Minder kraamzorg dan geïndiceerd: waar heb je recht op?

Hoeveel kraamzorg je krijgt, wordt bepaald aan de hand van het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP). Dat gaat uit van 45 uur bij kunstvoeding en 49 uur bij borstvoeding, met ruimte voor extra uren bij medische complicaties. Het wettelijk minimum voor kraamzorg is 24 uur. Maar wat je vandaag de dag ziet, is dat de kraamzorg die je krijgt, niet afhangt van de zorgbehoefte van moeder en kind maar van de krapte in jouw regio. Want als er niet genoeg kraamverzorgenden zijn, krijg je regelmatig minder dan de ondergrens van 24 uur.
Uit een enquête van Radar onder bijna 2.000 vrouwen die in de afgelopen anderhalf jaar kraamzorg kregen, blijkt dat 69 procent minder uren ontving dan het basispakket van 45 of 49 uur. Bij vrouwen die vanwege een medische noodzaak extra uren nodig hadden, kreeg 58 procent die extra zorg niet. Een kwart kreeg 24 uur of minder; 62 procent van deze groep was daar vooraf niet over geïnformeerd.
Heb je recht op de geïndiceerde uren?
De polisvoorwaarden van zorgverzekeraars verwijzen naar het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP). In dat protocol staat personeelstekort niet als reden om de indicatie te verlagen. Mede daarom kun je als vrouw bij je zorgverzekeraar aanspraak maken op het aantal uren dat bij de intake is geïndiceerd en vastgelegd.
Wat kun je doen als je minder uren krijgt?
Hoor je dat je minder kraamzorg krijgt dan is geïndiceerd? Neem dan zo snel mogelijk contact op met zowel de kraamzorgorganisatie als je zorgverzekeraar. Zij zijn verplicht zich in te zetten, zodat jij de toegezegde uren kraamzorg krijgt. Bewaar ook je indicatie en alle schriftelijke afspraken.