toggle menu

Kind kan niet terug naar ouder

Je wordt met jonge kinderen uit je huis gezet en je kunt nergens een betaalbare woning vinden. De gemeente verleent geen urgentie, zodat je geen voorrang krijgt op een huurhuis. Jeugdzorg plaatst de kinderen (tijdelijk) in een pleeggezin. Eén van de eisen om de kinderen weer terug te krijgen naar de ouders is een stabiele woonomgeving. En er is haast bij: bij jonge kinderen is er na een termijn van zes maanden sprake van onthechting. De rechter beslist na het overschrijden van deze periode dat de kinderen beter in het pleeggezin kunnen blijven wonen.

Lavina Dijkstra kreeg in 2017 te maken met jeugdzorg. Haar twee oudste zonen zijn uit huis geplaatst toen ze samen door haar ex-man op straat werd gezet. Lavina zegt: 'De eerste vier maanden moest ik zorgen voor woonruimte: een vaste woon- en verblijfplaats. Ik heb alles gedaan om het doel te bereiken. De gemeente werkte niet met urgentie. De woningbouw ook niet. Uiteindelijk kwam ik op een camping terecht en daar kon ik een klein appartementje huren met twee slaapkamers. Maar dat keurde jeugdzorg af, want het was een camping en niet de juiste plek om kinderen op te voeden en hun veiligheid te waarborgen.'

Gehecht aan pleeggezin

Haar inmiddels 8-jarige zoon verbleef de afgelopen twee jaar in vijf verschillende pleeggezinnen. Lavina zegt: 'Nou zijn ze aan het kijken wat kunnen wij hem bieden en wat voor hulp is ervoor nodig om hem toch weer thuis te krijgen.' Haar andere zoon - inmiddels 5 jaar oud - is zo gehecht aan het pleeggezin dat het volgens de rechter schadelijk zou zijn om hem weer thuis te plaatsen. Lavina is eind 2018 getrouwd met haar nieuwe partner. Ze hebben samen een zoontje van een jaar en wonen inmiddels een half jaar in Friesland. Maar haar twee zonen uit een eerdere relatie wonen allebei bij een ander pleeggezin. En de vraag is: krijgt ze haar twee kinderen nog terug?

Geen huis, geen kinderen

Advocate Mieke Krol staat diverse ouders bij die met dit probleem te maken hebben. Ze citeert uit een aantal beschikkingen: 'De moeder dient te beschikken over eigen woonruimte oftewel kinderen kunnen nog niet terug naar hun ouder. Geen huis, geen kinderen terug naar hun ouders. En de overheid eist dat een ouder binnen een halfjaar een woning moeten krijgen. Omdat minderjarigen, en dan hebben we het over kindjes tussen 0 en 2 jaar, zich anders gaan hechten aan een pleeggezin'. Maar de overheid helpt kwetsbare ouders niet met het vinden van een betaalbare woning.

Zes maanden

Ook Kyano, de pasgeboren zoon van Danny van Zwol wordt dit voorjaar vlak na zijn geboorte uit huis geplaatst door jeugdzorg. Vader en moeder woonden in een Ouder & Kind-traject, maar omdat hun zoontje ondergebracht wordt bij een pleeggezin moet het stel hun huis uit. En de gemeente geeft geen urgentie voor een andere woning. 'Gezinshereniging is geen criteria om voorrang te krijgen op een huis', schrijft de gemeente. Danny had niet door dat ze binnen zes maanden een nieuw onderkomen moesten regelen om hun zoon terug te krijgen. 'Dat hoorden we een aantal maanden geleden tijdens een rechtszitting', zegt hij.

Hechten aan pleegouders

Jeugdzorg kan als voorwaarde stellen dat voordat een kind terug naar huis geplaatst wordt, je een veilige woonomgeving moet hebben. Als ouders nog geen woning hebben, kun je zo'n onderzoek niet instellen. Advocaat Krol zegt: 'Je hebt een harde voorwaarde: een woning. Maar als moeder nog geen woning heeft, dan ligt het onderzoek naar de opvoedvaardigheden stil. En hoe langer het duurt hoe meer het kind zit gaat hechten aan het pleeggezin.' Ze zegt dat meerdere cliënten hier tegenaan lopen. Dan hebben de ouders uiteindelijk een huis bemachtigd, maar dan is het te laat. De minderjarige kinderen zijn te veel gehecht aan de pleegouders.

