Vandebron wil kolencentrale Nuon kopen en sluiten

hemwegcentrale-347.jpg

Voor 1 miljoen euro wil duurzame energieleverancier Vandebron de kolencentrale van Nuon in Amsterdam overnemen. Niet om stroom op te wekken, maar om de centrale te sluiten en een andere bestemming te geven.

Met het geld kan Nuon een goede regeling bieden aan de tweehonderd medewerkers van de Hemweg-centrale die door de sluiting hun baan verliezen, zegt Vandebron. Het bod is donderdag overgebracht aan de Nuon-directie.

'Rokende pijp is geen gezicht'

Nuon gaf in december aan open te staan voor sluiting van de kolencentrale, mits er een goede regeling voor het personeel zou komen. 'De kolencentrale zorgt voor sterke vervuiling van de stad, de lucht en de natuur', zegt Aart van Veller, medeoprichter van de duurzame energieleverancier. 'Bovendien is zo'n rokende pijp geen gezicht. Alle partijen, ook consumenten, willen dat de centrale sluit. Daarom nemen wij het initiatief de centrale dit jaar nog te sluiten.'

Volgens Van Veller heeft de directie toegezegd zich te gaan beraden op het bod. Mocht het tot een akkoord komen, dan wil Vandebron de centrale een nieuwe bestemming geven voor de inwoners van Amsterdam. Hierover wil het bedrijf ook in gesprek met de gemeente.

Update 24-03-2017: Nuon wijst bod af

Energiemaatschappij Nuon heeft het bod op haar kolencentrale in Amsterdam afgewezen. De duurzame energieleverancier Vandebron had Nuon 1 miljoen euro geboden voor de Hemwegcentrale, niet om stroom op te wekken, maar om de centrale te sluiten en een andere bestemming te geven.

Nuon vond het idee sympathiek, omdat 'onze ideeën voor het realiseren van een duurzaam Nederland dicht bij elkaar liggen', maar heeft het 'stuntbod' toch afgewezen. Voor Nuon is de vervroegde sluiting van de centrale een 'serieuze aangelegenheid', laat de energiemaatschappij donderdag weten.

Volgens Vandebron zou Nuon met de 1 miljoen een goede regeling kunnen bieden aan de tweehonderd medewerkers van de Hemwegcentrale die door de sluiting hun baan zouden verliezen.

Bron: ANP