Kinderdagverblijven
Uit een onthullende reportage van Radar blijkt dat de omstandigheden op kinderdagverblijven de gezondheid van kleine kinderen kunnen schaden.
Anderhalf jaar geleden besteedde Radar aandacht aan het binnenmilieu op scholen. Zie: 21 november 2005 Toen al bleek acht op de tien scholen niet goed geventileerd te zijn en dus een slecht binnenmilieu hadden.
Onder het binnenmilieu verstaat men alle fysische, chemische en biologische factoren die van invloed zijn op de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.
Een goede indicatie voor een goed of slecht binnenmilieu zijn CO2 waarden. De hygiënische grenswaarde voor CO2 concentratie in Nederland voor (basis) scholen ligt op 1200 ppm. Deze grens wordt veelvuldig overschreden. Deze hoge waarden hebben verstrekkende gevolgen zo blijkt uit een Scandinavisch wetenschappelijk onderzoek. Wil de Gids van TNO bouw onderschrijft die conclusies en vertelt dat TNO bouw heeft onderzoek gedaan naar de relatie tussen een slecht binnenmilieu en de (leer) prestaties van leerlingen op school in Nederland.
Onderzoek TNO naar leerprestaties
Uit het onderzoek kwam naar voren dat 1500 vd 130.000 basis- en middelbare scholieren in de Haagse regio zijn dagelijks ziek door een slecht binnenmilieu op scholen. En ook 150 leraren voelen zich onwel door de bedompte lucht. Hoofdpijn
en concentratieproblemen komen door onvoldoende ventilatie /isolatie/vochtproblemen. Verder komt uit het onderzoek van TNO naar voren dat kinderen taal- en rekentoetsen minder goed maken dan in een goed geventileerd lokaal. In een gangbaar leslokaal, met gesloten deuren en ramen, maakten de leerlingen gemiddeld vijf procent meer taalfouten en bijna negentien procent meer rekenfouten dan in een goed geventileerd lokaal.
Een slecht binnenmilieu vooral voor kinderen met astma, maar ook voor gezonde kinderen funest.
Kinderdagverblijven
Atze Boerstra van BBA Binnenmilieu heeft onderzoek gedaan naar het binnenmilieu op kinderdagverblijven. Volgens Boerstra zijn kinderen extra gevoelig voor de effecten van een ongezond binnenmilieu. Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat kinderen die worden blootgesteld aan een ongezond binnenmilieu hebben meer kans op astma en allergieen.
Maar ook leidsters hebben gezondheidsklachten als hoofdpijn, droge ogen, prikkende keel. Ook kan het leiden tot leer-en concentratie problemen. En indirect leidt dit tot ziekteverzuim en lagere productiviteit.
Zowel Atze Boerstra als Wil de Gids van TNO bouw zeggen dat het net zo slecht of misschien wel slechter is gesteld met het binnenmilieu als op scholen.
Convenant
Per 1 september 2004 is er een convenant opgesteld over de kwaliteit van de kinderopvang, Omdat de Wet kinderopvang (1 jan. 2005) alleen ingaat op de algemene kwaliteitseisen ingaat heeft minister de Geus gevraagd of de branche zelf nadere kwaliteitseisen op kan stellen. Het convenant is de basis voor het toezicht van de GGD's.
Met de invoering van de Wet kinderopvang per 2005 is de kinderopvang zelf verantwoordelijk voor een gezonde en veilige omgeving. Kindercentra moeten
jaarlijks een gezondheidsrisico-inventarisatie (waarvan het binnenmilieu een onderdeel is) uitvoeren. Hiervoor kunnen zij gebruik maken van een door het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV) van GGD Nederland ontwikkelde checklist. Het is ook toegestaan een gelijkwaardig alternatief te gebruiken. Aan de hand van geïnventariseerde risico's beoordeelt het kinderdagverblijf of er acties noodzakelijk zijn. De te ondernemen acties worden vermeld in een plan van
aanpak. De genomen acties en preventieve maatregelen moeten in een gezondheidsverslag worden beschreven. Het toezicht wordt onder de Wet kinderopvang door de GGD uitgevoerd. De GGD-inspecteur beoordeelt de
volledigheid van de door de kinderopvang uitgevoerde risico-inventarisatie en juistheid ervan steekproefsgewijs. Of de Wet kinderopvang bewerkstelligt dat (onder
andere) het binnenmilieu in kindercentra beter wordt, is nog niet onderzocht.
\"Regels voldoen niet\"
In opdracht van de gemeente onderzoekt de GGD dus of KDV voldoen aan de gestelde eisen. Frans Duijm van GGD Groningen zegt dat het beoordelingssysteem niet goed voldoet. Zo hoeft de GGD niet de CO2 meting te doen, wat juist een belangrijke indicator is van een slecht binnenmilieu. Ook uit een rapport van de GGD Rotterdam blijkt dat het convenant niet goed zou werken. \"Op bijna 40 % van de meetdagen is een CO2-concentratie gemeten boven 1000 ppm. Boven deze waarde wordt het binnenklimaat als ongunstig beoordeeld. Vooral peuters blijken vaak te slapen bij te hoge CO2concentraties (61 %)\