Iedere 4 minuten belandt een 65-plusser op de SEH na een val: wat kun je doen om dit te voorkomen?

Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar voor ouderen kan een simpele val grote gevolgen hebben. In 2025 belandden naar schatting 124.000 65-plussers na een val op de spoedeisende hulp. Dat komt neer op één oudere elke vier minuten. In 78 procent van de gevallen was sprake van ernstig letsel. En het probleem neemt toe. In de afgelopen tien jaar steeg het aantal valongevallen met ernstig letsel onder 65-plussers met 16 procent.
Veel mensen denken bij valpreventie misschien vooral aan hoogbejaarden die slecht ter been zijn. Maar volgens VeiligheidNL is het juist belangrijk om al veel eerder aandacht te hebben voor het risico op vallen. Hoe weet je eigenlijk of je een verhoogd risico loopt? En wat kun je zelf doen om een val te voorkomen?
Wanneer moet je beginnen met valpreventie?
Volgens Rozan van der Veen, expert valpreventie bij VeiligheidNL, het kenniscentrum voor letselpreventie, is het een misverstand dat valpreventie pas nodig is wanneer iemand slecht ter been is. Juist de groep van 65 tot 74 jaar verdient volgens haar aandacht.
“Die ‘jonge’ 65-plussers voelen zich vaak nog heel fit en vitaal”, vertelt Van der Veen. “Tegelijkertijd kunnen er al beginnende gezondheidsproblemen ontstaan waardoor spierkracht en evenwicht afnemen. Bij vrouwen neemt ook na de overgang het risico op osteoporose (botontkalking) toe. Een val kan daardoor sneller leiden tot een botbreuk. Daar zijn mensen zich niet altijd van bewust.”
Ook het gedrag kan volgens haar een grote rol spelen. “Iemand die zich nog fit voelt, kan bijvoorbeeld zonder veel nadenken op een ladder klimmen of op hoogte klussen.”
Daarom adviseert VeiligheidNL om vanaf je 65e naar je eigen valrisico te kijken. Dat kan bijvoorbeeld met de online via https://www.testjevalrisico.nl/. De vragenlijst brengt aan de hand van vragen als ‘Bent u in de afgelopen twaalf maanden gevallen?’ en ‘Bent u bang om te vallen?’ het risico in kaart. Daarna krijg je praktische tips die kunnen helpen om het risico op een val te verkleinen.
“Het voorkomen van een val begint gewoon bij stap één en dat is weten dat je een valrisico hebt”, zegt Van der Veen.
Wat zijn de gevolgen van een val op oudere leeftijd?
Dat bewustzijn is niet voor niets. Uit de cijfers van VeiligheidNL blijkt namelijk dat 56 procent van de 65-plussers die in 2025 na een val op de SEH werd behandeld, een fractuur had. In totaal werden ruim 40.000 ouderen na een val opgenomen in het ziekenhuis.
Voor sommige ouderen heeft een val ook langdurige gevolgen.Naar schatting werden vorig jaar 17.400 ouderen na een ziekenhuisopname tijdelijk of permanent opgenomen in een verpleeghuis. Voor een deel van hen loopt een val zelfs fataal af.
Angst voor een nieuwe val
Een val waarbij je geen ernstig letsel oploopt, kan alsnog grote gevolgen hebben. Volgens VeiligheidNL kan iemand na een val angst ontwikkelen om opnieuw te vallen. Daardoor kan diegene minder gaan bewegen en minder vaak naar buiten gaan. Een val kan zo niet alleen gevolgen hebben voor het lichamelijke welzijn, maar ook voor de zelfverzekerdheid en de mogelijkheid om zelfstandig thuis te blijven wonen.
Minder bewegen zorgt vervolgens weer voor een afname van spierkracht en balans, waardoor het risico op een volgende val groter kan worden.
Van der Veen herkent deze verhalen: “Begin je minder vertrouwen in jezelf te krijgen? Ga dan alvast eens naar je valrisico kijken. Maar stop het vooral niet weg en wees niet te bang voor het risico op een val.”
Hoe blijf je in beweging en train je je spieren?
Een verhoogd risico betekent niet dat je het rustiger aan moet doen. Integendeel. Juist voldoende bewegen en het trainen van spierkracht en evenwicht zijn belangrijke onderdelen van valpreventie.
Wie een verhoogd valrisico heeft, kan volgens VeiligheidNL een valpreventiecursus volgen. Daar wordt onder begeleiding gewerkt aan bijvoorbeeld spierkracht en balans. Uit onderzoek en de praktijk blijkt dat deze activiteiten echt van belang zijn bij het voorkomen van vallen.
Gemeenten bieden deze cursussen aan. Zoek op internet naar 'valpreventiecursus' met de naam van uw gemeente, of bel simpelweg de gemeente op om te vragen naar het aanbod bij in de buurt. Ook de huisarts kan vaak zorgen voor de beste doorverwijzing.
Ook als je nog geen verhoogd risico hebt, kun je alvast werken aan je spierkracht en evenwicht. Daar hoef je volgens Van der Veen niet eens een aparte training voor in te plannen. Oefeningen kunnen onderdeel worden van dagelijkse bezigheden.
“Tijdens het tandenpoetsen kun je bijvoorbeeld vijf keer op je tenen gaan staan. Tijdens het koken kun je langs het aanrecht lopen waarbij je steeds de ene voet voor de andere zet. En als je uit een stoel opstaat, kun je dat een paar keer achter elkaar proberen zonder je handen te gebruiken. Daar kun je ook al mee beginnen als je jonger bent”, zegt Van der Veen.
Zo maak je je huis veiliger
Niet alleen je lichaam speelt een rol. Ook de omgeving waarin je leeft kan ervoor zorgen dat je makkelijker valt. Het grootste gedeelte van de valongevallen gebeurt volgens VeiligheidNL in en om het huis.
Daarom is het verstandig om eens kritisch door je eigen woning te lopen. Liggen er losse kleedjes? Dan kun je die verwijderen of er een antislipmat onder leggen. Ook snoeren die over de vloer lopen kunnen een obstakel vormen.
Toch betekent veilig wonen niet dat je alle mogelijke risico's uit de weg moet gaan. Als je bijvoorbeeld nog goed een trap op kunt lopen, is het volgens de expert juist goed om dat te blijven doen. Met traplopen train je namelijk ook je spieren.
Maar ook voeding speelt een belangrijke rol bij het sterk houden van het lichaam. Wie aan spierkracht werkt, heeft voldoende vitamine D en eiwitten nodig om spieren op te bouwen. Daarnaast is het verstandig om medicijnen regelmatig te bespreken met de huisarts of apotheker, omdat sommige middelen duizeligheid of een vertraagd reactievermogen kunnen veroorzaken.
“Hoe meer risicofactoren er aanwezig zijn, hoe groter het risico op een val”, legt Van der Veen uit. “Maar zolang je goed op alles let kan je een hoop voorkomen.”
