‘Gemeenten planten bomen die bewoners ziek maken’: beleid voor hooikoorts ontbreekt, terwijl klachten oplopen

Bomenbeleid

Nederlandse gemeenten planten nog altijd op grote schaal boomsoorten die bekendstaan als sterke verspreiders van allergene pollen, zoals berk, els en hazelaar.

Terwijl miljoenen Nederlanders kampen met hooikoortsklachten, weegt de gezondheidsimpact van deze bomen in gemeentelijk beleid vrijwel nergens structureel mee.

Dat blijkt uit een landelijke enquête van Radar onder Nederlandse gemeenten en een analyse van gemeentelijk bomenbeleid.

Hooikoorts en kruisallergieën: meer dan een beetje niezen

Voor miljoenen Nederlanders veroorzaken berken-, elzen- en hazelaarpollen jaarlijks jeukende ogen, benauwdheid, hoofdpijn en extreme vermoeidheid. Bij een groeiende groep leiden deze pollen bovendien tot kruisallergieën: allergische reacties op voeding die samenhangen met boompollen, zoals appel, peer, kiwi en steenvruchten. In zeldzame maar ernstige gevallen, met name bij soja, kan dit leiden tot ziekenhuisopnames.

Internist-allergoloog Richard Oei (DC Klinieken / Stichting Nationale Allergie Monitor) ziet die ontwikkeling dagelijks in zijn spreekkamer. “Appel, peer, kiwi, steenvruchten en vooral sojaproducten geven steeds vaker allergische reacties. We zien zelfs ziekenhuisopnames na het drinken van een pakje sojamelk.”

Door zachtere winters begint het pollenseizoen bovendien steeds eerder.“Sommige bomen bloeien al rond kerst. Voor een deel van de patiënten — met name mensen die naast boompollen ook allergisch zijn voor grassen — kan dit neerkomen op acht tot negen maanden klachten per jaar.”

Info

Wat zeggen de cijfers?

  • Ongeveer 2 miljoen Nederlanders hebben een pollenallergie
  • Eén enkele berk kan tot 100 miljoen pollen per seizoen produceren
  • Klachten beginnen vaak al bij 20–50 pollen per m³, waarden die in Nederland regelmatig worden overschreden
  • Kruisallergieën zijn inmiddels de meest voorkomende voedselallergie in Nederland

Gemeenten erkennen klachten, maar handelen zelden structureel

De Radar-enquête werd ingevuld door 181 gemeenten. Daaruit blijkt dat de gezondheidsimpact van boompollen zelden een vast onderdeel is van het aanplantbeleid:

  • 7% houdt hier structureel rekening mee
  • 34% doet dit projectmatig
  • 34% soms
  • 23% houdt er helemaal geen rekening mee
  • 3% weet niet of er  rekening mee wordt gehouden

Deze cijfers sluiten aan bij een analyse van bomenbeleid in onder meer Amstelveen, Nijmegen, Deventer, Gemert-Bakel en Groningen. In vier van de vijf onderzochte beleidsplannen ontbreekt aandacht voor hooikoorts of pollenbelasting vrijwel volledig.

Boomkeuzes draaien vooral om ecologie, worteldruk, onderhoudskosten en ruimtelijke inpassing. De langdurige gezondheidsgevolgen voor bewoners worden nauwelijks meegewogen.

Sterk allergene bomen blijven de norm

Dat gebrek aan beleid vertaalt zich direct naar de praktijk. Van de gemeenten die meededen aan de enquête geeft aan dat in de afgelopen twee jaar:

  • 86% els heeft aangeplant
  • 80% berk
  • 72% hazelaar

Deze soorten behoren tot de meest pollen producerende bomen in Nederland.

Gemeenten zeggen vaak rekening te houden met waar deze bomen worden geplant, maar niet of ze worden geplant.60 procent  houdt bij sterk allergene soorten rekening met de locatie, 29 procent doet dat niet en 10 procent weet het niet.

Waar bomen wel worden vermeden, gebeurt dat vooral op klassieke kwetsbare plekken:

  • Schoolpleinen (66%)
  • Woonstraten (57%)
  • Zorglocaties (48%)

Langs fietsroutes en looproutes gebeurt dat nauwelijks (6%).

‘Rekening houden’ betekent meestal: verplaatsen, niet voorkomen

Als gemeenten aangeven rekening te houden met hooikoorts, betekent dat zelden dat zij kiezen voor andere boomsoorten. Slechts 7 procent zegt vaker te kiezen voor soorten die minder allergische klachten veroorzaken.

Veel vaker gaat het om het verplaatsen van het probleem:

  • 65% vermijdt deze hoog allergene bomen op specifieke locaties
  • 34% plant bepaalde soorten minder
  • 10% plant sommige soorten helemaal niet meer aan

Allergoloog Letty de Weger (LUMC) noemt dat een gemiste kans: “Het beleid is vooral ruimtelijk, niet inhoudelijk. Terwijl we precies weten welke soorten de meeste pollen produceren.”

