toggle menu

Verplicht pensioen: nu krom liggen voor later?

In Nederland bouwt bijna iedereen die in loondienst is verplicht pensioen op. Dat gaat automatisch via je salaris, je hebt maar weinig te zeggen over hoeveel je opzij zet of hoe je geld wordt belegd. Is dat systeem nog wel van deze tijd? Waarom hebben we eigenlijk niks te zeggen over misschien wel de grootste spaarpot van ons leven?

Die verplichtstelling levert soms vervelende situaties op, zoals bij de Stichting Pensioenfonds Fysiotherapeuten (SPF). Daar werden vooral jonge deelnemers geconfronteerd met een 'verbeterde regeling' met een veel hogere premie. Veel jonge fysiotherapeuten vinden deze premie te hoog en hebben het gevoel dat ze nu krom moeten liggen voor een goede oude dag.

Helaas kan deze groep weinig doen. Net als anderen werknemers zijn zij verplicht om de premie te betalen en zich neer te leggen bij de beslissingen van hun fonds. Bekijk het item, hierboven, om meer over deze situatie te weten te komen. Meer algemene informatie over pensioenopbouw is onder meer te vinden op de website van de Autoriteit Financiële Markten.

Hoe wordt je pensioen opgebouwd?

Nederland kent nu ongeveer 350 verschillende pensioenfondsen. Deze fondsen hebben allemaal een ander beleid en horen allemaal bij andere beroepsgroepen of bedrijven. Ieder fonds heeft zijn eigen pensioenregeling en zijn eigen beleggingsbeleid.

Eén ding hebben deze fondsen gemeen: ze voeren allemaal een regeling uit die verplicht is. Als een werknemer ergens in dienst gaat, sluit deze zich automatisch aan bij het fonds. Je bent als werknemer verplicht om pensioen op te bouwen en je bent daarnaast verplicht om dat te doen bij het fonds dat bij jouw werkgever hoort.

Pensioen bouw je op via je salaris. Jij betaalt van je bruto loon maandelijks een bedrag aan je pensioenfonds en je werkgever doet daar nog een bedrag bovenop. Meestal is deze verhouding ongeveer een derde van de werknemer en twee derde van de werkgever. In totaal wordt dus drie keer meer voor jou afgedragen dan je maandelijks op je loonstrookje ziet staan.

Grote verplichtstelling

Dat je verplicht bent om pensioen op te bouwen noemen we de grote verplichtstelling. Deze regel is gemaakt om te voorkomen dat werknemers niets regelen voor hun oude dag en dat veel mensen na hun pensioen alleen AOW krijgen.

De AOW is een soort basispensioen. De hoogte hiervan is vaak niet vergelijkbaar met het salaris dat altijd werd verdiend. Daardoor kan er een groot verschil zijn tussen levensstijl en inkomen. Door pensioenopbouw verplicht te stellen voor iedereen die werkt, wil de overheid voorkomen dat er een grote groep arme ouderen ontstaat die zwaar leunt op de sociale voorzieningen.

Kleine verplichtstelling

De kleine verplichtstelling betekent dat je niet zelf mag kiezen bij welk fonds je je aansluit, maar verplicht bent om bij een specifiek fonds pensioen op te bouwen. Als je in loondienst bent in een ziekenhuis, zit je bijvoorbeeld bij PFZW, het fonds voor zorg en welzijn. Ben je ambtenaar dan bouw je op bij het ABP. Zo heeft iedere beroepsgroep of ieder bedrijf een eigen fonds.

Deze kleine verplichtstelling is het onderwerp van dit item. Radar vraagt zich af of dit nog wel van deze tijd is. Stel: je wilt graag duurzaam beleggen, maar je zit bij een fonds dat veel investeert in vervuilende industrie. Dan heb je daar niks over te zeggen, en je kunt er ook niet overstappen.

