Kunstlicht kan insecten verstoren: is jouw versierde tuin slecht voor de dieren?

Kerstverlichting

Veel (nachtactieve) dieren en insecten kunnen hinder ondervinden van kunstlicht. Hebben ze ook last van de kerstlampjes in je tuin? En hoe kun je rekening houden met de dieren en toch een gezellige kerstsfeer creëren? Radar legt het uit. 

Kunstlicht kan dieren verstoren

Verschillende dieren kunnen last hebben van kunstlicht. Zo kunnen insecten erdoor in de war raken, eerder prooi worden van roofdieren en minder goed voedsel vinden. Ook wordt de oriëntatie van vliegende insecten waarschijnlijk verstoord. En wordt van andere dieren, zoals vleermuizen, muizen en padden, vermoed dat ze last hebben van kunstlicht.

Hebben dieren last van jouw kerstverlichting?

Dit gaat vooral over felle verlichting, zoals straatlantaarns en lampen bij de voordeur. Kamiel Spoelstra, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) vertelt dat het effect van kerstverlichting op insecten waarschijnlijk beperkt is, aangezien “het aantal ’s nachts vliegende insecten dat aangetrokken wordt door licht vrij beperkt is in de winter en bij lage temperaturen (zoals je die meestal met kerstmis hebt).”

Een enkele soort, zoals de wintervlinder, zou volgens hem last kunnen hebben van heel felle kerstverlichting in de buurt van eiken (de boom waar de wintervlinder zijn eitjes op afzet in de winter), voornamelijk in buitengebied. “Maar dat is een wat specifiek geval.”

“Verder mijden nachtactieve zoogdieren licht, maar omdat kerstverlichting vaak veel minder fel is dan bijvoorbeeld straatverlichting, zal dat in de meeste gevallen ook een beperkt probleem zijn.”

Tips voor diervriendelijke verlichting

Milieu Centraal heeft een aantal tips waarmee je jouw tuin diervriendelijk kunt verlichten. Het gaat hierbij niet alleen over kerstlampjes, maar vooral ook de ‘normale’ verlichting in je tuin.

  • Neem zo min mogelijk verlichting: verlicht liever een klein deel van je tuin dan je hele tuin en plaats alleen lampen waar het echt nodig is. 
  • Verlicht alleen wanneer het nodig is: gebruik bijvoorbeeld een timer of bewegingssensor en laat je (kerst)lampen niet de hele nacht aan. 
  • Gebruik zwakke verlichting. 
  • Scherm het licht af met bijvoorbeeld een kap en zorg ervoor dat het licht niet reflecteert in de ramen of eventueel water om te voorkomen dat het verder verspreid wordt. 
  • Plaats of hang de verlichting zo laag mogelijk.
  • Als je weet dat er dieren in je tuin, dak of gevel nestelen, zorg er dan voor dat de aanvlieg- of looproutes naar hun verblijfplaats donker blijven.