Zo betaal je niet meer belasting dan nodig

Belasting

Bij je belastingaangifte staat het grootste deel al voor je ingevuld. Druk je bij al deze gegevens op accepteren? Dan verstuur je niet de meest optimale aangifte. Radar vraagt tips aan deskundigen om te voorkomen dat jij meer belasting betaalt dan nodig is. 

Waarom de vooringevulde belastingaangifte niet ideaal is

Dat de vooringevulde belastingaangifte niet ideaal is, komt doordat niet al je informatie bekend is bij de Belastingdienst. Dat vertelt Anne Bon, belastingadviseur bij TaxSavers.

“Als je hem gewoon doorklikt, wordt alleen de informatie meegenomen die bekend is bij de Belastingdienst. Maar daarbuiten zijn er nog allerlei aftrekposten die je kunt toevoegen. Stel dat je bijvoorbeeld heel veel zorgkosten hebt gemaakt, dan weet de Belastingdienst dat niet.” Zulke aftrekposten zul je daarom zelf moeten invullen.  

Tandarts- of dieetkosten aftrekbaar

Zorgkosten zijn je onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van je belasting. 

Ze moeten aan de volgende drie dingen voldoen:

  • Boven een bepaalde drempel uitkomen

    Deze drempel is afhankelijk van de hoogte van je inkomen en het wel of niet hebben van een fiscaal partner

  • Niet vergoed worden door je zorgverzekeraar

  • Buiten het eigen risico vallen

Bon vertelt dat dit bijvoorbeeld kan met de kosten voor de tandarts. “Bij volwassenen worden deze kosten vaak niet vergoed vanuit de basisverzekering, terwijl de kosten best hoog op kunnen lopen.” Best kans dat deze kosten boven het drempelbedrag uitkomen en dus aftrekbaar zijn van de belasting. 

“Dieetkosten als je bijvoorbeeld glutenallergie of lactose-intolerantie hebt, vallen ook onder aftrekbare zorgkosten. Hiervoor gelden standaardbedragen. Die staan in de lijst van de Belastingdienst.”

Vergeet ook donaties niet

En zo zijn er meer aftrekposten die niet vooraf ingevuld zijn door de Belastingdienst, zoals donaties en reiskosten. Giften aan een ANBI-instelling of vereniging zijn aftrekbaar van de belasting. “Dat geldt niet voor cash giften als je bijvoorbeeld in de kerk bent”, vertelt Bon.

“Bij reiskosten ligt het iets ingewikkelder. Voor de meeste werknemers zijn reiskosten naar het werk niet aftrekbaar. Reis je echter met het openbaar vervoer en betaal je deze kosten zelf, dan kun je onder bepaalde voorwaarden recht hebben op zogeheten reisaftrek.”

“Die aftrek geldt bijvoorbeeld wanneer de afstand tussen je woning en werk meer dan 10 kilometer is en je regelmatig met het openbaar vervoer naar dezelfde werkplek reist. Het bedrag dat je mag aftrekken hangt af van de reisafstand en het aantal dagen dat je reist. Het kan dus lonen om te controleren of je in aanmerking komt voor deze reisaftrek als je met het openbaar vervoer naar je werk reist.”

Heb je een fiscaal partner? Kijk naar de verdeling 

“Het meest interessante punt is als je een fiscaal partner hebt”, vult Luuk Touw aan. Hij is fiscalist bij Jan de Belastingman. “Kosten- en aftrekposten staan dan standaard op een 50-50 verdeling en het kan honderden euro’s schelen als je daarin schuift.”

“Als één van de twee een veel hoger inkomen heeft, dan loont het om bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek voor het grootste deel toe te schrijven aan het hoogste inkomen.” Dit geldt doorgaans ook voor andere aftrekposten: het loont om die zo veel mogelijk toe te schrijven aan degene met het hoogste inkomen. “Maar je moet er wel goed naar kijken”, aldus Touw. 

“Het is altijd even puzzelen”, beaamt Bon. “Maar schuif daar gewoon even mee en kijk wat er gebeurt.”

Pensioensparen niet gemaximaliseerd

Een andere post die je niet moet vergeten, is sparen voor je pensioen. “Lijfrente is een van de weinige aftrekposten die in de tweede belastingschijf nog niet gemaximaliseerd is”, vertelt Bon. “Je kunt dus een veel groter deel pensioensparen en daar de belasting over terugkrijgen”, vult Touw aan. 

Spaar je nog niet voor je pensioen? Dan is dit volgens beide deskundigen slim om daarmee te starten. Niet alleen voor het belastingvoordeel, maar ook om er op je oude dag warmpjes bij te zitten. 

Geef werkelijk rendement box 3 door

De laatste tip heeft te maken met de belasting op box 3. Dit gaat over je inkomen uit vermogen, dus wat je verdient met sparen en beleggen. De Belastingdienst gebruikt hiervoor een fictief rendement, maar je kunt ook je werkelijke rendement doorgeven. 

“Dit is al langer mogelijk, maar sinds dit jaar heeft de Belastingdienst ook een formulier bij de aangifte zitten”, vertelt Touw. “Het kost wel even tijd om het uit te zoeken. Maar als je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement, kan het de moeite wel echt waard zijn”, vult Bon aan. 

Ze legt dit verder uit: “De Belastingdienst kijkt naar welk bedrag het laagst is: het fictieve rendement of het werkelijke rendement. En over dit laagste bedrag wordt je belast. Kijk daarom even wat het fictieve rendement is en maak een inschatting of je rendement daarboven zit of niet. Als je werkelijke rendement hoger is, wordt je over het fictieve rendement belast en hoef je jouw werkelijke rendement niet per se door te geven. Is je werkelijke rendement lager, dan loont het om dit door te geven.”