Jumbo verdient 31 cent aan winkelkar van 100 euro: waar blijft de rest van het geld?

Je gevulde boodschappenkar: groente en fruit, brood en havermout, en melk en eieren. Een Nederlands huishouden betaalt al gauw 100 euro aan wekelijkse boodschappen. Volgens het jaarverslag van Jumbo zou de supermarktketen op zo'n boodschappenkar slechts 31 cent winst maken. Waar gaat de andere 99 euro en 69 cent heen? Radar sprak met supermarktdeskundige Erik Hemmes.
Een kijkje in Jumbo’s jaarverslag
Alle Nederlandse supermarktketens samen draaien zo’n 51,1 miljard euro omzet per jaar. Een flinke winstmachine, zou je denken. Toch maakt een supermarkt minder winst dan het forse bedrag dat de kassalades binnenkomt.
Zo blijkt uit Jumbo’s verslag over het jaar 2025. De supermarkt had een totale omzet van 10,6 miljard euro. Hun winst daarentegen steeg naar 33 miljoen. Omgerekend maakte de Jumbo in 2025 dus zo’n 31 cent winst per 100 euro aan boodschappen.
Wat gebeurt er met de overige 99 euro en 69 cent?
Niet het volledige bedrag dat jij afrekent bij de kassa kan in de portemonnee van de supermarkt worden gestopt. Er zijn allerlei kosten bij het vullen van de schappen, denk aan de inkoop van producten. Die kosten kunnen verschillen tussen supermarkten. “Maar met een globale berekening kun je toch inzien hoeveel winst een supermarkt ongeveer maakt,” vertelt Hemmes.
“Allereerst,” begint de deskundige, “moet een supermarkt btw afdragen wanneer jij een product koopt. Dit is gemiddeld 12 procent. Er zijn twee soorten btw die een supermarkt afdraagt: 9 en 12 %. Voor voedselwaren, zoals melk, vis, fruit en groente, brood, en vlees wordt 9 procent btw afgedragen. Het algemeen tarief is in Nederland 21 procent, zoals bijvoorbeeld bij cosmetica en alcoholhoudende dranken.”
Dit is waar je voor betaalt bij het kopen van je boodschappen
Naast de btw die een supermarkt afdraagt, gaat jouw geld ook nog naar andere kostenposten. Zo zijn er vakkenvullers in de supermarkt, wordt de kwark afgekoeld in een koeling, en gaan producten over datum. Hemmes legt uit welke kosten er worden betaald wanneer jij je boodschappen afrekent.
De kosten van een supermarkt:
- 💸
Inkoopwaarde.
Een supermarkt betaalt geld aan leveranciers om producten te kopen. Denk bijvoorbeeld aan de prijs die een supermarkt betaalt aan een boer voor een kilo appels, of aan een fabriek voor flessen frisdrank.
- 👥
Personeel.
Om een supermarkt draaiende te houden, zijn mensen nodig. Zij moeten worden uitbetaald. Denk aan het loon van vakkenvullers, de bakkers op de broodafdeling en de medewerkers op kantoor.
- 🚛
Distributie en formulebegeleiding.
Om producten voor een welafgewogen prijs in de winkel te verkopen, maakt een supermarkt ook kosten. Zo moet bijvoorbeeld de brandstof van vrachtwagens worden betaald.
- 🏚️
Afschrijving.
De winkel die wordt neergezet gaat in principe zo’n zeven jaar mee. Vaak zie je dat supermarkten na acht of negen jaar gaan verbouwen. Om die kosten te dekken, schrijft een supermarkt geld af.
- 🔋
Energie.
Een supermarkt verbruikt veel stroom en gas. Zo is er verlichting in de winkel en wordt stroom gebruikt voor de koelingen die dag en nacht aanstaan.
- 💳
Huur.
Dit is het bedrag dat een supermarkt betaalt aan de eigenaar van het gebouw waarin zij zitten.
- 😞
Derving.
Er zijn mensen die producten meenemen zonder af te rekenen, je hebt producten die over de datum gaan, of op een andere manier kwijtraken. Ook dat kost een supermarkt geld.
- 📺
Reclame.
Supermarkten maken reclame, waarmee ze hun producten adverteren.
Waarom de ene supermarkt meer winst maakt dan de andere
Hoeveel winst een supermarkt maakt, is niet eenduidig te zeggen. “Want de kosten kunnen per supermarkt verschillen,” verklaart Hemmes. “Zo maakt de Nettorama meer winst dan bijvoorbeeld de Jumbo.”
Hij legt uit waar dit verschil in kosten onder andere vandaan komt: “De Nettorama heeft lage personeelskosten. Zij hebben een hoofdkantoor met weinig mensen. Fabrikanten treffen bij het hoofdkantoor van de Nettorama geen receptionist, maar een telefoon en een lijst met nummers.”
Ook kiezen supermarkten er soms voor om producten goedkoper aan te bieden dan dat verwacht mag worden voor de productieprijzen. “Doordat huismerken goedkoop verkocht worden, bindt een supermarkt de consument aan hun winkel,” legt Hemmes uit. “Want concurrentie is dermate heftig, dat supermarkten lager gaan zitten in de verkoopprijs.”
Investeren op lange termijn
Hoewel een supermarkt veel kosten heeft, hoeft dit niet per definitie negatief te zijn. “Investeren kan op lange termijn juist geld besparen,” aldus Hemmes. Het investeren in zelfscankassa’s bespaart op lange termijn bijvoorbeeld personeelskosten.
“Per tien zelfscankassa’s heb je zo’n twee medewerkers nodig,” illustreert Hemmes. “Weliswaar zijn dit vaak wat duurdere medewerkers. Zij voeren namelijk meer taken uit dan alleen het scannen van producten. Toch ben je op lange termijn goedkoper uit.”