Waarom het minimumjeugdloon niet aan Europese regels voldoet

Minimumjeugdloon

In 2022 heeft de Europese Unie regels aangenomen die voor fatsoenlijke arbeids- en leefomstandigheden moeten zorgen voor alle werknemers in Europa. Een belangrijk onderdeel daarvan is een toereikend wettelijk minimumloon. En daarin schiet Nederland tekort, stelt vakbond FNV. Zij vragen de Europese Commissie dan ook om handhaving. 

Wat houden de Europese regels in?

De EU wil de werk- en leefomstandigheden van mensen verbeteren met een kader voor toereikende minimumlonen in Europa. Deze richtlijn doet drie dingen: 

  1. Hij zorgt voor een toereikend wettelijk minimumloon: het minimumloon moet volgens de richtlijn 60 procent van het mediaanloon zijn. Het mediaanloon is het middelste bedrag als je alle inkomens in de EU van laag naar hoog sorteert.  
  2. Hij versterkt het recht op collectief onderhandelen: volgens de richtlijn moet 80 procent van de werknemers onder een cao vallen. Ook moet je als werknemer beschermd worden (tegen bijvoorbeeld ontslag) als je wilt deelnemen aan collectieve onderhandelingen over de loonvaststelling. En moeten vakbonden en werkgeversorganisaties worden beschermd tegen inmenging van bijvoorbeeld de werkgever. 
  3. Hij zorgt ervoor dat werknemers ook daadwerkelijk toegang hebben tot minimumloonbescherming: de rechten van werknemers moeten volgens de richtlijn niet alleen worden vastgelegd, maar ook worden gehandhaafd. Bijvoorbeeld door controles door arbeidsinspecties en meer mogelijkheden voor handhavingsautoriteiten om op te treden tegen werkgevers die zich niet aan de regels houden. 

In november 2024 moesten alle Europese lidstaten deze richtlijn hebben doorgevoerd. Nederland is hier dus al te laat mee, en doet het volgens FNV ook nog eens ondermaats. Elmar Smid is beleidsadviseur Europese zaken bij de vakbond en legt ons uit waarom. 

Drie vereisten voor uitzonderingen

Hij vertelt dat er in Nederland twee uitzonderingen zijn op het reguliere minimumloon: het minimumjeugdloon en de inhouding op het minimumloon voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Zulke uitzonderingen moeten volgens de Europese richtlijn aan drie eisen voldoen. Ze moeten een legitiem doel dienen, niet discriminerend en evenredig zijn. 

“Er moet dus gekeken worden naar de grootte van de inbreuk op de minimumloonbescherming (welke hap wordt daaruit genomen), hoe effectief het nemen van die hap is voor het behalen van het legitieme doel en of het niet tot ongelijke behandeling van mensen leidt op een irrelevant kenmerk (want dan is het discriminatie).” 

Zowel het minimumjeugdloon als de inhouding voor huisvesting van arbeidsmigranten voldoen niet aan deze drie vereisten. 

Minimumjeugdloon dient geen legitiem doel

Het minimumjeugdloon is in 1974 in het leven geroepen om jonge werknemers te verzekeren van loon en vakantiebijslag. Om te bepalen wat een aanvaardbaar loon is, heeft de overheid de afgelopen jaren gekeken naar de arbeids- en onderwijsdeelname van jongeren en naar de toereikendheid van het minimumjeugdloon. 

Hun redenering: door jongeren minder te laten verdienen, worden ze gestimuleerd om na de middelbare school een vervolgopleiding te volgen in plaats van direct te gaan werken. Ook zouden werkgevers gestimuleerd worden om jongeren in dienst te nemen, aangezien ze minder verdienen. Andersom zouden jeugdige werknemers bij een hoger minimumjeugdloon hun baan kunnen verliezen. 

Smid legt uit dat er geen bewijs is voor deze redenering. In 2017 en 2019 is het minimumjeugdloon namelijk verhoogd en studies hebben aangetoond dat dit geen werkgelegenheidseffecten heeft gehad. 

“Er wordt bovendien geen bewijs geleverd dat de hoogte van het minimumjeugdloon op enige manier van invloed is op vroegtijdig schoolverlaten. Ook is het op zijn minst opvallend dat het ministerie van Onderwijs nooit naar het minimumjeugdloon verwijst als een van de maatregelen die effectief zouden bijdragen om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan.”