Er zijn veel meer situaties te bedenken die maken dat je vraagtekens kunt zetten bij verplichtstelling. Zo kan het zijn dat je alleenstaand bent, maar (verplicht) deelneemt aan een pensioenregeling met een uitgebreide dekking voor nabestaanden en kinderen bij overlijden. Of je bent niet bang voor beleggingsrisico, maar zit bij een fonds dat heel voorzichtig belegt. Of je wisselt vaak van baan en moet dus telkens ook van pensioenfonds wisselen.

Je hebt als individuele deelnemer in een fonds vaak helemaal niks te zeggen over hoe de pensioenregeling wordt uitgevoerd, hoe hoog de premie is of waarin een fonds belegt. Veel fondsen hebben wel een deelnemersraad of een ander orgaan waarin de deelnemers vertegenwoordigd zijn, maar een individuele keus is er niet. Je bent altijd afhankelijk van een vertegenwoordiger of een meerderheid in het fonds.

Een voorbeeld: Pensioenfonds Fysiotherapeuten

Zo werkt het ook bij de fysiotherapeuten die zijn aangesloten bij de Stichting Pensioenfonds Fysiotherapeuten (SPF). Hier zijn alle fysiotherapeuten die in zelfstandige praktijken werken aangesloten. Hun collega's die in een instelling (ziekenhuis of verpleeghuis) werken, zijn aangesloten bij een ander fonds.

Het SPF is een beroepspensioenvereniging. Deze vereniging is een democratisch orgaan, de deelnemers en de leden beslissen via het bestuur hoe de regeling eruit ziet, het pensioenfonds voert deze uit.

Bij het SPF hadden ze altijd een regeling die je gerust mager zou kunnen noemen. De meeste Nederlandse pensioenfondsen streven naar een uitkering die inclusief de AOW ongeveer gelijk is aan 70 procent van het laatstverdiende salaris. Bij het SPF was dit altijd rond de 40 procent.

Dat vonden de deelnemers zorgelijk. Ze besloten om te bekijken of de regeling kan worden verbeterd. Dat lukte via een opt-out stemming. Dat is een soort 'wie zwijgt stemt toe'-systeem: alleen als je het níet eens bent met het besluit, moet je stemmen.

Er werd besloten dat iedereen die na 2011 lid werd van het fonds automatisch in deze betere regeling, de basisPlusregeling, terecht zou komen. Iedereen die daarvoor al lid was kreeg de keus: de sobere basisregeling of de uitgebreidere basisPlusregeling.

Te hoge premie

Omdat de regeling voor nieuwe deelnemers is verbeterd, hoort daar ook een hogere premie bij. De nieuwe leden betalen dus veel meer dan de oude leden en krijgen daar een beter pensioen voor terug. Probleem is alleen dat de premie in de ogen van veel jongeren veel te hoog is.

Bij deze groep fysiotherapeuten is het namelijk zo dat zij de gehele pensioenpremie zelf betalen. Hun werkgever geeft ze een vergoeding voor de pensioenpremie, maar betaalt niet direct zelf een deel van deze premie.

Bij het verbeteren van de regeling is wel de premie gestegen, maar niet de vergoeding die de fysiotherapeuten krijgen van hun werkgever. Dat is ook logisch want voor oudere deelnemers geldt immers nog de goedkopere regeling. De werkgever zou dan voor jongeren een hogere bijdragen betalen dan voor ouderen en dat zou onevenwichtig zijn.

De jongeren hebben geprobeerd om via de deelnemersvereniging van hun pensioenfonds de regeling te veranderen of te zorgen dat er meer keus komt. Dat is echter niet gelukt. Zij zijn dus overgeleverd aan een dure regeling waar ze zelf niet voor gekozen hebben.

In het item, bovenaan deze pagina, kun je zien welke gevolgen dit heeft voor het leven van deze jonge fysiotherapeuten.

Reacties

Of praat mee op het forum
Op de Radar website moet je 'overige cookies' accepteren om te reageren op artikelen.

Ook interessant