Beleid ontbreekt, plannen meestal ook

Meer dan de helft van de gemeenten (56%) geeft aan geen beleid te hebben om hooikoorts en pollenbelasting structureel mee te nemen bij de boomaanplant, en daar ook geen plannen voor te hebben.

  • 13% heeft dit vastgelegd in beleid
  • 9% werkt er momenteel aan of heeft dit op de agenda staan 

Ook in breder groenbeleid, dus niet alleen bij bomen, is aandacht voor allergieën schaars: slechts 20 procent houdt daar rekening mee,nog eens 12 procent weet dit niet.

De gevolgen van dit beleid beperken zich niet tot volwassenen.

Ook kinderen worden steeds jonger en ernstiger getroffen

Kinderarts en allergoloog Monique Gorissen ziet dat allergieën zich bij kinderen steeds jonger en heviger manifesteren.

“We behandelen tegenwoordig kinderen van één à twee jaar al voor huisstofmijtallergie, en kinderen van drie of vier jaar met forse hooikoorts. Vijftien tot twintig jaar geleden was dat echt uitzonderlijk.”
Monique Gorissen

Volgens haar hebben deze klachten directe gevolgen voor school en ontwikkeling: “Een continu volzittend keel-, neus- en oorgebied maakt kinderen suf en minder scherp. Dat beïnvloedt hun concentratie en maakt buitenspelen of sporten minder aantrekkelijk, terwijl juist dat essentieel is voor een gezonde ontwikkeling.”

Dat gezondheid nauwelijks meeweegt in lokaal beleid vindt zij zorgelijk: “Blijkbaar vinden niet-medisch geschoolde raadsleden het ingewikkeld om medische argumenten te gebruiken. Misschien zijn wij als artsen ook niet politiek actief genoeg geweest, maar gemeenten zouden ons veel vaker kunnen betrekken.”

Groningen laat zien dat het anders kan

Één gemeente vormt een duidelijke uitzondering: Groningen. Daar wordt al jaren expliciet rekening gehouden met pollen belasting. In het huidige bomenplan staat:

“Gezien het grote aantal mensen dat gevoelig is voor pollen, wordt bij de keuze voor soorten rekening gehouden met de allergene eigenschappen.”

In het nieuwe bomenplan wordt dit een vast criterium bij alle nieuwe aanplant. De gemeente gebruikt daarbij het Bomenkompas van het LUMC en een eigen soortenlijst.

Volgens gemeentewoordvoerder Natascha van ’t Hooft wil Groningen voorkomen dat sterk pollenproducerende bomen in grote aantallen terechtkomen op plekken waar veel mensen dagelijks verblijven: “We willen de leefomgeving gezonder maken, vooral op plekken waar veel mensen wonen, naar school gaan of zorg ontvangen. Dat vraagt om bewustere soortkeuzes.”

Waarom gemeenten blijven kiezen voor deze bomen

De voorkeur voor berk, els en hazelaar komt zelden voort uit kwade wil, maar uit gewoonte. Veel groenadviseurs werken nog met verouderde plantensoortenlijsten: inheems, goedkoop, sterk en ecologisch aantrekkelijk.

Dat deze bomen veel allergische klachten veroorzaken, is vaak geen vast onderdeel van de afweging. Daarnaast leeft het idee dat pollen zich toch overal verspreiden. Volgens zowel Oei als De Weger klopt dat niet. Juist lokale concentraties bepalen de ernst van klachten.

Oei vat het samen: 

“Deze cijfers zijn zorgelijk, omdat gezondheid nog nauwelijks wordt meegewogen in bomenbeleid. Zonder duidelijk beleid hebben bewoners vaak nauwelijks invloed op welke boom er voor hun huis komt te staan.”
Richard Oei

En wie pakt de regie?

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) laat aan Radar weten geen overkoepelende rol te zien in deze kwestie. Boomaanplant en bijbehorend beleid zijn volgens de VNG een lokale verantwoordelijkheid van individuele gemeenten. Landelijke richtlijnen of coördinatie zijn er niet.

Gezonde bomen, ongezonde gevolgen

Volgens experts zijn oplossingen relatief eenvoudig: vermijd sterk pollenproducerende soorten op plekken waar mensen dagelijks verblijven, voorkom monoculturen en kies vaker voor alternatieven met minder gezondheidsimpact.

Het zijn keuzes die nauwelijks meer kosten, maar wel decennialang verschil maken.

Groningen laat zien dat het kan.
De rest van Nederland nog niet.

Info

Het bomenbeleid van Nederlandse gemeenten

Voor dit onderzoek naar boomaanplant, hooikoorts en pollenbelasting is een vragenlijst verstuurd naar alle 342 Nederlandse gemeenten. Gemeenten konden de vragenlijst tussen 13 januari en 3 februari 2026 invullen. De enquête werd anoniem afgenomen; de resultaten zijn niet herleidbaar tot individuele gemeenten. In totaal hebben 181 gemeenten de vragenlijst ingevuld