Hoe gebruik je DEET veilig? Toxicoloog: 'Bij kinderen extra voorzichtig'

Het zomerseizoen is in volle gang en dat betekent helaas ook: muggen. Om jeuk te voorkomen grijpen veel Nederlanders naar afweermiddelen met DEET, zonder precies te weten hoeveel nodig is. Hoe onschuldig is dit chemische goedje eigenlijk? Radar spreekt met toxicoloog Dr. Arjen Koppen van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) over waar het mis kan gaan en waar je op moet letten.
Wat is DEET?
DEET staat voluit voor N,N-Diethyl-meta-toluamide (mag je weer vergeten). Het is een stof die in de Tweede Wereldoorlog werd ontwikkeld door het Amerikaanse leger, om soldaten in de jungle tegen muggen te beschermen. DEET is geen insecticide, het maakt geen muggen dood.
De stof werkt als een soort geurverblinder. Muggen vinden mensen door de koolstof (CO2) die we uitademen en het melkzuur in ons zweet. DEET verstoort de geurreceptoren van de mug, waardoor die ons niet meer herkent als voedselbron.
Waarom is DEET eigenlijk giftig?
DEET wordt deels via de huid in de bloedbaan opgenomen en vervolgens door de lever afgebroken. Bij normaal gebruik kan een gezonde lever dat prima aan. Bij herhaald gebruik, kan de DEET in het lichaam ophopen en de normale werking van het zenuwstelsel verstoren. In zeldzame gevallen kunnen klachten ontstaan zoals sufheid, verwardheid en trillen. In extreme gevallen kunnen zelfs epileptische aanvallen en coma optreden. Ook kunnen mensen na huidcontact een overgevoeligheidsreactie ontwikkelen, waarbij jeuk, huiduitslag en branderige gezwollen ogen kunnen ontstaan.
Bij het NVIC komen dit soort meldingen na veelvuldig gebruik gelukkig maar heel beperkt voor. Dat doet vermoeden dat DEET over het geval veilig gebruikt wordt als mensen het op hun huid smeren. Wat vaker wordt gezien zijn mensen die DEET in de ogen krijgen. DEET is vaak opgelost in irriterende oplosmiddelen zoals alcohol, maar DEET is zelf ook irriterend. Bij oogcontact kunnen dan ook geïrriteerde ogen ontstaan, dus: "Goed op je ogen letten."
De meeste meldingen die het NVIC ontvangt, gaan over inname van DEET, vaak door kleine kinderen. Dr. Arjen Koppen geeft aan dat je bij kinderen onder de 6 jaar extra voorzichtig moet zijn: "Die kunnen overgevoelig reageren en kleine hoeveelheden kunnen al tot problemen leiden. Zoals bewustzijnsdaling en in zeldzame gevallen convulsies." Zijn advies: houd DEET buiten bereik van kinderen, en brengt DEET aan bij kinderen strikt volgens de richtlijnen van het product.
Waarom lopen kinderen meer risico met DEET?
Jonge kinderen lopen meer risico, waarschijnlijk omdat hun lever nog in ontwikkeling is en ze een relatief groot huidoppervlak hebben ten opzichte van hun gewicht. Koppen ziet in de praktijk twee dingen misgaan: "Je hebt van die DEET-sticks, die kinderen weleens in hun mond doen. Daardoor krijgen ze de stof direct binnen.” Bij die sticks worden milde klachten verwacht (misselijkheid, braken, diarree). Irritatieklachten (slijmvliezen in mond of keel) kunnen ook optreden.
"Daarnaast zien we kinderen die DEET-bevattende vloeistoffenn innemen." Op deze manier kunnen kinderen grotere hoeveelheden DEET binnenkrijgen en is voorzichtigheid geboden.
Bij zwangerschap wordt het middel afgeraden, tenzij noodzakelijk in bijvoorbeeld malariagebied (maximaal 30 procent). Voor kinderen waarschuwt de Rijksoverheid dat middelen met 20 tot 40 procent vaak niet onder de 13 jaar gebruikt mogen worden, en producten van 50 procent pas vanaf 18 jaar. Zuigelingen mogen sowieso geen DEET op de huid krijgen.
Hoeveel procent gebruik je?
Welke DEET haal je dan, en hoeveel gebruik je? In Nederland zijn producten met concentraties van 7 tot 50 procent te koop. Een hoger percentage betekent niet dat je beter beschermd bent, maar dat het middel langer werkt.
Bij inname van DEET-bevattende producten kan het NVIC inschatten wanner iemand gevaar loopt. "Voor DEET gebruiken we een toxicologische grenswaarde," aldus Koppen. Als iemand teveel DEET inneemt en daarboven komt, kunnen er ernstiger klachten optreden en is het goed dat die persoon in het ziekenhuis geobserveerd wordt.
Daarnaast vergeten consumenten vaak de andere ingrediënten. "Ook speelt mee dat er ook oplosmiddelen zoals alcohol in de spray zitten. Als kinderen dat innemen, kunnen ze daar ook klachten van krijgen," waarschuwt Koppen.
Is het voor huisdieren en kleding veilig?
Synthetische stoffen zoals spandex, lycra (dus ook zwemkleding), rayon en nylon kunnen door DEET smelten of vlekken. Katoen en wol zijn wel veilig. Ook kunststof en leer, denk aan autostoelen, tassen, schoenen, horlogebandjes en (zonne)brillen, kunnen worden aangetast. Zelfs (gel)nagellak, autolak en coatings op cameralenzen kunnen erdoor worden aangevreten.
Daarnaast is DEET bij hoge doses ook giftig voor honden en katten. Symptomen zijn onder andere kwijlen, braken, een wankele ‘dronkenmansgang’, trillen en toevallen. Bij likken aan DEET-producten kunnen ook irritatieklachten in het bekje ontstaan. Volgens Koppen hebben dit soort vergiftigingen verschillende oorzaken: doordat huisdieren aan een ingesmeerd been likken, of doordat het middel te dik op de huid van het dier is aangebracht, of doordat in verpakkingen wordt gebeten.
Veilig smeren in 4 stappen
Wil je de muggen op afstand houden zonder risico's? Houd je dan hieraan:
- 🦟
Lees de bijsluiter
Zo beperk je de risico's als je de middelen volgens de richtlijnen op de verpakking gebruikt. Zo weet je altijd de veilige dosis.
- 🦟
Nooit onder je kleding
Smeer DEET alleen op een onbedekte huid. Onder kleding ontstaat een broeikaseffect waardoor de huid de chemische stof sneller en in grotere hoeveelheden opneemt.
- 🦟
Vermijd wondjes
Smeer niet op beschadigde of ernstig verbrande huid. De stof wordt dan makkelijker opgenomen in je lichaam.
- 🦟
Voorkom inname
Spray niet in een afgesloten tent of kleine badkamer, en smeer het nooit op de handen van jonge kinderen om te voorkomen dat ze het in hun ogen of mond wrijven.
Twijfel je over een concentratie, leeftijdsgrens of specifiek product? Kijk dan op waarzitwatin.nl, het portaal van de Rijksoverheid en VeiligheidNL over chemische stoffen in consumentenproducten. Voor medische richtlijnen kun je terecht bij het RIVM (LCI-richtlijnen) en het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR). Vermoed je een vergiftiging bij mens of dier, neem dan contact op met de huisarts of dierenarts. Zij nemen vervolgens contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
