Bewegen met een longziekte: dit moet je weten

Bewegen met een longziekte: dit moet je weten

Bewegen is gezond, maar als je longpatiënt bent en je lichaam tegenwerkt of je nauwelijks genoeg lucht krijgt kan het soms voelen alsof bewegen geen goed idee is. Is dat ook echt zo? Wij spraken twee longfysiotherapeuten over het belang van beweging voor mensen met een chronische longziekte.

Mariëlle van de Poppe, eigenaar van fysiopraktijk Corlaer en gespecialiseerd fysiotherapeut op het gebied van longaandoeningen en revalidatie, geeft aan dat je het belang van een goed werkend lichaam al ziet bij gezonde mensen. 'Als je iemand met een goede conditie en iemand met een slechte conditie dezelfde trap laat oplopen dan zul je snel zien wie wie is. De een zal namelijk veel meer buiten adem zijn dan de ander, zonder dat hij of zij een longaandoening heeft.'

Conditie als compensatie van de longen

Het bovengenoemde voorbeeld laat volgens Van de Poppe zien dat iemand met longklachten extra veel problemen zal ondervinden als naast zijn of haar longen ook de rest van het lijf in slechte conditie verkeerd. 'Als je weinig kracht en uithoudingsvermogen hebt zullen alledaagse zaken meer energie vragen', legt de fysiotherapeut uit. 'Dit zul je niet alleen merken in taken waar je veel bij moet bewegen, maar ook in alledaagse handelingen en je algehele energiepeil. Het kan ertoe leiden dat je minder goed kunt functioneren.'

Met trainen kun je volgens beide fysiotherapeuten al heel veel verbeteren. 'Iemand met een goede fysieke fitheid hoeft minder beroep te doen op zijn hart-long systeem bij het uitvoeren van fysieke taken', legt Ruben Ubels, fysiotherapeut met een specialisatie op het gebied van longrevalidatie, uit. 'Als je longen niet goed werken maar je zorgt voor voldoende kracht zodat je toch even de trap op kan of kan opstaan, dan heb je op de lange termijn minder moeite met energievragende taken omdat je spieren een groter deel kunnen opvangen.'

Is beweging voor iedereen met een longziekte weggelegd?

'Onafhankelijk van de diagnose of prognose van een patiënt kun je bijna altijd iets verbeteren door te bewegen', stelt Van de Poppe. 'Soms zit er natuurlijk wel een grens aan deze verbeteringen omdat je bij bepaalde aandoeningen en klachten op een geven moment een plafond bereikt. Dan is het lastig om nog verder door te trainen.'

Zelfs dan zijn er volgens de fysiotherapeut mogelijkheden om te zorgen dat de functies die je hebt in goede staat gehouden worden. Daarbij staat het verbeteren van de kwaliteit van leven altijd voorop.

Cardio of kracht?

Cardiotraining focust vooral op je cardiorespiratoire uithoudingsvermogen, oftewel de conditie van je hart en longen. Krachttraining legt de nadruk op het verstevigen en sterker maken van je spieren door middel van weerstandstraining. Nu klinkt het alsof cardio de ultieme vorm van training is voor longpatiënten, je traint er immers je longen mee. Toch blijkt het niet zo zwart-wit als het lijkt. 

Volgens Ubels is het type training dat de voorkeur heeft sterk afhankelijk van de aandoening en hulpvraag van de patiënt. 'Als je kijkt naar iemand met COPD waarbij de longen dusdanig beschadigd zijn, kun je je afvragen of het heel veel nut heeft om de nadruk te leggen op cardio', vertelt hij. 'Bij deze patiënten kun je de longen namelijk niet altijd verbeteren waardoor het soms zinvoller is om te kijken of de kracht op orde is en dit eventueel bij te trainen.'

Maatwerk

Volgens beide therapeuten is geen enkel behandelplan hetzelfde. Dit komt doordat er ook binnen dezelfde longaandoening veel onderlinge verschillen zijn tussen patiënten. 'Het is heel belangrijk om te kijken naar de aandoening, de hevigheid ervan en de hulpvraag van de patiënt', vertelt Van de Poppe. 'Zo kun je bepalen welke factoren je het best kunt trainen.'

'Het is echt maatwerk', stelt Ubels. 'Je gaat met testjes kijken waar het probleem ligt en gaat dit vervolgens zo goed mogelijk aanpakken.' De therapeuten benadrukken dat de hulpvraag van de patiënt daarbij op één staat. 'Communiceer altijd goed met je behandelaar welke doelen je hebt', aldus Van de Poppe. 'Dan kun je samen met je therapeut kijken wat de beste behandeling voor jou is.'

Kun je thuis werken aan je gezondheid?

Van de Poppe geeft aan dat fysieke fitheid altijd een combinatie is van wat je thuis doet aan je gezondheid en de behandelingen in de praktijk. 'Het is juist heel belangrijk dat je de voortgang die je met je fysio maakt thuis gaat voortzetten. Wat je leert tijdens de gesprekken met je behandelaar kun je het best direct toepassen in je dagelijks leven om je zelfredzaamheid te vergroten.'

Wederom is het moeilijk voor de fysio’s om gerichte tips te geven omdat de manier waarop je thuis aan je gezondheid kunt werken sterk verschilt per patiënt. Daarom kun je dit het best met je eigen zorgverlener bespreken. 'Één tip die ik wel kan geven, die op de meeste patiënten van toepassing is, is om rustig de tijd te nemen om handelingen uit te voeren', zegt Ubels. 'Je moet je energie goed leren verdelen. Als je thuis alles gaat haasten zit je je eigen voortgang in de weg.'

Extra ondersteuning

Het kan ook voorkomen dat er extra ondersteuning nodig is om aan de hulpvraag te voldoen. In zo’n geval wordt vaak een diëtist of ergotherapeut ingeschakeld volgens de therapeuten. 

'Soms gebruikt een patiënt zo veel energie in het dagelijks leven, bijvoorbeeld doordat de ademarbeid hoger is, dat ze het qua voeding niet meer kunnen bijbenen', legt Ubels uit. Het gevaar is volgens hem dat deze patiënten op den duur geen vet meer hebben om te verbranden en dat hun spiermassa als brandstof gebruikt wordt door het lichaam. 'In zo’n geval kan een diëtist de nodige ondersteuning bieden.'

Een ergotherapeut kan daarnaast helpen met het in kaart brengen van dagelijkse taken om te analyseren of deze makkelijker gemaakt kunnen worden. 'Soms zijn er hulpmiddelen nodig, maar vaak kan het ook al helpen om bepaalde handelingen op een andere of rustige wijze uit te voeren', vertelt Van de Poppe. 'Als een patiënt er moeite mee heeft om onze adviezen op te pakken of als onze adviezen niet voldoende blijken te helpen, dan schakelen we een ergotherapeut in.'

Ook interessant