Tekort aan kraamzorg loopt op: wat moet je doen als je wordt afgezegd?

Kraamzorg

Iedere zwangere vrouw heeft in Nederland vanuit de basisverzekering recht op kraamzorg. Het gaat om minimaal 24 uur en maximaal 49 uur, verdeeld over de eerste acht tot tien dagen na de bevalling (of maximaal 80 uur bij een medische indicatie). Wat als je hoort dat je inschrijving bij de kraamzorgorganisatie ineens wordt beëindigd? Wat moet je dan doen?

Waarom nemen de tekorten toe?

In Nederland kampt de kraamzorg al jaren met een tekort aan kraamverzorgenden. Koen Jansen, directeur van Bo Geboortezorg, de brancheorganisatie voor de kraamzorg, ziet dat er vrijwel geen regio’s meer zijn waar helemaal geen capaciteitsproblemen voorkomen. ‘’We zien wel dat de krapte sterk verschilt per regio, en zelfs per postcodegebied. De problemen zijn het grootst in delen van Zuid-Nederland en in een aantal grote steden.’’

Volgens Jansen neemt de krapte toe en wordt het probleem steeds structureler:

Waar tekorten eerder vooral in de zomer zichtbaar waren, zien we nu dat de druk in steeds meer regio’s ook buiten die periode aanhoudt

Het probleem zit vooral in het feit dat er onvoldoende nieuwe kraamverzorgenden instromen om de uitstroom op te vangen. Jansen legt uit dat de relatief hoge gemiddelde leeftijd van kraamverzorgenden ook een rol speelt. De komende jaren zullen daardoor veel kraamverzorgenden met pensioen gaan. 

Daarnaast stromen mensen uit vanwege de hoge werkdruk en het hoge verzuim. ‘’Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel: door de toenemende krapte stijgt de werkdruk, waardoor het verzuim en de uitstroom toenemen en de krapte nog groter wordt.’’

Mogen kraamorganisaties zwangere vrouwen afzeggen?

Wie zich inschrijft bij een kraamzorgorganisatie, heeft recht op zorg. Alleen in extreme situaties mag een organisatie een inschrijving intrekken. Wel blijft de organisatie verplicht om, samen met de zorgverzekeraar, te regelen dat de cliënt alsnog bij een andere kraamorganisatie terecht kan. 

Een kraamzorgorganisatie die met grote tekorten kampt, is De Kraamvogel. Zij bieden zorg aan zwangere vrouwen in grote delen van Noord- en Midden-Nederland. Zij hebben veel vrouwen die al stonden ingeschreven voor kraamzorg moeten afzeggen, soms zelfs kort voor de bevalling.

Door aanhoudende capaciteitsdruk komt het voor dat De Kraamvogel ingeschreven cliënten terug moet plaatsen op de regionale wachtlijst. Dit gebeurt wanneer er onvoldoende beschikbare capaciteit is om alle zorgvragen verantwoord te kunnen invullen
Reactie van de Kraamvogel

Wil je de volledige reactie van De Kraamvogel lezen? Lees dan de volledige reactie:

Wie is er verantwoordelijk?

Wanneer een kraamzorgorganisatie de zorg niet kan leveren aan een ingeschreven cliënt, is de organisatie dus zelf verantwoordelijk dat de cliënten de zorg wel ergens anders krijgen. ‘’De organisatie stemt af met regionale partners in het Regionale Kraamzorg Samenwerkingsverband (KSV) en de zorgverzekeraar  om met elkaar te zorgen dat de cliënt wel de zorg kan krijgen die nodig is’’, aldus Jansen. 

Je hoeft dus als zwangere vrouw niet zelf op zoek te gaan naar een andere kraamorganisatie. Ook is de organisatie verplicht dit te melden bij de zorgverzekeraar, omdat die de zorgplicht heeft tegenover de verzekerde. Zorgverzekeraars Nederland geeft aan dat er altijd eerst gekeken wordt of het regionaal opgelost kan worden.

Lukt het regionaal niet? Dan komen de zorgverzekeraars in beeld. De verzekerde kan dan de eigen zorgverzekeraar inschakelen voor zorgbemiddeling
Reactie van Zorgverzekeraars Nederland

Jansen voegt hieraan toe dat als de capaciteitskrapte toeneemt, de zorgverzekeraar samen met het KSV naar oplossingen zoekt. ‘‘Als de regionale zorg zo krap wordt dat een of meer aanbieders de minimale zorg niet meer zelfstandig kunnen leveren, geldt code rood." Hij vertelt dat het regioplan dan leidend is en cliënten via zorgbemiddeling of een wachtlijstcoördinator op de regionale wachtlijst worden geplaatst.

Hierna kun je worden geplaatst bij een andere kraamzorgaanbieder en/of het aanbod krijgen om kraamzorg te krijgen in een kraamcentrum of kraamhotel, met meerdere moeders en pasgeboren baby’s.

Hoe lossen we deze tekorten op?

Een voor de hand liggende manier om de tekorten tegen te gaan, is door meer mensen op te leiden tot kraamverzorgende. Volgens Jansen moet het daarnaast aantrekkelijker worden om in de kraamzorg te werken. ‘’We werken aan betere opleidingsroutes, ondersteuning van herintreders, ontwikkel- en specialisatiemogelijkheden en manieren om de werkdruk en belasting door wachtdiensten te verminderen.’’

Op korte termijn wil Jansen vooral het volgende:

  • Passende kraamzorg, waarbij de kraamzorg meer wordt afgestemd op de situatie van de cliënt 

  • Duidelijke afspraken over wat er gebeurt als de tekorten in de regio (verder) oplopen, zoals coördinatie van wachtlijsten en/of tijdelijke kraamcentra, in samenwerking met de zorgverzekeraars

  • Versterking van regionale samenwerking, onder andere voor het organiseren van wachtdiensten

‘’Als alle partijen in een regio bijdragen aan de oplossing, vallen gezinnen niet tussen wal en schip’’, aldus Jansen. 

Ook op de langere termijn wordt gewerkt aan oplossingen. Zo werken Bo Geboortezorg en Zorgverzekeraars Nederland samen aan beter inzicht in de beschikbare capaciteit, meer opleidingsmogelijkheden en het behoud van kraamverzorgenden. Met €9,8 miljoen aan transformatiemiddelen worden onder meer een regionaal capaciteitsdashboard, een nieuwe indicatiemethodiek en digitale kraamzorg ontwikkeld, en wordt regionale samenwerking versterkt.

Daarnaast pleit Bo Geboortezorg voor het afschaffen van de eigen bijdrage, zodat de kosten geen drempel vormen voor gezinnen die kraamzorg hard nodig hebben

Robyn Verdam

Redacteur Radar online

Meer over Robyn Verdam

Radar is het onafhankelijke consumentenplatform van publieke omroep AVROTROS.