om niet te handhaven'. De criteria uit het rapport van de Universiteit Utrecht hebben volgens Baaij ingrijpende gevolgen voor het uiterlijk van populaire rashonden zoals de Mopshond, Franse Buldog en Engelse Buldog. Deze rassen zullen een langere snuit krijgen in de toekomst. 

Kruisen van rassen

Om tot een langere snuit te komen zullen er kruisingen moeten plaatsvinden met andere rassen, aldus Baaij. Maar daar lijkt de Raad van Beheer niet zomaar in mee te willen gaan zo stelt Dier & Recht. Fokken met look-alikes, honden die sterk lijken op de mopshond, wordt wel toegestaan maar kruisen met een totaal ander ras heeft niet de voorkeur van de Raad van Beheer. Zo staat te lezen in een nieuwsbrief van Mopshonden Vereniging Commedia, eind 2018 . Maar het kruisen met look-alikes heeft volgens Baaij onvoldoende effect, deze hebben namelijk dezelfde schadelijke raskenmerken als de raszuivere mopshond.

Fairfok-programma 

Het steekt de Raad van Beheer in het bijzonder dat de minister de nieuwe criteria publiceert op hetzelfde moment als de eindrapportage van het Fairfok-programma. Zij dachten juist goed op weg te zijn met het creëren van gezondere en sociale honden maar worden nu niet betrokken bij opstellen van de handhavingscriteria. 
Volgens minister Schouten is de Raad van Beheer vooraf op de hoogte gesteld: 'Voor het vaststellen en in beeld brengen van gezondheidsproblemen was onafhankelijk wetenschappelijke onderzoek nodig. Daarom is de Raad van Beheer van te voren op de hoogte gesteld en is het daadwerkelijke onderzoek aan de UU uitbesteed.'

Marjan van Hagen benadrukt dat de branche invulling van concrete ondergrenzen waar een gezonde hond aan moet voldoen, niet voldoende heeft opgepakt. In het rapport van de Universiteit Utrecht staat: 'Het besluit (red. Wet Besluit Houders van Dieren, artikel 3.4) beperkt zich tot doelvoorschriften, wat betekent dat men met een open normen werkt die nader moeten worden ingevuld. Tot op heden heeft de branche onvoldoende stappen genomen om hier invulling aan te geven.'

Updates ontvangen over dit onderwerp?

Wil je op de hoogte blijven van dit onderwerp? Download de gratis Radar-app en volg het onderwerp.

Reacties

Of praat mee op het forum
Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant