Waarom je hondenharen niet buiten moet achterlaten: ‘Acute sterfte jonge vogels’

Met goedbedoelde intentie kun je hondenharen achterlaten in je vogelhuisje, zodat vogels deze haren kunnen gebruiken bij het bekleden van hun nestje. Toch waarschuwt Vogelbescherming Nederland voor giftige stoffen in dierenharen, met sterfte bij vogels als gevolg. Kun je hondenharen nog gerust achterlaten in het bos? Of begeleid je vogels hiermee onbewust richting de dood? Radar gaat in gesprek met Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland.
Giftig nestmateriaal
Vogels maken graag gebruik van hondenharen bij het bouwen van hun nestje. “Het werkt isolerend, en het kost vogels niet veel energie om een pluk haar te verplaatsen,” vertelt de vogelbeschermer. Toch zijn deze haren vaak giftiger en schadelijker voor vogels dan je zou verwachten.
Roeke legt uit: “Veel huisdiereigenaren behandelen hun hond of kat met anti-vlooienmiddelen. Deze middelen zitten vol met slechte stoffen, die in bijna alle andere praktijken (zoals de landbouw) verboden zijn. Haren van behandelde honden en katten zitten daardoor vol met giftige stoffen.”
Directe sterfte én verzwakt zenuwstelsel
Doordat vogels hun nestje graag bekleden met hondenharen, komen ze snel in contact met de giftige stoffen. “Dat betekent dat eitjes eigenlijk in het gif liggen. Zodra de eieren uitkomen, worden kleine vogels direct blootgesteld aan het gif. Omdat jonge vogels helemaal naakt zijn, heeft dit contact vaak een acute dood of schade aan het zenuwstelsel als gevolg.”
Roeke vervolgt: “De haren kunnen ook terechtkomen op planten of insecten, waardoor de giftige stoffen in het voedingssysteem van vogels terecht kunnen komen. Dan gaat de vergiftiging natuurlijk nog sneller. Zodra vogels het gif binnenkrijgen, is dat nog schadelijker dan wanneer ze het gif op hun huid of vleugels krijgen.”
Vele snavels maken licht werk
De Vogelbescherming Nederland ziet liever een verbod op de giftige stoffen in anti-vlooienmiddelen. “Daarom werken we samen met de Hogeschool Leiden aan het project ‘Meet de Mees’,” vertelt Roeke.
“In dit project meten we de mate van gif en bestrijdingsmiddelen bij overleden meesjes,” vervolgt hij. “Met genoeg data kunnen we vervolgens uitspraken doen over de schadelijkheid van bepaalde stoffen. Deelnemers kunnen eventuele niet-uitgekomen eieren en dode nestjongen van koolmezen verzamelen en deze aanmelden voor het onderzoek.”