Recht om bij je ouders op te groeien

Margrite Kalverboer, de Kinderombudsman, zegt: 'Kinderen hebben het recht om bij hun eigen ouders op te groeien. Dat is een heel belangrijk recht. Het mag niet op huisvesting vastzitten dat een kind ergens anders gaat wonen.' De Kinderombudsman bracht in 2017 het rapport Alle Kinderen Kansrijk uit. Hierin staan negen signalen van kinderen en jongeren die geen vaste woonruimte hebben, omdat er een huisuitzetting heeft plaatsgevonden en er niet tijdig vervangende woonruimte is gevonden. Voor drie van deze gezinnen wil de gemeente geen urgentieverklaring afgeven. In één zaak is er wel een urgentieverklaring afgegeven, maar is er een wachtlijst van een jaar om een woning te kunnen krijgen. In de betreffende gemeente is ook geen plek in de maatschappelijke opvang. Een ander gezin heeft te horen gekregen dat de ouders terechtkunnen in de maatschappelijke opvang en dat de kinderen in een pleeggezin worden geplaatst.

Huisvesting groot probleem

Kinderombudsman Kalverboer zegt: 'Bij terugplaatsing is huisvesting een groot probleem. Wat heel lastig is en wat speelt bij de gezinnen waar het hierom gaat, is dat het gaat om kwetsbare ouders op heel veel punten. Huisvesting is daar één van, maar als mensen geen huis hebben, dan heeft dat al zoveel impact op hoe ze zich voelen en hoe ze functioneren. Dat je dat niet als voorwaarde kan gaan stellen.' Ze vindt dat als er toch overgegaan wordt tot uithuisplaatsing dat ouders vanaf dat moment huisvesting gegarandeerd moet zijn voor de ouder(s) waar het kind naartoe gaat. 

1628 jongeren in pleegzorg

In totaal verblijven er in 2017 46.000 kinderen in pleeggezinnen of instellingen. Zowel Lavina als Danny hebben te maken met de William Schrikker Stichting. In 2018 zaten via deze organisatie 1628 jeugdigen in pleegzorg: waarvan 874 kinderen worden opgevangen door pleegouders buiten de eigen sociale kring (een bestandsplaatsing) en 754 kinderen woonden bij een familielid, vrienden of bekenden (een zogenoemde netwerkplaatsing).

Meer aan de hand dan alleen woonruimte

We vroegen Bas de Koning van de William Schrikker Stichting om een reactie. Hij zegt: 'We kunnen nooit ingaan op individuele cases. Ik herken het beeld dat u schetst niet. Bij een uithuisplaatsing is er meer aan de hand. Het is nooit zo plat dat het alleen om woonruimte gaat. Bovendien bepaalt de rechter of een kind uit huis geplaatst wordt en niet jeugdzorg. Ik ken genoeg voorbeelden van kinderen die misschien wel drie tot vier jaar in een pleeggezin verbleven en daarna zijn teruggaan naar hun ouders.'

Loffelijk streven

De Koning onderschrijft het pleidooi van de Kinderombudsman om bij een uithuisplaatsing ouders huisvesting te garanderen: 'Dat lijkt me een buitengewoon loffelijk streven. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik denk dat dat als dat mogelijk is en dat de mensen daar vooral in moet helpen en ondersteunen. Denk dat daar ook een schone taak voor de gemeenten weggelegd is. Maar ja, ik denk dat we dat vanuit jeugdzorg alleen maar kunnen beamen en kunnen toejuichen.'

Gemeenten verantwoordelijk voor urgentie

Gemeenten zijn verantwoordelijk wie er urgentie krijgt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft aan geen zicht te hebben op hoe urgenties per gemeente geregeld zijn. Ze verwijzen door naar individuele gemeenten. 'De toepassing van de huisvestingsverordening verschilt per gemeente. Daarnaast hebben mogelijk ook woningcorporaties een antwoord op enkele van de vragen. In diverse gemeenten passen zij de urgenties zelf toe.’

Iedere gemeente bepaalt zelf wie er voorrang krijgt: bijvoorbeeld gescheiden ouders met kleine kinderen die op straat komen te staan of statushouders. Als Radar rondbelt, ontstaat er een divers beeld. Sommige gemeenten doen niet aan urgenties. Amsterdam geeft geen urgentie voor deze specifieke groep woningzoekenden. Rotterdam heeft zijn urgentieverstrekking uitbesteed aan de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR). En daar zegt een medewerker: 'De kans op een urgentiebewijs voor deze groep is niet groot, maar er is altijd ruimte voor overleg om in te gaan op individuele gevallen.'

Binnen drie maanden

Aedes, de vereniging van woningcorporaties, herkent de krapte op de woningmarkt. Het aantal mensen dat een beroep doet op sociale huurwoningen en urgentie heeft stijgt, maar het aantal beschikbare huizen is beperkt. Er is nu eenmaal een woningtekort. Woordvoerder Tonny Dijkhuizen zegt niet over landelijke cijfers te beschikken hoe lang mensen met een urgentieverklaring moeten wachten op een woning. 'Maar ons beeld is dat zij binnen drie maanden een huis toegewezen krijgen.'

