background branding

PFAS in een pan? Zo herken je het, en dit zijn alternatieven

pan-kopen-kiezen-antiaanbaklaag-pfas-780.jpg

PFOA-vrij klinkt veelbelvovend, maar kan vies tegenvallen. Als het op een pan staat, is de kans namelijk groot dat er wel een andere vorm van PFAS  aanwezig is in de anti-aanbaklaag. Veel mensen vinden dit verwarrend, en weten niet hoe ze een pan zonder het spul moeten vinden. Radar legt uit hoe het werkt.

Wat is PFAS?

PFAS is de afkorting voor poly- en perfluoralkylstoffen, waar duizenden varianten van zijn. Ook PFOA is hier een van. De materialen hebben handige eigenschappen: ze zijn water-, vet- en vuilafstotend. Ideaal voor de coating van onder meer koekenpannen dus. Maar hoewel ze handig zijn, kleven er grote nadelen aan PFAS. Uit onderzoek naar de vaakst toegepaste vormen van PFAS blijkt dat ze slecht zijn voor de gezondheid. Ze tasten onder meer het immuunsysteem aan, en sommige zouden een verhoogd risico op kanker geven. Gelukkig zijn er ook alternatieven. We beginnen met de alternatieven, en eindigen met tips om PFAS-pannen te herkennen. 

Alternatief zonder anti-aanbaklaag: gietijzer

Bij professionele koks is gietijzer favoriet. Voordat de pan optimaal te gebruiken is, moet je hem wel even ‘inbranden’. Dat wil zeggen dat je hem op hoge temperaturen moet verwarmen met bijvoorbeeld olie erin. Hierdoor ontstaat op natuurlijke wijze een anti-aanbaklaag. Was de pan hierna nooit gewoon af, maar spoel alleen af met water, en pas op met zure producten die de ontstane baklaag aantasten. Deze pan gaat een leven lang mee, en werkt ook op inductie.

Alternatief zonder anti-aanbaklaag: roestvrijstaal (rvs)

Ook rvs is een materiaal zonder anti-aanbaklaag. Het is bij dit materiaal van belang dat je met voldoende olie of boter bakt, waarmee uiteindelijk op dezelfde manier als bij gietijzer een laagje ontstaat dat aanbakken voorkomt. Deze pan gaat eveneens een leven lang mee.

Alternatief zonder anti-aanbaklaag: koolstofstaal

Net als gietijzer en rvs begint deze pan zonder anti-aanbaklaag, en ontstaat die door inbranden. Bij koolstofstaal zou de bovenlaag gladder worden dan bij rvs, waardoor pannenkoeken of een spiegelei beter uit deze pan komen. Ook een pan koolstofstaal kun je oneindig blijven gebruiken.

Keramische anti-aanbaklaag

Dit de bekendste PFAS-vrije anti-aanbaklaag, en ook de meest voorkomende. Het is ideaal voor als je het gemak van een anti-aanbaklaag zoekt, zonder zelf te hoeven inbranden. Anders dan staalsoorten gaat de laag wel slijten, en zul je na een paar jaar de pan moeten vervangen omdat hij niet meer goed werkt.

Het aanbod groeit steeds verder. Er zijn merken die sinds dag 1 alleen keramische pannen verkopen, zoals GreenPan en GreenChef. Maar ook steeds meer merken die al langer bestaan bieden ze inmiddels aan. Het feit dat deze merken bij hun keramische pannen wél vermelden dat ze PFAS-vrij zijn, zegt iets over hun pannen die zonder die vermelding worden verkocht. Namelijk: dat het daar hoogstwaarschijnlijk wel in zit.

Maandag 17 oktober in de uitzending

Stempel 'PFOA-vrij' op je koekenpan werkt misleidend

Als je op zoek bent naar een nieuwe koekenpan, kun je niet om het stempel ‘PFOA-vrij’ heen: het staat op bijna elke verpakking. Maar zegt het ook iets over het omstreden PFAS? Uit een Radar-enquête onder ruim 18.000 mensen blijkt dat bijna 1 op de 3 denkt dat 'PFOA-vrij' betekent dat er geen PFAS in de anti-aanbaklaag zit. Daar klopt alleen niets van. PFOA is bovendien al jaren verboden, en experts vinden het daarom vreemd dat het überhaupt op de verpakking staat. In Radar de uitleg:

 

Hoe herken je PFAS-pannen?

Dit is een mooi bruggetje naar de pannen die je níet moet hebben als je PFAS-vrij wilt bakken. Ook de Consumentenbond test sinds een paar jaar geen PFAS-pannen meer. De organisatie filtert dus op de producten met alternatieve anti-aanbaklagen, maar geeft hierbij aan dat dit niet altijd even makkelijk is. Het staat namelijk vaak niet duidelijk op de verpakking. Bij twijfel checkt de bond dan ook bij de fabrikant of een pan PFAS-vrij is.

Teflon

Dit is de bekendste merknaam van een vorm van PFAS. Om precies te zijn gaat het om de chemische verbinding gepolymeriseerd polytetrafluoretheen, afgekort tot PTFE. Op de verbinding zit een patent, dus zie je vaak ™ achter de naam staan. Op sommige PFAS-pannen staat een Teflon-merkje.

Alles behalve PFAS wordt genoemd

Geen lood, geen cadmium, geen PFOA.’ Als dit soort lijstjes op je pan staat, weet je nog steeds niet wat er dan wél in zit. Bovendien spreekt het meestal voor zich, omdat het om verboden stoffen gaat, zegt Annelies den Boer van Stichting Tegengif: ‘Je kunt van alles wel noemen wat giftig is en er niet in zit.’

Merknamen zonder ingrediëntenlijst

Fabrikanten komen soms met eigen anti-aanbaklagen die ze een merknaam geven. Als consument is het vaak lastig te achterhalen wat de ingrediënten zijn die hiervoor gebruikt worden. Namen met ‘titanium’ of ‘diamond’ komen we veel tegen, maar ook ‘eco’ is een populaire term.

Een goede stelregel is: als er niet duidelijk staat uitgelegd wat het materiaal is, is de kans groot dat het toch om PFAS gaat. Dit geldt ook als er een deel wordt benoemd, zoals: ‘versterkt met titanium’. Dan kun je de vraag stellen: wat is er precies versterkt met titanium?

Ook de Consumentenbond waarschuwt dat, indien er alleen ‘anti-aanbaklaag’ staat, de kans groot is dat er PTFE in het product zit. Verder is het volgens de organisatie goed om te letten op: ‘PTFE, Teflon, Greblon of een combinatie met Titanium.’

Als iets écht PFAS-vrij is, is het als fabrikant interessant om dit te benoemen. Consumenten zijn hier namelijk steeds vaker naar op zoek. Wil je het echt zeker weten, dan kun je een brief of mail sturen aan de fabrikant. Die is verplicht om je binnen 45 dagen te laten weten wat het materiaal is.