Waarom je ook met stadsverwarming de dupe bent van de hoge gasprijzen

Door de hoge gasprijzen, moeten ook huishoudens met stadsverwarming volgend jaar rekenen op aanzienlijk hogere tarieven. Waarom zijn de maximale warmtetarieven eigenlijk gekoppeld aan de gasprijzen? En is dat wel eerlijk?
Waarom zijn de warmtetarieven gekoppeld aan de gasprijzen?
Hoewel woningen die aangesloten zijn op een warmtenet doorgaans geen gasaansluiting hebben, zijn de tarieven voor stadsverwarming wel gekoppeld aan de gasprijzen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt jaarlijks de maximale tarieven vast die aanbieders van stadsverwarming mogen rekenen. Dat doen ze door op drie momenten te kijken naar de prijzen die tien gasleveranciers vragen voor een jaarcontract dat op 1 januari het jaar erna ingaat.
Het idee hierachter is dat je als warmtegebruiker niet méér betaalt dan de gemiddelde consument die gas afneemt. Dit wordt ook wel het ‘niet meer dan anders’-principe genoemd en is in het leven geroepen om consumenten te beschermen tegen onredelijk hoge prijzen.
Omdat er per stad of wijk maar één aanbieder van stadswarmte is, zijn woningen die aangesloten zijn op het warmtenet namelijk afhankelijk van een monopolist. En die wil je kunnen controleren om te voorkomen dat ze onredelijk hoge tarieven hanteren.
Hoeveel gaan de warmtetarieven stijgen?
Hoewel deze koppeling dus bestaat om consumenten te beschermen, betekent het met de huidige gasprijzen ook dat de warmtetarieven volgend jaar flink zullen stijgen. “Als de gasprijzen rond het huidige niveau blijven, kan het warmtetarief komend jaar zelfs 40 tot 45 procent hoger uitvallen”, vertelde energie-expert Geert Wirken eerder aan NU.nl.
Het gaat hierbij om het maximale tarief. Aanbieders van stadsverwarming mogen ook minder dan dat tarief vragen. Sterker nog: ze mogen alleen het maximale bedrag vragen als dat ook echt nodig is, aangezien ze anders onredelijk veel winst maken. De ACM houdt de tarieven die warmtebedrijven rekenen in de gaten.
Ook de vaste kosten voor stadsverwarming zijn hoog
Naast het variabele tarief waar het in dit artikel om gaat, betaal je als warmtegebruiker ook vaste kosten. Dit is een vast bedrag voor het beheer en onderhoud van het warmtenet in je wijk, de afleverset in je woning en je warmtemeter. Ook hiervoor stelt de ACM een maximaal tarief vast.
Deze vaste kosten stijgen de afgelopen jaren hard en worden door veel consumenten als hoog ervaren. Hierdoor zitten ook warmtegebruikers met een laag verbruik vast aan een hoge warmterekening.
Veel warmtebedrijven vragen maximale tarief
Volgens Robert Harmsen, universitair docent Energie en Grondstoffen aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling, vragen veel warmtebedrijven het maximale tarief.
Hij legt uit dat veel warmtenetten gasgestookt zijn, waardoor hun kosten ook daadwerkelijk stijgen, wat verklaart dat ze op het maximale tarief gaan zitten. “Het wordt oneerlijk als een warmtebedrijf dat onafhankelijk is van gas op het maximale tarief gaat zitten, aangezien hun kosten niet (of in ieder geval minder hard) stijgen. Om dit te voorkomen voert de ACM een rendementstoets uit.”
Kortom: zolang de ACM een referentieprijs gebruikt die de gemiddelde op gas aangesloten consument echt betaalt, én als de controle op de winsten goed werkt, dan is dit systeem niet per se oneerlijk.
Wat doet de nieuwe warmtewet met de tarieven?
Toch voelt het voor veel huishoudens met stadsverwarming wel zo. Zij vinden het oneerlijk dat de warmtetarieven gekoppeld zijn aan de prijs van aardgas, omdat hun woning zelf van het gas af is.
De nieuwe Wet collectieve warmte moet hier verandering in brengen. Om transparantie te vergroten worden de tarieven onder deze wet niet meer gekoppeld aan de gasprijzen, maar gebaseerd op de daadwerkelijke kosten die warmtebedrijven maken plus een maximaal winstpercentage (‘redelijk rendement’ genoemd).
Hoewel deze wet op 1 januari 2027 in werking treedt, duurt het volgens Harmsen nog tot minimaal 2031 voordat de tarieven daadwerkelijk kosten-gebaseerd zijn.
Hij vertelt dat er een aantal signalen zijn die erop wijzen dat de tarieven dan kunnen gaan stijgen. “Een recente studie van de ACM gaf aan dat warmtenetten momenteel nauwelijks rendement maken. Dat is op basis van het huidige systeem en in de wetenschap dat veel warmtebedrijven het hoogste tarief rekenen. Als ze op basis van het maximale tarief niet in staat zijn om een redelijk rendement te halen en ze straks een redelijk winstpercentage kunnen hanteren, dan is het een logisch gevolg dat de tarieven gaan stijgen.”
Tarieven gaan verschillen per warmtenet
Wat vrijwel zeker is, is dat de tarieven op dat moment uiteen gaan lopen. De werkelijke kosten verschillen namelijk per warmtenet, waardoor de tarieven van stad tot stad of zelfs van wijk tot wijk kunnen verschillen. “Of dat dan ‘eerlijk’ is, zal de ene consument wellicht anders zien dan de andere”, concludeert David Smeulders, hoogleraar bij de sectie Energietechnologie van de Technische Universiteit Eindhoven.
Afhankelijk van het net waarop huishoudens zijn aangesloten en hun verbruik zou ongeveer de helft van de afnemers minder betalen dan nu, terwijl de rest juist meer kwijt is. Dat berekenden ACM-economen Lars Wittrock en Paul Adriaansen. De tien procent afnemers met de sterkste daling ziet hun rekening met gemiddeld 29 procent afnemen, terwijl de bovenste tien procent stijgers gemiddeld 71 procent meer betaalt.
Zij stellen daarom dat er zogenaamd flankerend beleid nodig is. Dat is aanvullend beleid om de negatieve neveneffecten van het hoofdbeleid te verzachten. Oftewel: maatregelen om enorme prijsverschillen te beperken. Hoe dat er precies uit gaat zien, is nog niet duidelijk.
