Bijna kwart werknemers voelt druk om tijdens vakantie bereikbaar te zijn: moet dat?

22 procent van de werknemers voelt de druk om tijdens hun vakantie bereikbaar te zijn voor hun werkgever of collega’s. Zo blijkt uit onderzoek van vacaturesite Indeed onder ruim 1.500 Nederlandse werkenden. Eén op de tien neemt zelfs een werklaptop mee op reis. Mag je eigenlijk gestoord worden tijdens je vakantie? Of heb je het recht op onbereikbaarheid?
Bijna kwart voelt druk om bereikbaar te blijven
Vakantie betekent niet voor iedereen echt los komen van werk, zo blijkt uit het onderzoek van Indeed. Wat cijfers: 22 procent van de Nederlandse werkenden voelt de druk om tijdens verlof bereikbaar te blijven, 28 procent werkt tijdens de vakantie gewoon door en één op de tien neemt zelfs een laptop mee in de koffer.
Werknemers onder de 30 jaar voelen vaker de druk om bereikbaar te blijven dan oudere collega’s. Van deze groep zegt 29 procent die druk te ervaren, tegenover 18 procent van de 50-plussers en 14 procent van de 60-plussers.
Moet je tijdens vakantie bereikbaar blijven?
Hoe zit dit wettelijk? Moet je opnemen wanneer je werkgever of een collega je belt tijdens je vakantie? Nee, in principe niet. Leonard Draaijer, bedrijfsjurist bij ARAG, vertelt: “In Nederland bestaat nu geen wettelijk recht op onbereikbaarheid. Tussen een werkgever en een werknemer geldt contractvrijheid. Zij kunnen onderling afspraken maken over het wel of niet bereikbaar zijn buiten werktijd. Deze afspraken gelden soms via een CAO.”
“Zijn er geen afspraken gemaakt, dan geldt als uitgangspunt dat de vakantie van de werknemer een herstelfunctie heeft, en dat de werknemer los moet kunnen komen van het werk.”
Hij vervolgt: “Werkgevers hebben een zorgplicht voor hun werknemers en moeten arbeidsbelasting zoals werkstress en burn-outklachten voorkomen. De druk om buiten werktijd bereikbaar te zijn kan juist als arbeidsbelasting worden ervaren, waardoor de werknemer tijdens zijn vakantie niet goed herstelt. Ook moeten werkgevers zich houden aan de arbeidstijdenwet die bepaalt hoeveel uur de werknemer maximaal mag werken.”
28%
Werkt tijdens de vakantie gewoon door
“Als de werkgever of de collega wordt geconfronteerd met een noodsituatie en echt contact met de werknemer wil hebben, dan is een uitzondering op de hoofdregel denkbaar”, vertelt Draaijer. “De werknemer kan bijvoorbeeld besluiten om het contactverzoek toch te beantwoorden, en met de werkgever af te spreken dat een deel van de vakantietijd weer wordt toegevoegd aan het verlofsaldo.”
“In de praktijk kan het dus een kwestie zijn van geven en nemen, zoals dat hoort bij een goede arbeidsverhouding.”
Het recht op onbereikbaarheid
53 procent van de werkenden vindt dat werknemers wettelijk beschermd moeten worden tegen benadering buiten werktijd. Zij zien het Franse ‘recht op onbereikbaarheid’ wel zitten, waarbij het voor werkgevers bij wet verboden is om medewerkers in vakantietijd te benaderen.
Opvallend is dat de steun voor dit recht groter is dan het aandeel werknemers dat tijdens de vakantie daadwerkelijk druk ervaart om bereikbaar te blijven. "Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar dat hoeft het niet te zijn," vertelt Stan Snijders, Managing Director Benelux bij Indeed.
"Veel werknemers ervaren in de praktijk voldoende ruimte om tijdens hun vakantie afstand te nemen van hun werk, maar vinden het tegelijkertijd belangrijk dat die ruimte ook in de toekomst gewaarborgd blijft. Duidelijke afspraken over bereikbaarheid geven werknemers de zekerheid dat vrije tijd ook echt vrije tijd mag zijn."
Meer dan de helft is onbereikbaar
Er is overigens ook een grote groep die geen druk ervaart: 53 procent geeft aan absoluut niet bereikbaar te zijn voor werk tijdens hun vakantie. "Voor de meeste Nederlanders is vakantie gelukkig nog altijd echt vakantie", zegt Snijders.
“Toch blijft een aanzienlijke groep werken of zich verplicht voelen bereikbaar te zijn. Werkgevers kunnen een belangrijke rol spelen door vooraf duidelijk te maken dat volledig tot rust komen de norm is. Heldere afspraken over bereikbaarheid helpen voorkomen dat mensen alsnog de druk voelen om ‘even snel’ te reageren. Uiteindelijk gaat het erom dat iedereen uitgerust en met nieuwe energie kan terugkeren.”