Aantal huisuitzettingen gedaald

Volgens Aedes is een huisuitzetting het laatste middel dat woningcorporaties hebben en mag alleen na een gerechtelijke uitspraak. Dat beslist een woningcorporatie dus niet zelf. Het aantal huisuitzettingen is gedaald. In 2018 waren er 3000 huisuitzettingen en dat is 19 procent minder dan in 2017. In 12 procent van de gevallen gaat het om gezinnen met kinderen. Volgens Dijkhuizen zal een woningcorporatie proberen mensen een dak boven hun hoofd te bieden en op zoek te gaan naar een andere oplossing. Ze zullen eerder proberen de schulden te verhelpen dan mensen uit te zetten. Alleen mensen uit huis zetten lost namelijk niets op.

Totaalverbod op huisuitzettingen

Het CDA Tweede Kamerlid René Peters wil zelfs een totaalverbod op huisuitzettingen. Hij diende hierover ook al een motie in. Een plek in de maatschappelijke opvang kost per jaar al snel tussen 40.000 tot 60.000 euro. Het is duurder om mensen uit huis te zetten en er vervolgens een circus omheen op te tuigen. Als de basis – een huis – ontbreekt, ontstaan er ook andere problemen. Peters zou liever zien dat mensen onder 'laatstekanscuratele' geplaatst worden en hun financiën uit handen worden genomen, maar dat ze wel met hulp een dak boven hun hoofd houden.

Twee systemen werken langs elkaar heen

Volgens Albert Jan Kruiter, mede-oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden, is het probleem dat er bij de gemeenten twee systemen langs elkaar werken: jeugdzorg, schuldenproblematiek en huisvesting. Er is geen totaalbeleid. 'Het is een Bermuda-driehoek: tussen jeugdzorg, wonen en inkomen (schulden). Er is geen structurele oplossing als er een punt wegvalt, dan stort de driehoek in. Geen woning is geen kind en geen uitkering. Geen uitkering is geen woning en geen kind. Het belangrijkste actiepunt is een eigen huis, zodat ouders en kinderen veilig kunnen wonen. Want als je eenmaal uit het systeem ligt, kom je er moeilijk in.'

Gemeenten verantwoordelijk voor beschermen van kinderen

Kruiter herkent het beeld dat bij een huisuitzetting alleenstaande vrouwen terechtkomen in de vrouwenopvang en hun kinderen worden geplaatst in de crisispleegzorg. 'Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschermen van kinderen en de uitvoer van jeugdzorg. Ook gaan gemeenten over huisvesting en woonverordeningen. Gezinnen in één huis houden is goedkoper dan mensen op straat zetten en vervolgens opvangen. Een crisisplek kost al snel 13.000 euro en een plaatsing in een gesloten instelling kost 40.000 euro. Waarom gooi je iemand met een huurachterstand van 4800 euro op straat, terwijl de opvang van zo’n gezin al snel 60.000 euro kost? Gelukkig zijn er een aantal woningcorporaties die dit nu inzien.'

Traumatherapie aan gezinnen

Peter Dijkshoorn, bestuurslid bij GGZ Nederland en kinder- en jeugdpsychiater wil dat het aantal uithuisplaatsingen van kinderen verminderd wordt. Hij vindt dat je kinderen niet te snel uit huis moet plaatsen. Het is volgens hem veel beter om een gezin te ondersteunen en ze overeind te houden. Zorg dat ze in hun woning kunnen blijven wonen. Een plek in de maatschappelijk opvang is duur. En zo'n scheiding van ouders en kinderen is voor alle partijen slecht en berokkent mensen op lange termijn schade. Accare geeft traumatherapie (EMDR) aan gezinnen en dat werkt goed. 'Het is een intensieve behandeling van zo'n zes weken en daarna krijgen mensen nog nazorg in hun eigen omgeving. In 95 procent van de gevallen blijft het gezin bij elkaar', zegt Dijkshoorn.

Doelmatigheid nooit getoetst

Dijkshoorn zegt verder: 'Bovendien is er nooit getoetst op de doelmatigheid van de maatregel om kinderen uit huis te plaatsen. 500 kinderen zijn uit huis geplaatst en vervolgens opgesloten. Is dat wel goed voor hen geweest? De vraag is: is het weghalen van kinderen bij hun ouders en plaatsen in een pleeggezin beter of had je ze beter met hulp bij hun ouders kunnen laten? Hij verwijst naar het promotieonderzoek van Maria de Jong- de Kruijf waarin dit voor het eerst wordt onderzocht.

Updates ontvangen over dit onderwerp?

Wil je op de hoogte blijven van dit onderwerp? Download de gratis Radar-app en volg het onderwerp.

Meer over:

Reacties

Of praat mee op het forum
Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant