‘Slimme’ apparaten doelwit voor hackers, hoe beveilig je ze?

Je thermostaat, je printer of soms je koelkast: allemaal ‘slimme’ apparaten die met het internet verbonden kunnen zijn. Waarom zijn deze apparaten doelwitten voor hackers? Welke veiligheidsrisico’s zijn er voor jou als consument? En wat kun jij doen om dit soort apparaten te beveiligen? Radar sprak met Tijs Hofmans van Tweakers hierover.
Wat zijn slimme apparaten?
Slimme apparaten die via het internet verbonden zijn, kunnen onder andere thermostaten, printers, koelkasten, robotstofzuigers, verlichting, deurbellen, camera’s, koffiezetapparaten en ventilatoren met slimme stekkers, speakers en tv’s zijn. Deze zijn makkelijker te hacken dan telefoons, tablets of laptops. Hofmans legt uit: “Een smartphone bevat veel gevoelige en waardevolle informatie. Veel fabrikanten besteden daarom veel meer aandacht aan de beveiliging van smartphones dan aan de beveiliging van bijvoorbeeld thermostaten of tv’s. Die apparaten bevatten minder interessante informatie.”
Waarom moeten hackers jouw apparaat hebben?
“Het is niet zozeer dat er iemand een hoodie opzet en een zonnebril en dan jouw specifieke thermostaat gaat hacken van jou als individu. Dat gebeurt niet. Aanvallen op dit soort apparaten zijn zeer zelden gericht,” verzekert Hofmans. Je loopt ook geen risico dat je via slimme apparaten op andere apparaten met gevoelige informatie erop gehackt kan worden. “In de praktijk gebeurt het niet dat hackers bijvoorbeeld via je thermostaat op je laptop inbreken”, legt Hofmans uit.
Wat er wel gebeurt is dat hackers de rekenkracht van je slimme apparaat kunnen gebruiken om grotere cyberaanvallen uit te voeren: “De hacker gebruikt een ‘botnet’-virus dat de rekenkracht van allerlei apparaatjes kan gebruiken om een grote ‘DDoS’-aanval uit te voeren. Een thermostaat is op zichzelf een heel zwak apparaat, maar als je tienduizend thermostaten bij elkaar zet, dan heb je behoorlijk wat rekenkracht. Dat kan een hacker vervolgens gebruiken om een aanval uit te voeren en een dienst tijdelijk onbereikbaar te maken.”
Wat zijn botnets en DDoS-aanvallen?
Een botnet is een netwerk van gekaapte slimme apparaten. Cybercriminelen sturen dit netwerk op afstand aan om grootschalige aanvallen uit te voeren, zoals het platleggen van websites, het versturen van spam of het stelen van data.
Een DDoS-aanval (Distributed Denial of Service) is een cyberaanval waarbij een digitale dienst wordt overspoeld. Hierdoor raakt het systeem zo overbelast dat het traag wordt of niet meer kan worden gebruikt.
DDoS-aanvallen met botnet-virussen gebeuren in de praktijk regelmatig. Zo kunnen hackers met dit soort aanvallen DigiD, de Belastingdienst, de website van een belangrijk bedrijf of bijvoorbeeld een waterzuiveringsinstallatie tijdelijk plat leggen: “Ze kunnen behoorlijk wat schade veroorzaken,” vertelt Hofmans.
Gehackt: en nu?
Als individu zal je er niet veel van merken als jouw slimme apparaat gehackt wordt. Desondanks kunnen massale hacks van slimme apparaten alsnog grote maatschappelijke consequenties hebben: “Het kan grote gevaren opleveren,” waarschuwt Hofmans. Hij legt met een voorbeeld uit: "Stel dat iemand jouw auto leent om een inbraak te plegen. Hij neemt hem om één uur 's nachts mee en zet hem om vier uur weer netjes terug. Daar merk je niets van. Maar ja, moet je dat willen of niet?”
Stel je slimme apparaat staat op een kantoor, dan zou je nog wel een interessant doelwit kunnen vormen voor hackers: “Daar kun je best wel vanuit een printer wat persoonlijke informatie achterhalen als hacker.” Ook als je veel cryptovaluta bezit, ben je een potentieel doelwit. Voor de rest zijn hacks volledig willekeurig: "Jij bent als individu niet zo heel interessant voor hackers. Mensen die risico lopen zijn vooral mensen van wie apparaten onvoldoende beveiligd zijn,” legt Hofmans uit.
Wat kan jij doen om dit te voorkomen?
Een manier om hacken moeilijker te maken, is je slimme apparaat vaak bijwerken: “Beveiliging is eigenlijk een constant kat-en-muisspel tussen hackers en beveiligers. Hackers gaan op zoek naar gaten waarmee ze iets kunnen misbruiken. En beveiligers zijn constant bezig die gaten te dichten. Updates fixen vaak gaten waarvan bekend is dat ze soms misbruikt worden,” legt Hofmans uit.
Als je dus vaker jouw apparaat updatet, zijn er minder risico's dat deze gehackt kan worden: “Stel dat jij iedere maand een lijst met klusjes in je huis hebt, kun je daar ook in meenemen: ‘Eén keer per maand ga ik heel eventjes door alle apps heen van mijn slimme apparaten om te kijken of daar een update bij zit,’” stelt Hofmans voor. Hiermee voorkom je ook dat apparaten langzamer werken, bepaalde functionaliteiten verliezen of eerder stuk gaan.
Daarnaast raadt Hofmans aan slimme apparaten te kopen van bekende merken: "Als jij apparaten koopt van grote bedrijven met veel naamsbekendheid, zijn die vaak gebruiksvriendelijker om te installeren en zijn er vaker beveiligingsupdates beschikbaar. Ga niet bezuinigen hierop en koop gewoon iets betrouwbaars. ”
De cybercrime-industrie en wetgeving
Voor de consument benadrukt Hofmans: “Bewustzijn hierover kan absoluut geen kwaad en het is altijd goed als je verantwoordelijkheid neemt over je eigen technologie.” Desondanks legt Hofmans uit dat zelfs als jij updates goed uitvoert en betrouwbare technologie aanschaft, hacks alsnog kunnen voorkomen: “Het is absoluut niet de schuld van het slachtoffer. Daarvoor is de cybercrime-industrie te groot en te professioneel. Daar kun jij als individu niet tegenop.”
Daarom is Hofmans zo positief over ontwikkelingen van de laatste jaren: “Waar de échte kracht de afgelopen jaren in dit onderwerp heeft gezeten, is de wetgeving. Er zijn recent veel grote techwetten, reparatiewetten, en cyberveiligheidswetten aangenomen. En die regelen allemaal dat apparaten op de markt een aantal jaar van updates voorzien moeten zijn en dat ze aan bepaalde veiligheidsstandaarden moeten voldoen.” Door deze verbeterde wetgeving komen hacks op slimme apparaten steeds minder vaak voor.
