Zelfstandig wonen binnen een collectief: gewenst én schaars

Zelfstandig wonen binnen een collectief, veel 65-plussers zouden het willen blijkt uit onderzoek onder het Radar Panel. Het kabinet maakte afgelopen maand bekend dat er extra geld komt voor 3000 extra woningen binnen ‘knarrenhofjes’. Een positief signaal, maar alleen al binnen onze vragenlijst zien 7500 mensen deze woonvorm als gewenste woonsituatie. 1 op de 5 zou op dit moment liever in een verzorgingshuis wonen, maar veel hebben daarvoor niet de juiste medische indicatie. Welke woonwensen en -obstakels leven er onder 65-plussers?
Via het Radar Panel ondervroegen we ruim 21 duizend mensen van 65 jaar of ouder over de manier waarop zij wonen, en hoe ze dit in de toekomst voor zich zien.
96 procent van de ondervraagde 65-plussers woont zelfstandig. De overige mensen wonen: zelfstandig binnen een collectief, denk bijvoorbeeld aan een hofje (ruim 300 mensen), in een verzorgingshuis of aanleunwoning (ruim 100 mensen), in een kangoeroe- of mantelzorgwoning (ruim 70 mensen) of bij vrienden of familie in (bijna 60 mensen).
84 procent is helemaal tevreden met de huidige woonsituatie. 15 procent is dat niet helemaal, en 1 procent helemaal niet. Als we kijken naar de verschillende woonvormen, zijn degenen die in een kangoeroe- of mantelzorgwoning wonen het vaakst tevreden, gevolgd door de zelfstandig wonenden en de mensen in collectieve woonvormen. Wie in een verzorgingshuis of aanleunwoning woont is net wat minder vaak tevreden, maar nog steeds is driekwart (75%) dat wel.
20%
voelt zich bezwaard dat ze een (grote) woning bezet houden
‘Grote woning bezet houden’
Wat het vaakst genoemd wordt als negatief aan de huidige manier van wonen, is het bezet houden van een (grote) woonruimte; 20 procent van alle ondervraagden voelt zich hier in meer of mindere mate bezwaard over. Radar besteedde al eerder aandacht aan de problemen met het doorstromen naar een seniorenwoning.
Ouderen vaker op hun plek in verzorgingshuis
Of mensen tevreden zijn over hun woonvorm, ligt natuurlijk niet alleen aan de manier van wonen zelf; het moet ook passen bij de mogelijkheden van mensen zelf. We keken daarom ook naar de tevredenheid naar leeftijd. Daarbij zien we dat alleen bij mensen die ouder zijn dan 90, de tevredenheid wat minder is. Van de 90-plussers is 74 procent tevreden, dat is 10 procent minder dan het totaal van alle respondenten.
Bij mensen die in een verzorgingshuis of aanleunwoning wonen, stijgt de tevredenheid daarover met de leeftijd. Met andere woorden: hoe ouder, hoe vaker iemand tevreden is met wonen in een verzorgingshuis of aanleunwoning. Bij zelfstandig wonen is dat juist omgekeerd: Van degenen die zelfstandig wonen is te zien dat mensen daar minder tevreden over zijn wanneer ze de 90 zijn gepasseerd.
Belangrijk: zelfstandigheid
We vroegen mensen wat ze positief of juist negatief vinden aan hoe ze nu wonen. Een Radar Panel-deelnemer vat het kort samen: “Wat men wil is zo lang mogelijk zelfstandig wonen in een omgeving waar zorg geleverd kan worden of waar zorg geboden wordt. Dat er een ruimte is voor de sociale contacten en voor het samenzijn met leeftijdgenoten.”
We geven de cijfers per woonvorm:
Mensen die nu zelfstandig wonen, zijn niet geheel verrassend vooral positief over de zelfstandigheid. Dit zijn de meestgenoemde positieve aspecten:
Mensen die nu zelfstandig wonen, zijn niet geheel verrassend vooral positief over de zelfstandigheid. Dit zijn de meestgenoemde positieve aspecten:
- Zelfstandigheid (82%)
- De woning zelf (81%)
- Locatie (71%)
- Privacy (53%)
- Sociale contacten (43%)
De helft (49%) van de zelfstandig wonenden vindt niets negatief aan hun woonvorm. Het meestgenoemde bezwaar, door 20 procent, is het bezet houden van een (grote) woonruimte. 10 procent geeft aan dat hulp soms lastig te organiseren is.