Minimumjeugdloon is niet proportioneel

Het minimumjeugdloon dient dus geen legitiem doel (een van de vereisten volgens de Europese richtlijn). En de hap die uit het minimumloon wordt genomen, is ook nog eens buitenproportioneel. Een 18-jarige verdient namelijk 7,36 euro bruto per uur. Dat is de helft van het minimumloon (14,71 euro bruto per uur).

“Een 18-jarige die fulltime werkt voor het jeugdloon komt daardoor niet boven de armoedegrens uit”, vertelt Smid. Dit is extra pijnlijk voor jongeren die al op hun achttiende klaar zijn met studeren. Hier wordt volgens Smid geen rekening mee gehouden: “De groep jongvolwassen die al een startkwalificatie op zak hebben, maar toch onleefbare jeugdlonen verdienen, is veel groter dan de groep jongeren die te maken krijgt met vroegtijdig schoolverlaten.”

Als je de helft van het minimumloon verdient, zit je ver onder de armoedegrens
Elmar smid, beleidsadviseur Europese zaken bij FNV

Tot slot kaart Smid aan dat Nederland en Ierland de enige twee EU-landen zijn waar een algemeen jeugdloon voor jongvolwassenen bestaat. “De Ierse Low Pay Commission (een wettelijk adviesorgaan) heeft geconcludeerd dat het Ierse jeugdloon (dat veel hoger is dan het Nederlandse) niet aan de vereisten uit de Europese richtlijn voldoet en dus moet worden afgeschaft. Wij zijn ervan overtuigd dat dit ook geldt voor het Nederlandse mimimumjeugdloon.” 

Inhouding huisvesting is buitenproportioneel

Ook de inhouding van huisvesting voldoet niet aan de Europese richtlijn. Dat zit als volgt: uitzendbureaus koppelen werk en huisvesting vaak aan elkaar. Een arbeidsmigrant die in Nederland wil werken, moet daarom ook huisvesting van het uitzendbureau accepteren. Hiervoor houden ze 25 procent van het wettelijk minimumloon in. 

Smid legt uit dat, hoewel een dak boven je hoofd een legitiem doel is, deze inhouding niet-proportioneel is. “25 procent is een enorme hap uit iemands minimumloonbescherming en dit wordt niet gemaximaliseerd. Iedere euro die je meer verdient dan het minimumloon kan gewoon helemaal ingehouden worden. En de kwaliteit van de huisvesting staat op geen enkele manier in verhouding tot de huurprijzen die ervoor gevraagd worden.”

Tienduizend arbeidsmigranten op straat

Bovendien maakt het arbeidsmigranten extra afhankelijk van hun werkgever (die ook nog eens hun huisbaas is) en zorgt het voor verminderde huurbescherming. “Er is geen bescherming tegen uitzetting als het werk stopt, geen puntenstelsel voor minimale huurkwaliteit, geen huursubsidie, geen inspraak over op welke locatie je woont en met wie je samen moet wonen.” 

Naar schatting van het Leger des Heils leven door deze beperkte bescherming zo’n tienduizend arbeidsmigranten op straat. “Er zijn alternatieve manieren mogelijk om voor huisvesting te zorgen, zonder in te breken op de minimumloonbescherming. Je kunt arbeidsmigranten ook gewoon een normaal huurcontract aanbieden.”

Inhouding huisvesting is discriminerend 

De inhouding voor huisvesting is volgens de FNV ook nog eens discriminerend. “In principe zou iedereen zo gehuisvest kunnen worden, maar in de praktijk geldt het alleen voor arbeidsmigranten. Dit is een ongelijke behandeling op basis van nationaliteit, terwijl dat een irrelevant gegeven zou moeten zijn. Het is dus discriminatie.” 

Bovendien waarschuwt de Europese richtlijn expliciet voor inhoudingen op het minimumloon in het geval van huisvesting. Er staat namelijk: “Inhoudingen, zoals die in verband met de voor het verrichten van werkzaamheden vereiste uitrusting of inhoudingen wegens prestaties in natura - bijvoorbeeld huisvesting -, leveren een groot risico op onevenredigheid op.” 

We kunnen arbeidsmigranten gewoon huurrechten geven
Elmar Smid, beleidsadviseur Europese zaken bij FNV

FNV dient handhavingsverzoek in 

De FNV trekt daarom bij de Europese Commissie aan de bel en gaat een officieel verzoek indienen om over te gaan op handhaving. “De inzet is dat iedereen het volledige minimumloon verdient. Minimumloonbescherming is essentieel en deze uitzonderingen ondergraven dat.”