toggle menu

Grote hoeveelheid fijnstof in de stad: kun je nog wel buiten sporten?

Grote hoeveelheid fijnstof in de stad: kun je nog wel buiten sporten?

Bewegen is gezond, dat weten we allemaal. Maar hoe zit het precies met hardlopen langs een drukke weg in de stad of voetballen langs de snelweg? Ben je dan nog steeds zo goed bezig of is het misschien zelfs beter voor je lichaam om gezellig in de tuin te gaan zitten?

Om dit uit te zoeken spreekt Radar met Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde aan de Universiteit Maastricht. 

Fijne deeltjes die niet zo fijn zijn

Maar eerst: wat is fijnstof eigenlijk precies? Van Schayck licht toe: ‘Fijnstof zijn kleine stofdeeltjes die diep in de longen terecht kunnen komen. Diep in de longen zijn de deeltjes schadelijk en worden ze vaak opgenomen in het bloed. Daar kunnen ze ontstekingen veroorzaken en ook cellen verwoesten, net zoals tabaksrook dat kan doen.’ 

‘Het meest kwalijk zijn de deeltjes die vrijkomen bij verbranding, omdat in deze deeltjes roet en zware metalen voorkomen. Deze deeltjes komen vrij bij het stoken van een vuurtje, maar veel schadelijker is de uitstoot van een fabriek of de uitlaatgassen van auto’s, met name dieseluitlaat is gevaarlijk’, aldus Van Schayck. 

En hoewel er ook goed fijnstof bestaat, zoals zeezout in de lucht op een eiland als Texel, gaat dit artikel vooral over de fijnstof afkomstig van uitlaatgassen. 

Sporten in de stad is niet aan te raden

Fijnstof kan dus heel wat schade veroorzaken en dient zo goed mogelijk vermeden te worden. In een drukke stad vol auto’s is dat alleen niet altijd even makkelijk en ook mensen die in de stad wonen, sporten graag zo nu en dan. Maar van Schayck benadrukt dat je hiermee goed moet oppassen. 

‘Zo is het niet aan te raden om in een drukke stad te gaan hardlopen. Vanwege het hardlopen adem je namelijk veel dieper in en de deeltjes fijnstof kunnen dan per definitie meer kwaad en zijn schadelijker. Ook adem je tijdens het hardlopen meestal niet door je neus, waardoor de lucht die binnenkomt niet gefilterd wordt.’ 

Waar moeten stadsbewoners heen om te sporten?

Het is natuurlijk ontzettend belangrijk om wel te sporten, ook als je in een stad woont. Voor stadsbewoners is het alleen niet altijd zo gemakkelijk om buiten de stad te sporten. Gelukkig noemt Van Schayck ook alternatieven. ‘Het is bijvoorbeeld al beter om, op een matig tempo, naar een nabijgelegen park te fietsen en daar te gaan sporten. De afstand tot de luchtvervuiling door verkeer is groter en de vegetatie van een park houdt (een deel van) het fijnstof tegen, waardoor hier sporten een stuk gezonder is.’ 

‘Ren of fiets je langs een drukke straat waar auto’s voor het stoplicht staan, probeer dan ook altijd door je neus te ademen. Je neusharen werken als een soort zeef en filteren een hoop troep weg’, adviseert Van Schayck. 

Ren vroeg in de ochtend en als het regent

Sporten in een park is dus een stuk voordeliger, maar in werkelijkheid woont ook niet iedereen in de stad naast een park. De hoogleraar vertelt hoe ook deze mensen alsnog rekening kunnen houden met het gehalte van fijnstof dat in de lucht hangt. 

‘In de vroege ochtend, rond een uurtje of zes, is het een stuk beter om te gaan hardlopen dan bijvoorbeeld rond de avondspits. Fijnstof hoopt zich gedurende de dag op en in de ochtend is er nog weinig verkeer geweest.’ 

‘Daarnaast is er op natte dagen bijna geen sprake van fijnstof, omdat het dan uitregent. Op zonnige dagen, en vooral wanneer sprake is van een hogedrukgebied, is er veel meer fijnstof. Er is dan vaak geen wind en de fijnstof hoopt zich gedurende meerdere dagen op, vooral in een stad.’

Sportvelden langs de snelweg

En niet alleen midden in de stad, maar ook aan de randen van steden en dorpen wordt heel wat gesport. Dat is goed, zou je denken, maar een groot deel van de voetbal- of tennisvelden ligt pal langs de snelweg. Ook hier is Van Schayck niet zeer over te spreken. 

‘Sportvelden en zelfs basisscholen staan langs de snelweg... Dit is  gevaarlijk. Het heeft ermee te maken dat wij in Nederland elke vierkante meter gebruiken, maar mijn aanbeveling is om echt een sportclub elders in de stad of niet bij een weg met veel stoplichten te zoeken. Vooral op jonge leeftijd is dit voor kinderen schadelijk en is de kans groot dat zij hier later last van krijgen.’ 

Niet alleen in de drukke stad loert gevaar

Wie elders in Nederland woont dan in de grote steden en dacht te ontsnappen aan dit verhaal kan beter nog even verder lezen. Over het algemeen bevinden grote hoeveelheden fijnstof zich namelijk langs alle drukke wegen of fabrieken. Daarbij is een andere belangrijke factor de windrichting. 

Van Schayck ligt toe: ‘Als je in West-Brabant woont en de wind komt uit het Noord-Westen, dan komt fijnstof vaak uit het havengebied van Rotterdam en is de belasting hoger. Hetzelfde geldt voor wind uit het zuiden, wanneer fijnstof vanuit Antwerpen die kant op wordt geblazen.’ 

‘Komt in dit geval van West-Brabant de wind bijvoorbeeld uit het Zuid-Westen of het Westen, dan komt de wind voornamelijk van zee en zal de fijnstofblootstelling veel minder schadelijk zijn. Zo zal ook in steden als Rotterdam en Amsterdam de windrichting invloed uitoefenen op de hoeveelheid fijnstof in verschillende delen van de stad.’ 

Beter in de tuin blijven zitten? 

Deze blootstelling aan schadelijk fijnstof en de nadelige gevolgen klinken niet echt als muziek in de oren. Kunnen we dan uiteindelijk beter in onze eigen tuin blijven zitten, dan een rondje gaan hardlopen? Ook voor Van Schayck blijft het een lastige kwestie: ‘Sowieso wil je hoe minder hoe liever in de omgeving zijn van schadelijke fijnstof. Maar of de uiteindelijke blootstelling aan fijnstof opweegt tegen het rondje hardlopen, blijft lastig te bepalen.’ 

‘De ene persoon is namelijk veel gevoeliger voor fijnstof en ontwikkelt bijvoorbeeld snel astma of COPD en bij de ander is geen hyperactiviteit van de luchtwegen te zien in het geval van blootstelling. Wat uiteindelijk echt beter is, verschilt dus enorm per persoon.’ 

Toch een klein beetje goed nieuws

Gelukkig is er ook nog een kleine positieve kant aan het hele verhaal: het fijnstofgehalte is inmiddels al wel iets beter geworden. ‘Er zijn nu milieuzones in Amsterdam, waardoor de meest vervuilende dieselauto’s de stad niet meer in mogen. Dat is een van de beste en meest effectieve maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen.’ 

Maar om het fijnstofgehalte echt naar een beter niveau te brengen, zullen nog veel gelijkwaardige maatregelen getroffen moeten worden. In de tussentijd is het dus vooral van belang om ook zelf zoveel mogelijk rekening te houden met dit gevaarlijke stof.

Ook interessant