Wie op dit moment in een verzorgingshuis of aanleunwoning woont, is het meest positief over de hulp- en zorgfaciliteiten, al is dat ook wat als minpunt wordt genoemd.
- Toegankelijkheid van hulp en zorg (70%)
- Zelfstandigheid (69%)
- De woning zelf (61%)
- Locatie (48%)
- Toegankelijkheid van activiteiten (43%)
- Sociale contacten (41%)
Ook hier vindt een grote groep (39%) niets negatief aan hun manier van wonen. Wat een deel van de mensen wel negatief vindt, is opvallend genoeg de eenzaamheid (18%) en dat hulp of zorg soms lastig te organiseren is (ook 18%, meer dan bij zelfstandig wonenden).
- ❝
“In een aanleunwoning wonen heeft enkele voordelen, maar in feite wonen we (ik ben mantelzorger voor mijn zeer slecht lopende, vergeetachtige echtgenoot van 88) volkomen zelfstandig. Hulp moet gewoon via de WMO en WLZ (casemanager dementie) geregeld worden net als voor iemand die niet in een aanleunwoning woont. En activiteiten zijn er bijna niet waardoor sociale contacten ook niet zo snel gaan.”
Bij wie zelfstandig binnen een collectief woont, valt op dat de sociale contacten hoog gewaardeerd worden - dit wordt vaker genoemd dan bij andere woonvormen. Wie zelfstandig binnen een collectief woont, is het meest positief over:
- De woning zelf (73%)
- Zelfstandigheid (71%)
- Sociale contacten (66%)
- Locatie (63%)
- Privacy (40%)
46 procent kan niets negatiefs noemen. Als er dan toch iets genoemd moet worden, is dat net als bij zelfstandig wonenden het bezet houden van een (grote) woonruimte, maar dat wordt slechts door een minderheid van 13 procent genoemd.
Wie in een kangoeroe- of mantelzorgwoning woont, heeft als positieve punten hetzelfde rijtje als zelfstandig wonenden, al worden deze punten door net wat minder grote groepen genoemd. Zij zijn vaak blij met:
- Zelfstandigheid (79%)
- De woning zelf (74%)
- Locatie (55%)
- Privacy (45%)
- Sociale contacten (40%)
Maar liefst 66 procent vindt niets negatief aan hun woonvorm, met 11 procent wordt ‘weinig sociale contacten’ niet vaak, maar wel het vaakst genoemd.
Wie bij familie of vrienden inwoont, heeft de minste nadelen. Zij zijn blij met:
- Zelfstandigheid (68%)
- De woning zelf (61%)
- Sociale contacten (49%)
- Locatie (41%)
53 procent zegt geen nadelen te kennen, bij 14 procent is dat privacy.
Zelfstandig binnen collectief vaakst gewenst
De 15 procent van de ondervraagden die niet helemaal tevreden zijn met de manier waarop ze nu wonen, vroegen we hoe ze liever zouden wonen. 12 blijft ondanks dat zij niet tevreden zijn wel graag op de huidige manier wonen. De overige 82 procent zou wel liever op een andere manier wonen.
46%
van wie nu niet tevreden is, zou liever binnen een collectief wonen
De grootste groep, 46 procent, zou liever binnen een collectief wonen, bijvoorbeeld in een hofje. Daarbij heb je een eigen woonruimte, maar zijn er ook gedeelde voorzieningen, zoals een tuin, klusplek of gemeenschappelijke binnenruimte. En het idee van zo’n plek is dat mensen ook naar elkaar omkijken; voor wie even niet lekker gaat, wordt bijvoorbeeld boodschappen gedaan.
(Een beetje) extra geld voor knarrenhofjes
Het idee van wonen in een hofje is ook populair als toekomstperspectief onder de respondenten die nu tevreden zijn over hun woonsituatie. De helft van deze groep zou in de toekomst op een andere manier willen wonen. En ook hier wordt zelfstandig wonen binnen een collectief het vaakst genoemd, door 1 op de 3.
- ❝
“Het bouwen van woningen voor ouderen (al dan niet zelfstandig wonen met een paraplu aan voorzieningen voor de toekomst) is belangrijk. Dan blijven de ouderen niet in de te grote huizen zitten en komen deze huizen vrij voor gezinnen.”
- Radar Paneldeelnemer die zelfstandig binnen een collectief woont
Een voorbeeld van zo’n woonsituatie zijn ‘knarrenhofjes’, specifiek opgezet om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen, door hulp onderling te regelen. Afgelopen maand werd bekend gemaakt dat er meer geld komt voor knarrenhofjes. Er zijn nu 15 van dit soort hofjes, met in totaal zo’n 500 woningen. De komende jaren komen er 3000 woningen in een dergelijk verband bij. De vraag is groter: alleen al binnen deze vragenlijst geven ruim 7500 mensen aan dat zij nu of op termijn op die manier willen wonen. Uiteraard zijn er ook andere intiatieven dan het knarrenhof.
Niet de juiste indicatie voor verzorgingshuis
Van degenen die op dit moment niet tevreden zijn over hun woonvorm, zou 22 procent liever in een verzorgingshuis of aanleunwoning wonen. De reden dat dat nu niet het geval is, is omdat ze er nog geen werk van hebben gemaakt (43%), maar een bijna even grote groep (41%) geeft aan dat hun medisch indicatie niet voldoet. Bovendien is er in veel gevallen (34%) sprake van een wachtlijst.
Wanneer ben je ‘te goed’ voor het verzorgingshuis? Voor verpleeghuiszorg heb je een verwijzing, oftewel ‘indicatie’ nodig. Op de website van Patiëntenfederatie Nederland vind je een vragenlijst om je situatie goed in beeld te brengen. De uitkomsten kun je bespreken met je huisarts of wijkverpleegkundige.
Van de ondervraagde 65-plussers die nu nog lekker wonen, ziet 1 op de 5 (19%) zich later in een verzorgingshuis of aanleunwoning trekken. 70 procent zou dat binnen nu en 10 jaar willen, 28 procent zelfs binnen 5 jaar. Of het gaat lukken, daar heeft de meerderheid, 54 procent, geen vertrouwen in.
- ❝
Regel het zelf, begin op tijd
"Mijn voorbeeld. Ik woonde in een groot appartement. Na 33 jaar wilde ik kleiner gaan wonen. Ik was alleenstaande, 55 jaar. In mijn wijk was het plan seniorenappartementen te bouwen. Ik was de eerste voor inschrijving. Na vijf jaar was ik 60, zelf mijn appartement uitgezocht, nooit spijt gehad, woon er nu 17 jaar. Ik heb alle vrijheid, indien nodig kan ik om zorg vragen. Mijn opmerking: Kwestie van nadenken, als men ouder begint te worden. Heb zelf alles geregeld. Nu ik bijna 77 ben, moet er niet aan denken om nog een keer te verhuizen. Het grootste probleem van ouderen, zeker met een eigen huis, is het loslaten. Heb ik geen problemen mee, alles is maar tijdelijk en geleend in het leven."
- Deelnemer aan het Radar Panel-onderzoek
Over het onderzoek naar woonwensen voor 65-plussers
De vragenlijst over woonvormen is tussen 7 maart en 12 mei 2026 ingevuld door 21.417 mensen van 65 jaar en ouder. Deze mensen zijn naar aanleiding van heel diverse onderwerpen lid geworden van het Radar Panel en niet op hun ideeën over de woningmarkt geselecteerd. Het Radar Panel heeft ruim 80.000 leden verspreid over het land. Ook je ideeën en ervaringen delen? Meld je gratis aan via deze korte vragenlijst.